Tekening van Marwa al-Sabouni uit haar boek 'The Battle for Home', die de ruïnes van Homs laat zien.

Tekening van Marwa al-Sabouni uit haar boek 'The Battle for Home', die de ruïnes van Homs laat zien.

‘Vluchten was voor ons niet het antwoord’

Prins Claus Prijs

De Syrische architect Marwa al-Sabouni bleef tijdens de oorlog werken in Homs. Over haar ervaringen schreef ze een autobiografie. „We zagen in dat ontberingen in het leven onvermijdelijk zijn.”

De oorlog in Syrië heeft onnoemelijk veel verwoest en kapotgemaakt. Niet alleen mensen maar ook de gebouwen waarin ze woonden en werkten. De Syrische architecte Marwa al-Sabouni (1981) heeft het van nabij meegemaakt in haar woonplaats Homs. Voor de oorlog een tamelijk welvarende stad met ruim een miljoen inwoners, nu goeddeels veranderd in ruïnes.

Marwa en haar man besloten met hun kinderen de oorlog in Homs uit te zitten, hoe hevig daar ook werd gevochten. „Vluchten was voor ons niet het antwoord”, vertelt ze in een skype-interview vanuit Sydney, waar ze is uitgenodigd om een lezing te geven in het befaamde operagebouw. „Veel Syriërs overleefden hun vlucht immers niet. Bovendien merkten we dat naar mate we langer bleven, we ook steeds meer gingen geloven dat dit de juiste plaats voor ons was. We zagen in dat ontberingen in het leven onvermijdelijk zijn.”

Soms kwam de oorlog angstaanjagend dichtbij. In haar boek The Battle for Home, The Memoir of a Syrian Architect beschrijft ze een inslag van een zware mortiergranaat bij haar in de straat. Spelende kinderen, winkeliers en anderen werden getroffen. „Ik zag ze allemaal dood liggen. Een trillende man legde een met bloed besmeurd kind achterin een auto. Het kind verroerde zich niet en de auto lag al vol anderen.” Op een gegeven moment werd haar man, eveneens architect en geboren in de sunnitische wijk Baba Amr, louter wegens zijn geboorteplaats afgevoerd naar een van de gevreesde gevangenissen. Met veel geluk wist hij zich er na drie dagen uit te bluffen.

Werken als architect was tijdens de oorlog onmogelijk. Ook voor de strijd losbarstte, gingen de meeste opdrachten trouwens al naar architecten die nauwe banden met het regime van president Assad onderhielden. Marwa en haar man leefden van een boekwinkel die ze hadden opgezet en, midden in de oorlog, doceerde Marwa architectuur aan een particuliere universiteit in de stad Hama. „Het was levensgevaarlijk op en neer te reizen”, zegt ze.

Een betoging bij de Nieuwe Toren in Homs, die door de regering bloedig uiteen werd geslagen.
Een betoging bij de Nieuwe Toren in Homs, die door de regering bloedig uiteen werd geslagen.
Tekening uit het boek ‘The Battle for Home’.

Afschuwelijke wet

Marwa al-Sabouni spreekt rustig en haar Engels is goed. Slechts af en toe verheft ze haar stem. Zoals wanneer een wet ter sprake komt die projectontwikkelaars van het regime vrij spel moet bieden in veel verwoeste buurten. Oude eigenaars van de grond en tot ruïnes gereduceerde huizen krijgen maar beperkt de tijd zich bij de autoriteiten te melden voor compensatie. Voor vluchtelingen in het buitenland is dat haast onmogelijk. „Dat is een afschuwelijke wet, die de toestand alleen maar slechter maakt”, zegt ze. „Daardoor zullen er alleen maar nieuwe gebouwen voor rijke Syriërs en buitenlanders worden gebouwd.”

Door het geweld waren ze vaak aan huis gekluisterd en bleef er veel tijd over om te lezen en te filosoferen over de rol van de architectuur. Zo kwam Al-Sabouni tot het inzicht dat de kiemen van de oorlog mede waren gelegd door ondeugdelijke gebouwen en nieuwe districten die al ver voor de gevechten waren aangelegd. Wijken vol dicht op elkaar staande betonnen constructies van een verdieping of drie, eenvormig, onpersoonlijk en naar binnen gekeerd, waar migranten uit de dorpen werden ondergebracht. Anders dan in de zeer heterogene oude binnenstad wezen de autoriteiten die wijken aan bepaalde etnische of religieuze groepen toe. Zo vervreemdden gemeenschappen steeds sterker van elkaar. Ze spreekt van „de vloek van het sectarische urbanisme”.

„De architectuur droeg bij aan de segregatie van de mensen”, zegt Al-Sabouni. „In de oude stad met zijn moskeeën en kerken was dat anders. Veelal opgetrokken uit basalt – ruim voorradig in de buurt van Homs – geven zulke gebouwen de mensen juist het gevoel dat ze bij elkaar horen. Zo’n gevoel van identiteit is heel wezenlijk.”

Zo heeft Marwa al-Sabouni de toekomst voor Homs voor ogen. Tekening uit het boek ‘The Battle for Home’.

Afkeer van het modernisme

In het voetspoor van de door haar bewonderde conservatieve Britse filosoof Roger Scruton koestert Marwa al-Sabouni een afkeer van het modernisme. Architecten als Le Corbusier houden volgens haar onvoldoende rekening met de mensen voor wie ze bouwen en hebben te weinig aandacht voor esthetiek. „Te vaak draaien hun bouwwerken om het ego van de architect of van de geldschieter van het project”, zegt ze. „Moderne architectuur staat ook in het teken van de massaproductie en de haast.”

Toch zit Al-Sabouni niet aan het verleden vastgebakken. Zo maakte ze een ontwerp voor een appartementencomplex in het zwaar verwoeste Baba Amr, dat aan dikke bomen met veel zijtakken doet denken. Ze vormen samen een overkapping zoals bij overdekte soukhs (markten). Ook zijn ze voorzien van gezamenlijke binnenplaatsen, daktuintjes, grasvelden en parkeerplaatsen. Toen ze het liet zien, reageerde de lokale bevolking enthousiast maar de autoriteiten schoven het terzijde.

De wederopbouw van Homs, dat weer stevig in handen van president Assad is, verloopt traag. „Er wordt al twee jaar niet meer in de stad gevochten en toch is er nog niets gebeurd. Over een paar jaar zullen een paar bedrijven vast in hoog tempo iets slechts neerzetten. Ik geloof dat we er beter goed de tijd voor kunnen nemen.”

Bekruipt haar geen gevoel van moedeloosheid gezien de enorme schaal van de verwoestingen? „We zijn natuurlijk ver teruggeworpen en het is een enorme opgave”, zegt ze. „Elke Syriër heeft enorme offers gebracht. Gemeenschappen hebben elkaar vreselijke dingen aangedaan. Maar we kunnen er weer overheen komen. Als je verder teruggaat in onze geschiedenis is dat ook gelukt en jullie in Europa na 1945 ook. Het enige is dat we nu in een tijd van sociale media leven waarin mensen ervan uitgaan dat we alles met een druk op de knop of een veegje over een scherm kunnen regelen. Die gedachte moeten we natuurlijk laten varen. Er is veel geduld nodig.”

    • Floris van Straaten