‘Klimaatlasten eerlijk verdelen’

Planbureau voor de Leefomgeving Voor klimaatbeleid is draagvlak nodig. Wie niet veel geld heeft, mag niet in de knel komen, luidt een advies.

Nieuwe betonblokken op de strekdammen in Cadzand moeten het achterland beschermen tegen superstormen. Foto Kees van de Veen

Het systematisch verbeteren van de leefomgeving in Nederland heeft alleen kans van slagen als het Rijk heldere doelen formuleert én rekening houdt met de wensen en creativiteit van bedrijven en burgers. Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving in een donderdag verschenen, tweejaarlijks rapport.

Na jaren van plannen maken voor een nieuw klimaatbeleid, energiebeleid en hervorming van de landbouw, is Nederland in een „beslissende fase” van uitvoering aanbeland, zegt directeur Hans Mommaas van het planbureau. „Het moment is ideaal. Het kabinet heeft grote ambities. De economie draait goed.” Maar succes komt alleen als de overheid „uiterst zorgvuldig” te werk gaat. „We moeten de duurzame vernieuwing zo inrichten dat iedereen meedoet, enthousiast en creatief.”

Kloof arm en rijk

Vooral het klimaatbeleid vergt medewerking van burgers. „Verdeling van de lusten en lasten is nodig om alle benodigde partijen in staat te stellen mee te doen”, schrijven de onderzoekers. Draagvlak blijft uit „als de perceptie van burgers en bedrijven is dat de rekening voor de klimaattransitie te hoog is en bovendien niet eerlijk wordt verdeeld”. Bedrijven moeten zich niet benadeeld voelen ten opzichte van het buitenland. Bij het beprijzen van energie moeten minder draagkrachtige huishoudens „niet in de knel komen”. Ook kunnen de lasten niet te hoog worden voor mensen „die toevallig in een oud huis wonen”, of wonen in een wijk die veel sneller van het gas wordt afgesloten dan andere wijken. En wie de prijzen verhoogt van vlees eten of vliegen, moet „voorkomen dat vlees en vliegreizen alleen nog zijn weggelegd voor rijke mensen”, aldus het rapport. Burgers moeten zich „eigenaar” voelen van verandering, zoals het overschakelen naar windenergie en zonnepanelen, stelt het planbureau, en ook kan klimaatbeleid worden gecombineerd met andere belangen, zoals een „aangenaam woonklimaat”.

De afgelopen decennia is de leefomgeving „op vele fronten verbeterd”, aldus de Balans voor de leefomgeving, zoals het rapport heet. „De lucht en het water zijn schoner geworden, er is volop aanbod van veilig en goedkoop voedsel, de energiezuinigheid van nieuwbouwwoningen en apparaten is verder verbeterd en het wegennet is fijnmaziger en veiliger geworden.” Tegelijkertijd leidt de te hoge uitstoot van broeikasgassen tot klimaatverandering en loopt de veeteelt „tegen ecologische en maatschappelijke grenzen aan”. De verschillen tussen regio’s en groepen mensen nemen toe, „zoals bij de toegankelijkheid van de woningmarkt en het aantal gezonde levensjaren”.

Hervormen landbouw

De noodzaak tot hervorming van de landbouw staat volgens het planbureau buiten kijf. Maar die hervorming kan niet beginnen bij de boeren zelf. „Boeren zitten vast in een productieketen en het heeft geen zin met nieuwe regels te komen”, zegt directeur Mommaas. Wie de landbouw wil veranderen, moet afspraken maken met veel machtiger partijen: de voedselindustrie, de supermarktketens en hun inkopers. „Ga dus niet de sector regels opleggen, maar ga samen een akkoord maken”, aldus Mommaas.

Lastig bij de hervorming van de landbouw is wel, dat er ook na jaren discussie nog altijd geen „consensus” bestaat over de richting van de verandering. „Gaat het om de bijdrage van landbouw en voedsel aan de uitstoot van broeikasgassen, vermindering van de belasting van oppervlaktewater en natuur, dierenwelzijn, voedselzekerheid of gezond voedsel?” vragen de onderzoekers zich af.

    • Arjen Schreuder