‘Een kunstenaar kan een tweede dood sterven’

Kunstmarkt Hoe ga je als kinderen van een beroemde kunstenaar om met de nalatenschap van je vader of moeder? Daarover boog een internationale groep erfgenamen zich op een symposium in Berlijn.

De schilder Frank Bowling thuis in zijn atelier in Brixton. Foto Eamonn McCabe/ Hollandse Hoogte/ Camera Press

Hoe kunnen we zijn oeuvre, zijn films, foto’s en brieven, het best voor de toekomst bewaren, vraagt Hella Wenders, nicht van de Duitse filmregisseur Wim Wenders (73), zich af. Vesta Kroese, dochter van de in 2001 overleden Haagse schilder Ad Kroese, verzucht dat ze soms wanhopig is omdat ze niet weet hoe ze de erfenis van haar vader zou moeten managen. En Ben en Sacha Bowling, zoons van Frank Bowling, vertellen dat het een hele uitdaging is om samen met hun vader uit te zoeken hoe ze het beste met zijn nalatenschap kunnen omgaan. De in Guyana geboren Britse kunstenaar Frank Bowling krijgt volgend jaar mei een belangrijke solotentoonstelling in Tate Modern en hij is 84 – dan is het stilaan wel zaak om als familie een koers te gaan bepalen. Maar hoe voer je zo’n gesprek met iemand die nog elke dag in zijn studio staat te schilderen en weinig zin heeft om over dit soort zakelijke dingen na te denken?

Op de eerste ochtend van de driedaagse workshop over Artist’s Legacy Planning zit een internationaal gezelschap op klapstoeltjes in een grote kring bij elkaar in een voormalig pakhuis in Berlijn-Mitte. De deelnemers zijn afkomstig uit de hele wereld, van Dubai en Pakistan tot Duitsland, Brazilië en de Verenigde Staten. Voornamelijk dochters, zonen en kleinkinderen van oudere of inmiddels overleden kunstenaars. Er zijn ook kunsthandelaren aanwezig, zoals Kara Vander Weg, directeur van de Gagosian Gallery aan Madison Avenue in New York, die onder andere de nalatenschappen van Andy Warhol en Jean-Michel Basquiat vertegenwoordigt.

De workshop is georganiseerd door The Institute for Artists’ Estates, in 2016 opgericht door Loretta Würtenberger en haar echtgenoot Daniel Tümpel. Würtenberger, van huis uit jurist en ooit de jongste rechter van Duitsland en Tümpel, een voormalig bankier, waren al langer werkzaam in de kunstwereld. Ze kregen het idee voor het instituut nadat de vader van Tümpel in 2009 was overleden. „Hij was kunsthistoricus en had zich ontfermd over de nalatenschap van zijn vader, Wolfgang Tümpel, die zilversmid en industrieel ontwerper aan het Bauhaus in Weimar was”, vertelt Würtenberger. „Toen Daniel de taak kreeg die portfolio’s en kratten vol kunstwerken van zijn grootvader te beheren, had hij eigenlijk geen idee wat hij ermee moest. We merkten hoe moeilijk het is om iets waarmee je emotioneel verbonden bent, op een zakelijke manier te benaderen.”

Ze gingen op zoek naar informatie, naar tips, naar case-studies, maar vonden die maar moeizaam. Wat ze tegenkwamen was gefragmenteerd; de een kon hen iets vertellen over juridische details, de ander had verstand van een specifiek deel van de kunstmarkt, weer een ander had de expertise het werk te taxeren.

Een jaar later, in 2010, begonnen Würtenberger en Tümpel de Stichting Arp te adviseren, die de nalatenschap van de beeldhouwer Hans Arp (1886-1966) beheert. Arp had tijdens zijn leven grote exposities in onder andere het MoMA en het Guggenheim en won belangrijke prijzen voor zijn sculpturen. Hoewel Arp gold als een van de belangrijkste beeldhouwers van de twintigste eeuw, stagneerde zijn markt in de jaren tachtig en negentig en nam de belangstelling van musea af.

„Een kunstenaar kan zo een tweede dood sterven”, zegt Würtenberger. Ze wisten zijn oeuvre te revitaliseren door een grote showroom in Berlijn te openen waar curatoren zijn werk persoonlijk konden komen bekijken. Door gul uit te lenen aan musea, wetenschappelijke onderzoekers uit te nodigen over zijn werk te publiceren en zijn werk onder te brengen bij onder andere topgalerie Hauser & Wirth, speelden ze zijn werk opnieuw in de kijker. De prijzen voor Arps werk stegen, musea over de hele wereld tonen het nu weer in grote solo’s – in 2016 presenteerde het Kröller-Müller Museum nog een groot overzicht. In 2019 is er een solo in de Peggy Guggenheim Foundation in Venetië.

