Irakezen zijn ondrinkbaar water in rijke olie-regio beu

Rellen in Basra

Het geduld van de bevolking in Basra en elders met de politieke klasse is op. Ondertussen is het parlement een toonbeeld van verdeeldheid.

Iraakse demonstranten tijdens een protest nabij het gebouw van de gouverneur in Basra donderdag. Foto Essam al-Sudani/Reuters

Bij hernieuwde straatprotesten in Zuid-Irak zijn deze week zeker zeven doden gevallen en tientallen gewonden. In Basra, de op een na grootste stad van Irak, is het gebouw van de gouverneur in brand gestoken. De demissionaire premier Haider al-Abadi heeft een onderzoek bevolen naar aantijgingen dat de oproerpolitie met scherp heeft geschoten op de betogers.

Directe aanleiding voor het protest is dat duizenden mensen ziek zijn geworden door vervuild drinkwater. Dat is niet voor het eerst. Drinkbaar water was al een van de eisen toen in juli dit jaar straatprotest losbrak in Basra.

De watervoorziening in Basra lijdt onder decennia van verwaarlozing. Volgens Asaad al-Eidani, de gouverneur van Basra, is het drinkwater in de stad ‘niet geschikt voor menselijke consumptie’. Het heeft een hoog zoutgehalte, en er is besmetting van het drinkwater door rioolwater.

Maar de waterkwestie is slechts het topje van de ijsberg. De mensen in Basra zijn het vooral beu dat zij in een regio wonen die wel het gros van de Iraakse olieproductie levert maar waar de basisbehoeften niet vervuld zijn: behalve het water is ook de elektriciteitsvoorziening in Basra problematisch.

De betogers in Basra en elders in het land – in Bagdad wordt al sinds jaren elke vrijdag betoogd – leggen de schuld daarvoor bij de wijdverbreide corruptie onder de politieke klasse die het land bestuurt sinds de Amerikaanse invasie van 2003.

In mei van dit jaar stuurden de Iraakse kiezers al een sterk signaal dat zij de corruptie niet langer pikken. Hoewel de opkomst laag was, gingen de meeste stemmen naar de lijst Saeroon, die specifiek campagne had gevoerd rond het corruptie-thema. Saeroon is een coalitie van de communistische partij van Irak met Moqtada al-Sadr, de populaire shi’itische religieuze leider die in 2004 de oorlog verklaarde aan de Amerikaanse bezetter.

De voorbije jaren heeft al-Sadr zich met succes opgeworpen als de verdediger van de gewone Irakees tegen de corrupte politiek klasse. In 2016 bracht hij al een miljoen mensen op de been voor een mars naar de Groene Zone, het streng beveiligde gebied in Bagdad waar veel ministeries en ambassades zijn gevestigd.

Sadrs electorale succes heeft de kaarten grondig door mekaar geschud, en Iraks politici zijn er sinds de verkiezingen van mei nog niet in geslaagd om een nieuwe regering te vormen. Pas deze week maandag kwam het nieuwe parlement voor het eerst samen. Het werd meteen weer ontbonden omdat de parlementariërs het niet eens werden over wie nu het grootste blok vormt in de volksvertegenwoordiging.

Twee politieke blokken claimen de zetelmeerderheid te hebben. Het ene blok is dat van Moqtada al-Sadr en demissionair premier Abadi. Het andere wordt gevormd door ex-premier Nouri- al-Maliki en Hadi al-Ameri, de aanvoerder van de in oorsprong shi’itische volksmilities die in 2014 werden opgericht om Bagdad te verdedigen tegen Islamitische Staat.

Het politiek gekibbel in Bagdad heeft ook internationale repercussies. Abadi heeft de steun van Washington, terwijl al-Ameri wordt gezien als de kandidaat van Iran. Al-Sadr is fervent anti-Amerikaans maar als Iraaks nationalist is hij ook fel gekant tegen de Iraanse bemoeienis in Irak.

Abadi’s grootste prestatie is dat hij erin geslaagd is zowel de VS als Iran te vriend te houden. Dat ging goed toen beide landen een gemeenschappelijk belang hadden bij de strijd tegen IS. Maar het is een moeilijker oefening nu IS voorlopig is verslagen, én de regering-Trump nieuwe sancties afkondigde tegen Teheran. Die sancties worden gevoeld in Irak, waar de economie nauw verbonden is met die van Iran, en ze hebben Abadi in een lastig parket gebracht.

Toen Abadi in augustus zei dat hij zich met tegenzin zou schikken in de sancties, was het protest zo groot dat hij enkele dagen later moest terugkrabbelen. Irak gaat nu alleen de handel met Iran in dollars opschorten, en als gebaar van goede wil gaat Bagdad de prijs verlagen voor visa voor Iraanse pelgrims die shi’itische heilige plaatsen in Irak willen bezoeken.

    • Gert Van Langendonck