Wie vult de pot van de verlaten centrale?

Kerncentrale Dodewaard

De staat acht de reserves voor de ontmanteling van kerncentrale Dodewaard onvoldoende. Volgens de eigenaars is er geld genoeg.

In de gesloten kerncentrale in Dodewaard werken nog drie mensen, voor controle en onderhoud. In de centrale hebben ze een dienstruimte. Foto’s Merlin Daleman

De stemmige grijze wanden van de controlekamer van de kerncentrale zijn bekleed met stroomschema’s, lampjes, honderden analoge metertjes, net als de bedieningstafel ervoor. Toen de kerncentrale in Dodewaard opende in 1969 was dit hightech, nu lijkt het een filmdecor. Sitemanager Dick Kers tikt op een knop. „Zo kon je een regelstaaf laten zakken.” De noodknop zat ernaast, maar „die is weggehaald”.

Vijftig jaar geleden had kernenergie de toekomst. Aan de groene uiterwaarden van de Waal verrees bij het Gelderse dorpje Dodewaard de eerste kerncentrale van Nederland, vier jaar eerder dan zijn grote broer in het Zeeuwse Borssele.

De glorie van Dodewaard is al lang verleden tijd. De centrale werd in 1997 stilgelegd en nu is die het strijdpunt geworden tussen de overheid en de huidige eigenaren. De twist gaat over de ontmanteling van de centrale in 2045. De kosten worden op zo’n 160 miljoen euro geschat en de vraag is: wie gaat dat betalen? Daarover zijn de overheid en de aandeelhouders (Uniper, Engie, Nuon en EPZ) al jaren in een strijd verwikkeld. Gesprekken zijn nu op niets uitgelopen en een lange rechtszaak wacht.

De discussie is ook van belang voor de grotere centrale in Borssele waarvan de ontmanteling in 2033 op het programma staat. Kosten daarvoor zijn nu begroot op 600 miljoen.

Anno 2018 komt er zelden een buitenstaander in de centrale in Dodewaard. Het gevaarlijkste deel, de splijtstof van uranium en plutonium, is in 2005 afgevoerd. Toen werden ramen en deuren dichtgemetseld en begon het grote wachten. Het reactorvat is vanbinnen nog zwaar radioactief en in waterleidingen zit radioactieve roest. In 2045 zal die straling tot een veilig niveau zijn afgenomen, en vindt de definitieve ontmanteling plaats. „Daarna kunnen de koeien hier gewoon weer lopen”, zegt Kers lopend langs de Waal. „Alsof er nooit een centrale heeft gestaan.”

Lees ook: ‘Kernafval voor eeuwig opslaan in diepe kleilaag’

De noodcondensor boven de reactor. Foto Merlin Daleman
De kernenergiecentrale werd in 1997 buiten bedrijf gesteld. Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
De voormalige controlekamer. Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman

Opgescheept met plutonium

Voor de ontmanteling is tussen 1969 en 1997 geld opzij gelegd door Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland (GKN), de eigenaar. Die was destijds, zoals alle energiecentrales, indirect in handen van provincies en gemeenten.

Rond de eeuwwisseling zijn de centrales geprivatiseerd, ook het toen al gesloten Dodewaard. Zo kwam GKN, inclusief zijn spaarpot voor de ontmanteling, uiteindelijk in handen van de huidige energiebedrijven Uniper, Engie, Nuon en EPZ, onder de paraplu van de vennootschap NEA (Nederlands Elektriciteit Administratiekantoor).

Daar lag de bron van het conflict: bij de landelijke privatisering was het de bedoeling dat de aandelen van Dodewaard uiteindelijk in publieke handen zouden komen.

De regering vindt echter dat de aandeelhouders in de afgelopen vijftien jaar niet voldoende geld opzij hebben gezet. De pot is door beleggingen aangegroeid tot ruim 60 miljoen. Volgens GKN en NEA is dat over 27 jaar voldoende om de kosten, door henzelf geraamd op 160 miljoen euro, te dekken.

De staat is niet overtuigd. De ministeries willen nu niet inhoudelijk op de zaak wil ingaan, maar bevestigen dat de gesprekken gestaakt zijn.

De regering acht de potentiële financiële tegenvaller in 2045 groot: ambtenaren meldden tijdens de formatie aan de coalitiepartners dat de risico’s van Dodewaard de komende jaren tot zo’n 200 miljoen euro kunnen oplopen. En dat wellicht moet worden overwogen om de ontmanteling nu al te starten – nog vóór Borssele. Het kabinet wees de Tweede Kamer er bovendien meermalen op dat het principe „de vervuiler betaalt” recht overeind staat.

Een ambtelijke werkgroep voorzag voor 400 miljoen euro aan tegenvallers rond Dodewaard en Petten. Lees ook: Kamer niet ingelicht over extra kosten kernenergie

De aandeelhouders van Dodewaard vinden: zij zijn helemaal niet de vervuiler. De centrale produceerde van 1969 tot 1997 stroom. Doel van het Rijk en de regionale overheden was vooral om van de centrale te leren en er werd nooit één cent verdiend. Pas jaren na de sluiting kwamen de betrokken energiebedrijven in private handen en daar werden provincies en gemeenten goed voor betaald.

In 2017 dwong de staat via de rechter af om getuigen onder ede te horen. Het doel: meer duidelijkheid krijgen over de kosten, maar vooral over wat er, al sinds 1965, was afgesproken rond de aansprakelijkheid en de financiële banden tussen de kerncentrale en de energiebedrijven. Van allerlei vergaderingen van destijds bleken notulen onvindbaar. De staat bracht voor de rechtbank in Arnhem zelfs in dat NEA en GKN documenten overlegden die „deels onleesbaar” waren gemaakt.

Van verhoren kwam het nog niet, want later vorig jaar belandden de partijen toch weer om de tafel.

NEA bood de staat afgelopen juli per brief aan om 25 miljoen aan de reserves toe te voegen, waarna de staat de aandelen zou overnemen. NEA verwijt in die brief de overheid dat de toenmalige bewindslieden de Tweede Kamer „onvolledig en ten dele onjuist” informeerde door te stellen dat de huidige aandeelhouders – lees de energiebedrijven – de vervuilers zouden zijn.

De staat wees het aanbod af. „Nu zullen de getuigenverhoren wel worden opgestart”, verwacht commissaris bij NEA Rutger Schimmelpenninck, wat de staat bevestigt. De aandeelhouders van de centrale zitten er niet op te wachten. „Dit zal jaren duren, want deze zaak is juridisch onontgonnen terrein. En het is allemaal zo lang geleden. Een van de getuigen is inmiddels al overleden.”

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle