‘Zolang je maar genoeg betaalt, is blijkbaar alles toegestaan’

Schikking Volgens de minister en het OM biedt een schikking zoals die met ING ‘eenzelfde resultaat’ als een rechtszaak. Dat valt te bezien.

Ondanks de toegenomen transparantie van het OM houdt een schikking de geur van een deal. Foto Merlin Daleman

De schatkist vaart er wel bij, maar hoe zit het met het rechtsgevoel? Sinds 2008 konden meer dan honderd bedrijven en personen via een zogeheten hoge transactie met het Openbaar Ministerie strafrechtelijke vervolging afkopen, zo blijkt uit een inventarisatie van NRC. In totaal werd daar bijna 1,9 miljard euro mee opgehaald. De 775 miljoen euro die ING deze week overmaakte, is goed voor 41 procent daarvan.

Jarenlang konden criminelen ongestoord hun geld via Nederlandse ING-rekeningen laten lopen omdat de bank zijn controlemechanismen niet op orde had. En hoewel de verantwoordelijke hoofdofficier van het Openbaar Ministerie (OM) in een interview met NRC uitlegde dat deze schikking „zonder twijfel effectiever” is dan een rechtszaak, lijkt lang niet iedereen het daarmee eens.

„Zolang je maar genoeg betaalt, is blijkbaar alles toegestaan”, reageerden lezers. „Geen Day in Court. … Waarom mogen wij niet precies weten hoe het nu zit?” Op sociale media, via lezersbrieven en bij praatprogramma’s op tv: opnieuw laait de discussie over het afkopen van strafvervolging op. En dat terwijl men bij het OM na kritiek zo hard heeft geprobeerd om de schikkingspraktijk te verbeteren.

Dinsdag werd zowel een persbericht, een feitenrelaas van 24 pagina’s én de schikkingsovereenkomst gepubliceerd. Ook gaf de hoofdofficier interviews ter verdediging: een schikking is sneller dan een jaren slepende rechtsgang en in tegenstelling tot de rechter kunnen wij wél een verbeterprogramma afdwingen.

Lees ook het interview met Margreet Fröberg, Hoofdofficier van Justitie: Schikking ING is beter dan proces

Dader ING trok zelfs het boetekleed aan. ‘Ja, wij erkennen dat dit gebeurd is en dat wij daarmee tekort zijn geschoten’, zei de bank met zoveel woorden. Bijna als een bekentenis in de rechtbank.

Hoe anders was dat vijf jaar geleden, toen Rabobank een grote schikking trof in verband met de Libor-fraude. In de geheime overeenkomst met het OM, waaruit televisieprogramma Zembla dit voorjaar publiceerde, was de zin opgenomen: „Rabobank erkent geen schuld aan ook maar enig strafbaar feit.”

Schikkingen met verdachten die geen schuldbesef hebben, zijn voortaan uit den boze, zei minister Ferdinand Grapperhaus (CDA) van Justitie en Veiligheid vervolgens in antwoord op Kamervragen. Grapperhaus verdedigde het fenomeen schikking overtuigd. Bedrijven kun je immers geen gevangenisstraf opleggen. En als er ook geen personeel strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden, biedt een schikking „een zelfde resultaat” als een rechtszaak.

Maar of het resultaat echt hetzelfde is? Het valt te bezien. Er blijven grote verschillen met een openbare rechtszaak.

  1. Het rechtsgevoel

    Ondanks de toegenomen transparantie van het OM houdt een schikking de geur van een deal.

    Daardoor kunnen critici blijven spreken van klassenjustitie: de grote bedrijven kopen hun fouten af met een zak geld en een verbeterprogramma, terwijl de bijstandsfraudeur wel voor het hekje wordt gebracht. Diezelfde critici redeneren: als ING mag schikken, laat het dan wel tegen een hoge prijs zijn. Maar hoewel de 775 miljoen euro die ING betaalt een record is in de Nederlandse schikkingspraktijk, is het slechts een achtste van de verwachte jaarwinst van de bank. Op aandeelhouders maakte het nieuws klaarblijkelijk weinig indruk. De koers van het aandeel daalde op de schikkingsdag namelijk ‘maar’ 1,2 procent.

  2. Transparantie

    Bij elke schikking met een groot bedrijf, of het nu Rabobank is, SBM Offshore of Ballast Nedam, zegt het OM dat er niet is onderhandeld. Ook voor ING gold dat het slikken of stikken was. Tekenen bij het kruisje, anders volgde alsnog een dagvaarding.

    Minister Grapperhaus was dit voorjaar tegenover de Kamer even stellig. Wel worden er „zienswijzen uitgewisseld” en mag het bedrijf het persbericht en feitenrelaas „op feitelijke onjuistheden controleren”. Welke invloed het bedrijf dus precies heeft? We wéten het niet. Het gebeurt niet in het openbaar. Er zijn geen getuigen of verslagen van de gesprekken die de partijen hebben gevoerd.

  3. Informatie

    Het feitenrelaas over ING beslaat 24 pagina’s. Daar staat veel in over de misstanden bij ING, maar veel ook niet. ING heeft structureel de wet overtreden en zich schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten. Tot die conclusie komt het OM nadat het de rol van ING bij vier afzonderlijke witwaszaken heeft onderzocht. De zaken worden globaal beschreven en slechts een ervan wordt met naam genoemd: de omkoping van de Oezbeekse presidentsdochter door telecomprovider Vimpelcom. Bij een gang naar de rechter waren de drie andere zaken én veel meer details over de fouten openbaar geworden.

    ING heeft als systeembank dramatisch verzaakt om het financiële stelsel te beschermen tegen misbruik. Lees hier de analyse over de fouten die de bank maakte.
  4. De rechtsgang

    Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, wees enkele jaren geleden al op het gebrek aan transparantie bij schikkingen. Hij vroeg toen ook aandacht voor het recht van een verdachte op een eerlijk proces. „Het is de strafrechter die bij uitstek geschikt is” om die twee te waarborgen, schreef hij in het jaarverslag.

    Een officier van justitie die in het openbaar zijn zaak moet bewijzen, een verdachte die zich in het openbaar verweert en de burger die dat vanaf de publieke tribune kan waarnemen. Het idee dat het recht niet alleen zijn loop heeft, maar dat dat ook gezien kan worden, is een belangrijk principe in de rechtsstaat. Juist bij een verdachte als ING, die niet alleen 8 miljoen Nederlanders als klant heeft, maar als systeembank ook invloed heeft op de levens van alle andere Nederlanders, zou dat een argument voor een rechtszaak kunnen zijn.

    • Hanneke Chin-A-Fo
    • Camil Driessen