Een uur Sneijder nog, dat was het

Nederlands elftal Wesley Sneijder nam in de Arena afscheid van Oranje. Van Peru werd gewonnen (2-1), dankzij een late goal van Memphis Depay.

Het is klaar, gedaan. Wesley Sneijder was al international af, het afscheid volgde donderdag in de Johan Cruijff Arena in een quasi-serieuze oefeninterland tegen Peru die met 2-1 gewonnen werd door Oranje.

Sneijder, hij speelde een uur, ergerde zich zichtbaar aan het tijdrekken van de Peruaanse keeper, gebrand als hij was om nog één keer wat laten zien. Je hoopt op iets geniaals – ijdele hoop natuurlijk. Sneijders afscheid betekende het eerste Oranje-optreden sinds 1981 van een speler die buiten Europa zijn brood verdient, zo uitzonderlijk was de geste om een in Qatar afbouwende 34-jarige nog eenmaal op te roepen.

Maar hij verdient het – als iets hem kenmerkte naast zijn uitmuntende kwaliteiten was het de onverzadigbaarheid waar het Oranje betrof. Nu 134 interlands, wat een record. Zijn entree als basiskracht in het Nederlands elftal markeerde in 2003 een breuk – en nu moet uit zijn schaduw een nieuwe spelmaker opstaan. Eén bestand tegen de fysieke vereisten van modern topvoetbal, dat was Sneijder natuurlijk al jaren niet meer.

Bondscoach Ronald Koeman had het middenveld volgepakt met nuttige krachten, en dus Sneijder. Kevin Strootman, Georginio Wijnaldum, Ruud Vormer. Ontdaan van brille, verstoken van ideeën. Verder drie man achterin, twee flankbestrijkers – Ryan Babel en Kenny Tete, – met Memphis Depay voorin. Het is oefenen voor Frankrijk, de eerste Nations League-confrontatie in Stade de France zondag. Een jaar na de 4-0 daar, die schrijnende demonstratie van de onmetelijke achterstand op de later wereldkampioen. Koeman gaat het anders doen dan zijn voorganger Dick Advocaat; gefortificeerd dit keer. We zullen zien.

Na vijf minuten tegen Peru verslikte Daley Blind zich in zijn tegenstander, die hem daarna twee keer dolde en de bal panklaar legde. Een onbegrijpelijke misser volgde van Miguel Tranco, maar kort daarna was er uit een hoekschop de kopbal van Pedro Aquino: 1-0. Een eerste kansje - mocht het een keer? - voor het Nederlands elftal werd tegen Peru gecreëerd na ruim een halve helft doffe ellende. Depay had een handigheidje en na een eentweetje vond hij bjina Babels roodgekleurde kruin voor het doel van Peru.

Het was een wedstrijd, aldus Koeman vooraf, voor „1: het Nederlands elftal en 2: Wesley Sneijder”. En vooruit dan, 3: het debuut van Frenkie de Jong, na rust. Op weg naar grootste dingen, vermoeden velen. De Johan Cruijf Arena, voor tweederde gevuld, veerde er van op en zijn assist op Depay was van schone eenvoud. Hoogtepunt hoor, tevens het laatste moment van Sneijder als international. Wisseling van de wacht? Te vroeg voor dat soort kreten.

Sneijders interlandcarrière sleepte zich voort tot diep in de misère waarin Oranje via bondscoaches Guus Hiddink en Danny Blind was beland. Hij nam het voor die twee op, met een opmerkelijke uithaal in een aantal afscheidsinterviews over de vele afmeldingen van internationals – „als ze last hadden van een pink of een teen, belden ze al af” – in het recente Oranje-verleden. Hij ging zelf nog doodziek mee op een oefentrip naar Australië, zei hij.

Het is leeg na Sneijder, maar dat was het ook al een tijd mét hem. Met de gedrongen Utrechter verdwijnt ook een beetje straat uit Oranje; in voetbal en gedrag. Koeman, gevraagd of hij iets Sneijder-achtigs ziet gloren aan de horizon, zei maandag: „We weten allemaal dat er posities zijn waar we wel hele goede spelers en grote talenten hebben, en posities waar dat wat minder is.” Verdedigers van zolangzaamaan wereldklasse, maar verder naar voren?

De 2-1 voor Depay viel, in deze ceremoniële pot voetbal voor Sneijder. Opgeleefd in Frankrijk draagt Depay nog altijd de belofte in zich als iemand met iets speciaals, met wapens. Flikkerende lichtpuntjes zijn het voor Oranje, bij het afzwaaien van de kleine reus voor wie het vuur voor het Nederland altijd brandde. Tot zover, Wesley Sneijder.

    • Bart Hinke