Recensie

De mooiste kont van alle grote middenklassers

vindt de Peugeot 508 een ongelofelijk goed rijdende auto, een genot. Maar hij vraagt zich af: voor wie?
De nieuwe Peugeot 508 GT bij PSA Nederland. Foto Merlijn Doomernik

De Franse sedan, nu bijna dood, was ooit een elegante auto met vier deuren en een ruime kofferbak. De Fransen hadden er het liefdevolle woord berline voor. Het waren bescheiden en in hun stijlvolle terughoudendheid chique familiewagens. De bestuurder was de Francofiele vader van drie kansrijke kinderen op de ruime achterbank, die nu waarschijnlijk Volvo rijden.

De Duitse tegenpolen van Ford en Opel staken bij die Franse adel af als houten klazen. In sociocultureel perspectief scheidde de berline de bokken van de schapen. In een Opel reed de CDA-boekhouder die de Bijbel en de Grote Oosthoek-encyclopedie verslond; in een berline Joop den Uyl, die zijn Ter Braak en Du Perron van buiten kende.

De mooiste berlines waren van Peugeot. Ouderen zullen zich de 505 en 605, de 405 en 406 herinneren, slank getekende maar royale gezinsauto’s waarmee deugdelijk Nederland beschaafd naar Frankrijk kon, één met de wenscultuur. Schreeuwerige marketingcampagnes waren het merk vreemd. Kalm zette Peugeot de evolutionaire puntjes op de i. De 406 was een betere auto dan de 405.

Daarna kwam de klad erin, zowel in technisch als esthetisch opzicht. Mijn theorie is dat de opkomende designgekte Peugeot naar een acute stijlcrisis voerde, die het ertoe bracht voorheen terughoudend geserveerde eigenschappen binnenstebuiten te keren. De chique eenvoud verkeerde in geforceerde extravagantie, de Franse eigenzinnigheid werd parodie. De gekunstelde, onevenwichtige 406-opvolger 407 was geen betere auto dan zijn voorganger. De futloze 508, die de 407 opvolgde, was geen beter ontwerp dan de 407. Diagnose achteraf: twee keer heeft Peugeot zijn introverte charmes ijdel uitvergroot, twee keer mislukte het. Heeft het er lering uit getrokken?

Dat was wel de bedoeling. Je weet niet wat zich in de boardrooms van het PSA-concern heeft afgespeeld, maar zeker is dat iedereen in koor riep: we bouwen nu een 508 om nooit te vergeten. We gaan een dáád stellen.

Daar staat hij dan. In Monte Carlo uiteraard, home of the brave. Voor een groot scherm in een verduisterd zaaltje geeft een Peugeot-man 508-college. Hij zegt: we hebben een halfjaar gestudeerd op de morfologie van de auto. Morfologie: de leer van vorm en bouw. Doelt hij op de Peugeot-grammatica? Nee, hij bedoelt een stijl die maakt dat niemand het product verwart met een VW Passat of Ford Mondeo. Hij bedoelt: we hebben nu het pronkjuweel dat niemand heeft.

Pauwenval

Ze zijn dus voor de derde keer in de pauwenval getrapt. Alleen is het met de vorm ditmaal goed afgelopen. De 508 is een prachtige, coupé-achtige auto met de mooiste kont van alle grote middenklassers op de markt. Die vunzige dikke uitlaatpijpen snap ik best. Het publiek is niet meer Joop den Uyl, het is de tegen BMW en Volvo aanschurkende leaseman die zijn 508 gaarne zo min mogelijk op een Peugeot ziet lijken. Dit is trouwens geen sedan meer, maar een vijfdeurs in sedanvermomming; op de plaats van de kofferklep zit een vijfde deur die scharniert bij de daklijn. Je mag hopen dat de drie pubers op de achterbank geen groeihormonen slikken. Het is allemachtig krap daar. Zelfs ik kan er met mijn één meter tachtig nauwelijks rechtop zitten. Peugeot zal zeggen: wie een echt grote auto wil, die koopt maar een van onze SUVs, de 3008 of 5008. Maar waarom dan nog een familiebak die het alleen in schijn is?

Voor de aandacht. Dit is de zoveelste gehaaide sportsedan. Daar moeten de rijeigenschappen natuurlijk bij aansluiten. Peugeot zegt dat hij hard kan. Dat ga ik uit pure meligheid dan maar eens uitproberen in de bergen boven Nice. Daar komt zijn ware aard briljant naar boven. Wat een ongelofelijk goed rijdende auto is dit met dat malle kleine stuurtje en zijn adaptieve onderstel. Man, wat een genot. Alleen: voor wie?

37.000 euro kost de goedkoopste 508 met een diesel die geen mens meer wil en zonder adaptieve demping; de instapversie met benzinemotor gaat al ruim over de veertig heen. Daar heb je een BMW 3-serie voor, sinds 2015 op de markt en niet helemaal okselfris meer, maar wel de benchmark in zijn klasse en de echte premium-sedan die de Peugeot niet is, al zou hij alle kwaliteiten hebben. Die moet hij eerst bewijzen in het SUV-tijdperk dat toch zijn laatste uur wordt. Wie zich tot dat avontuur laat overhalen neemt een dure gok.

    • Bas van Putten