Testamenten en copyright

Inmiddels beheren en adviseren Würtenberger en Tümpel een tiental estates en hebben ze hun ervaring en kennis in het instituut gebundeld. In deze driedaagse workshop in Berlijn vertellen juristen over testamenten, copyright, de fiscus, rechtsvormen. Een conservator geeft advies over hoe kunstwerken het best bewaard kunnen worden. Andrea Theil, hoofd catalogue raisonné van de Roy Lichtenstein Foundation, is ingehuurd om haar kennis en ervaringen te delen. Chris Dercon, voormalig directeur van Museum Boijmans Van Beuningen en Tate Modern, vertelt over zijn haat-liefdeverhouding met estates. „Soms heb je als museum te maken met allerlei partijen die zich overal mee willen bemoeien. Kinderen, weduwen, assistenten, minnaars. Allemaal denken ze het beste te weten hoe het werk van een kunstenaar in een museum gepresenteerd moet worden. Laat dat. Een curator moet zijn eigen ding kunnen doen.”

Maak een onderscheid tussen de kunstenaar, zijn oeuvre en zijn nalatenschap, zegt ook Würtenberger. „Dat zijn drie heel eigen entiteiten. De kunstenaar is niet identiek aan zijn oeuvre. Zijn werk gaat een eigen leven leiden zodra het de studio verlaat. In de kunstwereld gelden krachten waar je als kunstenaar niet veel invloed meer op hebt. Hetzelfde geldt voor een nalatenschap. Soms was een oeuvre in zijn eigen tijd belangrijk – maar blijkt die rol nu veranderd. Niet alleen het leven van een kunstenaar is eindig, soms is een oeuvre dat ook. Dat moet je onderzoeken.”

Je neemt een hele verantwoordelijkheid op je schouders, zegt ze, als je besluit het beheer van een nalatenschap aan te gaan. „Het is goed erover na te denken of de familie wel de juiste partij is voor een dergelijke taak. Alleen ‘familie-zijn-van’ is in elk geval niet de enige kwalificatie die je moet hebben. Als een van de taken van kunst is om chaos in de orde aan te brengen, dan is de taak van een estate het omgekeerde: die moet zorgen voor overzicht en structuur. Een estate kan een grote speler zijn op de kunstmarkt. Zoiets leid je niet even vanuit je huiskamer. Je moet echt een manager zijn. Je ziet dat verschillende estates daarom kiezen voor een andere partij dan familie om de zaken te regelen.”

In haar boek, The Artist’s Estate, dat in 2016 verscheen, haalt ze een paar voorbeelden aan. Zo leidde voormalig museumdirecteur Richard Calvocoressi tien jaar lang de Henry Moore Foundation en kreeg Michael Ward Stout als goede vriend de leiding over de Robert Mapplethorpe Foundation.

Wat ook een rol speelt is, zo legt Würtenberger uit, is dat de kinderen vaak zelf rond de veertig, vijftig zijn als hun vader of moeder komt te overlijden. Een leeftijd waarop ze hun eigen leven hebben, met een eigen gezin en een baan. Die ouder, waarvan ze zich meestal los hebben gemaakt, komt dan ineens weer heel dichtbij, met al zijn werk, zijn geschiedenis, zijn persoonlijke spullen en documenten. En kunstenaars zijn niet altijd de beste ouders geweest. Geconcentreerd als ze waren op hun werk, schoot de rol van ouder er nogal eens bij in. Het gezin kwam, om het maar eufemistisch te zeggen, niet altijd op de eerste plaats.

Würtenberger: „Soms hebben kinderen het daar in hun jeugd moeilijk mee gehad. Nu worden ze weer geconfronteerd met emoties uit die tijd. Als je besluit dit avontuur aan te gaan, moet je betrokken zijn, anders kan je je werk niet goed doen. Tegelijkertijd moet je afstand nemen, je losmaken van die ouder-kindrol. Je ziet vaak dat kinderen die een estate beheren het niet meer hebben over vader of moeder, maar dat ze hun ouder bij naam noemen. Rainer Judd, die de nalatenschap van haar vader beheert, spreekt over Donald Judd, niet over ‘mijn vader’.”

Complexe familiesituatie

Ook de Britse broers Ben (55) en Sacha Bowling (53) noemen hun vader Frank. Ze groeiden los van hun vader en apart van elkaar op, met ieder hun eigen moeder, de een in Londen, de ander in de Midlands, en leerden elkaar pas als tiener kennen. De complexe familiesituatie weerhield hen er niet van samenwerking te zoeken met The Institute for Artists’ Estates, vanuit hun wens de situatie zo goed mogelijk voor hun vader, zijn oeuvre en de rest van de familie te willen regelen. Geen sinecure. „Frank is de makkelijkste niet”, zeggen zijn zoons lachend.

De deelnemers vertellen elkaar op de laatste dag hoe waardevol ze het vinden dat ze elkaar hier hebben ontmoet. „Het geeft steun als je ziet dat andere families tegen dezelfde zaken aanlopen”, zegt een van hen, die liever niet met haar naam in dit artikel wil omdat ze in allerlei rechtszaken verwikkeld is omtrent diefstal en vervalsingen van de schilderijen van haar Griekse vader.

Vesta Kroese, dochter van Ad Kroese: „Door de ontmoetingen en discussies hier krijg ik meer overzicht en inzicht. Het is complex en gelaagd. Soms word ik er radeloos van, maar de toenemende vraag naar het werk van mijn vader over de jaren geeft me moed.”

    • Rianne van Dijck