Opinie

    • Arjen Fortuin

Vreemde Vrouwen Kijken met PowNed

Zap Drie vrouwelijke PowNed-redacteuren onderzoeken feminisme anno 2018 in een reportageserie. Tegen het einde van de eerste aflevering volgde een opmerkelijke draai.

Charlotte Pieters, Nadia Poeschmann en Vera Verzijl in 'Meer voor vrouwen' (PowNed)

Misschien heeft u het zich ook weleens afgevraagd: dat feminisme, is dat nou wijvengezeik of is er nog een strijd te strijden? Die vraag is de pitch waarmee omroep PowNed – gezien de woordkeus een beetje bevreesd om voor soft door te gaan – een driedelige reportagereeks is begonnen met de titel Meer voor vrouwen. Het is een knipoog naar Meer voor mannen, het programma waarin mannenman Maxim Hartman enkele jaren de mannelijkheid bezong.

Na een jaar waarin onder meer door #MeToo de positie van vrouwen weer hoog op de maatschappelijke agenda is komen te staan besloten PowNed-redacteuren Charlotte Pieters, Nadia Poeschmann en Vera Verzijl het feminisme te onderzoeken.

Ze begonnen bij Jort Kelder.

Dat zit zo. Kelder had in de marge van het seksismedebat gezegd dat vrouwen hem dikwijls om verkrachting vragen en daar, inderdaad, veel kritiek op gekregen. Nu probeerde hij uit te leggen wat hij had bedoeld: dat vrouwen tegenwoordig seks eisen en dat hij niet hield van mensen die zich wentelden in slachtofferschap. Er was sprake van ‘kramp’ en men was ‘doorgeslagen’.

Dat effect heeft het woord ‘feminisme’ vaker: laat het vallen en mensen beginnen omstandig uit te leggen wat ze niet zijn en niet vinden. Daarbij gebruiken ze bij voorkeur de trefwoorden okselhaar, mannenhaat en lesbisch. Ook in Meer voor vrouwen kwamen ze voorbij.

We zagen enkele gezelschappen in beeld waar maar weinig mensen bij willen horen. Er was een reportage over het uitsluitend voor vrouwen bedoelde Lorelei festival, waar een groep vrouwen een geaarde vorm van spiritualiteit vierde. Dat gebeurde onder meer in een ‘zweethut’ die de baarmoeder symboliseerde. Met hete kolen en gekruid water werd een stoom opgewekt die de wijsheid van de voorouders tot de deelnemers moest brengen.

Relevanter was de reportage over de actiegroep die Amsterdamse straten voorzag van nieuwe vernoemingen, naar beroemde vrouwen. Bijna negentig procent van de straten in de stad is naar een man genoemd. Meteen daarna volgde een verslag van een groep vrouwen die aan menstruatieyoga deed.
„Mijn baarmoeder communiceert echt met me, geeft me steekjes.” Een van de vrouwen vertelde dat ze haar menstruatiebloed soms gebruikte als fertilisator voor haar planten. Die stonden mooi in het blad, dat moest gezegd.

Emancipatiezaken

Geinige filmpjes, maar met feminisme had het allemaal weinig van doen. Zo kwam de eerste aflevering van het feminismeonderzoek van Pieters, Poeschmann en Verzijl vooral neer op Vreemde Vrouwen Kijken.

In de laatste vijf minuten volgde een opmerkelijke draai. Die begon met een kort interview met de Amsterdamse FvD-politica Annabel Nanninga. Daarin moest je ook eerst door wat okselhaarpraat, maar daarna zei Nanninga relevante zaken over fulltime en parttime werk, taakverdeling in het gezin en de wonderlijke gewoonte om bepaalde emancipatiezaken als ‘vrouwenproblemen’ te benoemen terwijl ze ook echt de andere sekse aangaan.

Vervolgens verklaarden de drie PowNed-redacteuren dat ze inzagen dat ze zich niet op ‘het kleine geneuzel’ zoals free bleeding en zweethutten moesten richten, maar op de grote thema’s seksualiteit en arbeidsmarkt. Dat is veelbelovend voor deel twee en drie. Het roept wel de vraag op waarom dit eerste deel vol ‘klein geneuzel’ niet is geschrapt.

    • Arjen Fortuin