Artsen adviseren grote terughoudendheid bij afnemen geslachtscellen overledenen

Postmortale conceptie is mogelijk, maar wettelijk beperkt geregeld, schrijven artsen. De Kamer debatteert donderdag over medisch-ethische dilemma’s.

Foto iStock

Embryologen en gynaecologen adviseren “zeer terughoudend” te zijn bij het verkrijgen van zaad- en eicellen van overleden of comateuze personen. Dat schrijven de artsen in een herziene versie van het Modelreglement Embryowet, een richtlijn voor zorgverleners over hoe nieuwe medische technieken in de praktijk gebruikt kunnen worden.

Het is voor het eerst dat gynaecologen en embryologen hun opvatting hierover vastleggen. Het herziene Modelreglement verscheen vorige week, maar de betreffende passage bleef tot nu toe onopgemerkt. De Volkskrant berichtte er deze donderdag over.

Bij postmortale voortplanting vindt bevruchting plaats met geslachtscellen van een overleden persoon. Dat kan met ei- en zaadcellen, maar in de praktijk gaat het altijd om zaadcellen: het is technisch niet goed mogelijk om eicellen na het overlijden weg te nemen. De artsen adviseren hierin terughoudendheid, zeker bij het ontbreken van schriftelijke toestemming. “Dan is er geen plaats voor het postmortaal verkrijgen van geslachtscellen.”

Als hij chemotherapie moet ondergaan, krijgt redacteur Lucas Brouwers te horen dat hij zaad kan laten invriezen. Dat roept veel vragen op.

Het na het overlijden afnemen van geslachtsmateriaal voor voortplanting is een relatief nieuwe, maar weinig voorkomende behandeling die op dit moment “wettelijk beperkt” geregeld is, schrijven de artsen. Het was al wel toegestaan en mogelijk om na de dood met eerder afgenomen geslachtscellen een zwangerschap tot stand te laten komen, mits daarvoor schriftelijke toestemming was verleend.

Het modelreglement noemt postmortale conceptie moreel aanvaardbaar, maar stelt dat iedere zorgverlener voor zichzelf moet beslissen om er aan mee te werken. Naast juridische aspecten, moeten ook psychosociale aspecten gewogen worden door zorgverleners, schrijft het reglement voor: het kind groeit immers op zonder een van zijn of haar ouders en de rouwverwerking kan invloed hebben op het besluit tot postmortale bevruchting. Een doorverwijzing naar een psycholoog en een rustperiode van een jaar na het overlijden en de start van de vruchtbaarheidsbehandeling lijkt verstandig, luidt het advies.

Snelle innovaties

Het modelreglement, dat op verzoek van voormalig minister van Volksgezondheid Schippers geactualiseerd werd vanwege de snelle technologische innovaties, bevat standaardovereenkomsten die in de dagelijkse praktijk gebruikt kunnen worden door klinieken. Het reglement, opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en KLEM, de beroepsvereniging voor embryologen, moet praktische handvatten geven aan de embryowet die in 2002 van kracht werd.

De herziene versie werd vorige week door de huidige minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge (CDA), naar de Kamer gestuurd. De Tweede Kamer debatteert deze donderdag over medisch-ethische dilemma’s.

    • Rik Wassens