Is het anonieme stuk een belangrijke onthulling of pr?

The New York Times

Nieuwsredacteuren van The New York Times zijn op zoek naar de identiteit van de auteur van het artikel over Trump – bekend bij hun opiniecollega’s.

Foto Richard Klotz/Getty Images/iStockphoto

„Hoogst ongebruikelijk.” „Zelden vertoond.” De Amerikaanse pers komt woorden tekort om te beschrijven hoe zeldzaam het is dat The New York Times woensdag een anoniem opinieartikel plaatste. De krant nam de stap naar eigen zeggen omdat er geen „andere manier was om een belangrijk standpunt bij onze lezers te bezorgen”.

Anonieme opiniestukken komen inderdaad zelden voor in de kwaliteitspers. Net zoals nieuwsredacties geacht worden verifieerbare bronnen op te voeren, hanteren opinieredacties doorgaans de regel dat auteurs van ingezonden stukken te controleren moeten zijn. Wie anonieme bijdragen toelaat maakt zich immers kwetsbaar voor pr, smaad en laster.

Alleen in heel uitzonderlijke gevallen wijken zij daar weleens van af. „Het is misschien de vierde keer in de laatste drie jaar dat we dit hebben gedaan”, aldus James Dao, opiniechef bij The New York Times, in een interview in de eigen podcast, The Daily.

Ook bij NRC worden anonieme bijdragen alleen bij hoge uitzondering geplaatst. Redacteuren herinneren zich één geval: het relaas van een bezoeker van Noord-Korea, gepubliceerd in juni 2012, dat „om redenen van persoonlijke veiligheid” werd geanonimiseerd, aldus het onderschrift bij het artikel. De identiteit van de auteur was bekend bij de redactie.

Opiniechef Dao kreeg het stuk vorige week toegespeeld via een tussenpersoon die hij „vertrouwde en goed kende”, vertelt hij in de podcast. Voor publicatie heeft hij naar eigen zeggen met collega’s grondig onderzocht of de persoon is wie hij of zij zegt te zijn, waarbij hij ook direct met de auteur heeft gecommuniceerd.

Strenge scheiding

De opinieredactie opereert bij de Times onafhankelijk van de nieuwsredactie, een scheiding tussen ‘feiten’ en ‘meningen’ die bij veel Amerikaanse kranten heel serieus wordt genomen. Uit respect voor die scheiding was hoofdredacteur Dean Baquet van tevoren dan ook niet ingelicht over het explosieve stuk.

Lees ook: Aanval op Trump ‘is stille coup’

Op de redactie van de krant heeft de publicatie van het stuk tot de ongewone situatie geleid dat nieuwsredacteuren de afgelopen dagen de identiteit proberen te achterhalen van een persoon die bekend is bij hun opiniecollega’s in hetzelfde gebouw. „We zijn verbluft”, zegt een Times-journalist in een interview met Vanity Fair over de sfeer op de redactie. „Iedereen probeert te achterhalen wie het is.”

Niet alleen vanuit het pro-Trump-kamp, maar ook vanuit media die níét als Trumpvrienden bekendstaan klinkt kritiek op het stuk. De krant zou een pr-stunt hebben gepubliceerd, betoogt mediacolumnist Erik Wemple in The Washington Post. „Mr. Hoge Functionaris krijgt de volle distributiekracht van The New York Times cadeau om een hele ploeg medewerkers een nieuw imago te bezorgen. Niet langer zijn ze degenen die een dwaze en wispelturige president faciliteren. Het zijn nu de meest waardevolle en gewaardeerde patriotten van het land. Woensdag noemde de president het een ‘laffe’ exercitie. Daar zul je van mij geen commentaar op horen.”

Publiceerde de Times pr voor een medewerker die in veilige anonimiteit zijn straatje probeert schoon te vegen? Mediacolumnist Amol Rajan van de BBC reageert: „Wat dan nog? Er is niks mis met opiniestukken die lawaai maken en het profiel versterken van een bepaalde club.”

    • Reinier Kist