Opinie

Drugsproductie overdreven? Nee, omzet is zeker 18,9 mld

Xtc en speed De schatting van de synthetische drugsproductie is geen slag in de lucht, schrijven c.s.

Ontmanteling van een drugslab in Eindhoven in 2017. Foto Rob Engelaar/Novum

Op 25 augustus publiceerden wij een boek over synthetische drugs. Eén bevinding sprong in het oog. We schatten de wereldwijde omzet van in Nederland geproduceerde xtc en amfetamine, uitgedrukt in straatprijzen, voor 2017 op minimaal 18,9 miljard.

Gjalt-Jorn Peters vindt dat we het binnenlandse xtc-gebruik te hoog ramen (ScienceR, 29/8). Ton Nabben concludeert in NRC hetzelfde voor amfetamine (Twee gram speed per dag? Onmogelijk 4/9). Als we op hun aanraden het binnenlandse gebruik inderdaad lager zouden inschatten, pakt de omzetschatting nóg hoger uit. We leggen uit waarom dit zo is en waarom we het niet deden.

Lees ook de opinie van onderzoekers die drugsresten in rioolwater onderzochten: Drugsproductie overdreven? Sterker: omzet is zelfs hoger

Onze harde empirische basis zijn inbeslagnames (xtc, amfetamine en de chemische stoffen om die te maken) door politie, douane en FIOD. Bij de stap van inbeslagnames naar totale omzet, moesten vragen worden beantwoord. Hoeveel xtc en amfetamine kan ervan worden gemaakt? Hoe is uit de in beslag genomen hoeveelheden het totaal van de productie af te leiden? Hoeveel levert dit op, uitgedrukt in straatprijzen? Beredeneerde aannames waren daarbij onvermijdelijk. Steeds kozen we het voorzichtigste uitgangspunt. We beschrijven dit minutieus in het rapport. Hier behandelen we de keuze die relevant is bij een antwoord op Peters en Nabben.

Hoeveel van de in Nederland gemaakte xtc en amfetamine wordt geëxporteerd? Die vraag is van belang, omdat de prijzen in het buitenland gemiddeld hoger zijn en daarmee ook de omzet uit export. Precies daarom hebben we het exportpercentage zeer voorzichtig geschat: op 80 procent van het totaal. Naarmate het exportpercentage hoger is, stijgt immers de totale omzet. We wilden zeker zijn dat we die niet te hoog zouden schatten.

We rekenden dus met een binnenlandse drugsconsumptie van 20 procent van de productie in Nederland. We weten dat dit te hoog is. We zochten echter niet naar zo exact mogelijke cijfers over drugsgebruik in Nederland (rapporten genoeg), maar naar het absolute minimum van de wereldwijde omzet van in Nederland actieve drugscriminelen.

Cijferstrijd

Peters schat het binnenlandse xtc-gebruik op 11,2 miljoen pillen. Met dat aantal komt de mondiale xtc-omzet nog eens 1,4 miljard hoger uit dan in onze som. Als we Nabbens advies over het lagere amfetaminegebruik in Nederland overnemen, stijgt de waarde van de wereldwijde omzet nog verder. Zij gaan immers uit van een hoger exportpercentage dan wij.

Omdat we kritiek serieus nemen hebben we de berekeningen en veronderstellingen uitgebreid in ons rapport weergegeven. Ook om een vruchteloze cijferstrijd te voorkomen, al stappen we niet opzij voor wetenschappelijk debat.

De bijdragen van Peters en Nabben illustreren in feite een punt dat we in ons rapport aan de orde stellen, namelijk dat te veel vanuit gebruikersperspectief naar synthetische drugs wordt gekeken. Dat zich daarachter een grote criminele productiewereld heeft ontwikkeld, met mondiale betekenis, heeft te weinig aandacht gekregen. En dat is – voor iedereen – een ongemakkelijke waarheid.