Vroeg of laat gaat ze tóch met verlof

Genderongelijkheid In Japan worden vrouwen, ondanks hervormingen, stevig gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. „Vrouwen worden niet vertrouwd.”

Een meerevenredige verdeling van zorgtaken, dat is wat de Japanse regering beoogt. Maar ondertussen worden Japanse vrouwen nog steeds tegengewerkt op de arbeidsmarkt. Foto Bloomberg

„Ik vermoed dat we onvoldoende in staat zijn geweest ons aan te passen aan de moderne samenleving, waarin vrouwen niet anders worden behandeld omdat ze vrouw zijn.” Met deze woorden betuigde de directeur van de gerenommeerde Tokyo Medical University vorige maand zijn spijt, nadat de Japanse krant Yomiuri Shimbun aan het licht bracht dat de universiteit vrouwelijke studenten benadeelt, door alleen mannelijke kandidaten bonuspunten toe te kennen bij het toelatingsexamen. Dat gebeurt al sinds 2006, gaf de universiteit toe. De aanname daarbij: vrouwelijke artsen gaan vroeg of laat toch met zwangerschapsverlof of stoppen met werken. Dan gaat de voorkeur uit naar mannelijke studenten.

Seksistische opmerkingen

Genderongelijkheid zit diep geworteld in de Japanse samenleving. Op een gendergelijkheidsranglijst met 144 landen van het World Economic Forum, uit 2017, stond Japan op plaats 114. Ook tussen de G8-landen presteert Japan op dit gebied het slechtst.

Intussen vergrijst het land, kampt het met een laag geboortecijfer en maken antimigratiesentimenten het voor buitenlandse werknemers moeilijk op de Japanse arbeidsmarkt. Bij zijn aantreden in 2012 als premier benadrukte Shinzo Abe daarom het cruciale belang van een hogere participatie van vrouwen, om de Japanse economie uit het slop te trekken.

Aan het begin van zijn presidentschap presenteerde hij zijn womenomics. Voor gezinnen waarin een van de twee ouders beneden een bepaald bedrag verdient, schafte Abe belastingvoordelen af. Er kwamen méér kinderdagverblijven en hij stelde tot doel dat vrouwen in 2020 ten minste 30 procent van de leidinggevende posities moeten bekleden.

Hoewel het niet helemaal duidelijk is in hoeverre dat is toe te schrijven aan het womenomics-beleid, gingen in de periode van 2012 tot 2017 twee miljoen vrouwen extra aan het werk – ruim tweederde van de drie miljoen mensen die werk vonden in Japan. Het streefcijfer van 30 procent vrouwen op leidinggevende posities is inmiddels echter teruggebracht naar 7 procent in de publieke sector, en 10 procent in de private sector.

Lees ook: Vrouwen naar de top? Succes in vijf stappen

Bovendien is het nog maar de vraag of met een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen ook hun positie op de arbeidsmarkt is verbeterd. Zo vertelt Machiko Osawa, hoogleraar arbeidseconomie aan Japan Women’s University in Tokio, dat een groot deel van die twee miljoen vrouwen enorm kwetsbaar is. „In Japan werken bijzonder veel vrouwen op flexibele contracten, vaak met een laag salaris en weinig verantwoordelijkheden.” En ook vrouwen mét een vast contract krijgen met allerlei vormen van discriminatie te maken, stelt Osawa. „Er zijn moderne bedrijven die meegaan met de tijd, maar er zijn ook veel conservatieve organisaties die nog altijd een groot onderscheid maken tussen mannen en vrouwen.”

Dat zit hem met name in de mogelijkheden om door te groeien: binnen veel bedrijven zijn de mogelijkheden voor vrouwen om zich via trainingen en cursussen op te werken beperkt. Zijn die er wel, dan zitten de extreem lange werkdagen, inherent aan de Japanse werkcultuur, veel vrouwen in de weg. Je komt eerder in aanmerking voor trainingen, cursussen en promotie wanneer je veel overwerkt. Maar werk combineren met ouderschap wordt dan onmogelijk – voor zowel mannen als vrouwen. Het gevolg: slechts één van de twee maakt carrière, en dat is meestal de man.

Ook hebben vrouwen nog altijd last van seksistische opmerkingen op de werkvloer, zegt Osawa. Zo solliciteerde de 24-jarige Yuka Hosomitsu, pas afgestudeerd in taalwetenschappen, onlangs bij een investeringsfonds. Ze vroeg waarom er zo weinig vrouwen werkten. „Degene met wie ik het gesprek had, zei dat het een mannenwereld was – vrouwen werden er niet vertrouwd. Ik kon als vrouw bijvoorbeeld niet langsgaan bij een klant.”

"Na de zwangerschap worden vrouwen meestal op een mommy track gezet"

Vrouwen die na hun zwangerschap willen terugkeren, krijgen het bovendien vaak zwaar te verduren, legt hoogleraar Osawa uit. „Na de zwangerschap worden ze meestal op een mommy track geplaatst. Dat komt neer op een minder uitdagende positie, meestal parttime. Eenmaal daar is het lastig om terug te keren naar de oude functie. Ze worden in feite ontmoedigd enige ambitie te hebben.”

Flexibele uren

De 31-jarige Minami Makino, werkzaam bij een bedrijf dat printers maakt, betwijfelt of Japan structureel gaat veranderen. „Mannelijke collega’s vinden het normaal om mij te vragen wanneer ik ga settelen, wanneer ik van plan ben kinderen te krijgen. Een onschuldige vraag voor hen, en ik laat nooit zien dat het me boos maakt. Maar het knaagt wel. Japan moet af van dat oude denkpatroon, waarin vrouwen voor de kinderen zorgen en mannen werken.” Minami heeft zelf een kinderwens, maar wil ook graag blijven werken. „Als mijn toekomstige man mij daarin steunt, tenminste.” En dat is precies de reden dat vrouwen steeds vaker kinderloos blijven: een belangrijke oorzaak van het lage geboortecijfer in Japan.

Al ziet Minami wel kleine verbeteringen binnen haar eigen organisatie. „Een voorbeeld daarvan zijn de onlangs ingevoerde flexibele uren. Werknemers kunnen later naar het werk komen of mogen juist eerder beginnen, om zo de kinderen naar een opvang te kunnen brengen buiten het spitsuur.” Ook werd ze door haar bedrijf naar een workshop van de overheid gestuurd, bedoeld om vrouwen voor te bereiden op het leiden van een team. Maar, benadrukt ze: „Het is goed dat er iets wordt gedaan, het is óók belangrijk dat er wederzijds respect is tussen mannen en vrouwen.”

Bij Yuka Hosomitsu, die momenteel een studentenbaan in een callcenter heeft, vertrok onlangs een van de vrouwelijke managers omdat ze haar gezinsleven niet langer kon combineren met een veeleisende functie. „Ze wilde niet vertrekken, maar miste de steun vanuit de bedrijfsleiding.”

    • Bobbie van der List