Recensie

Op ‘Marauder’ klinkt Interpol vitaal en gretig

Swingend als een zeetanker op ruwe zee, aangespoord door driftige drums en puntige gitaarloopjes, en met nog altijd een ‘koel’ geluid, laveert het New Yorkse trio Interpol door de dertien nummers van zijn zesde album. Anders dan geestverwanten Editors heeft Interpol nooit de stadionstatus bereikt. Toch koerst de groep op hetzelfde decennium: de strenge, met subtiele echo en galm omkleedde stijl van rock uit de jaren tachtig.

Het nieuwe album Marauder eindigt een beetje lauw, maar begint overrompelend. Nummers als ‘If You Really Love Nothing’ en ‘The Rover’ hebben een opzwepend effect door jungledrums en tegen elkaar in getierde kreten, waardoor de toch al geslaagde melodieën een extra zetje krijgen. De autoritaire zang van zanger Paul Banks wordt per lettergreep gevolgd door de onvermoeibaar tokkelende Daniel Kessler, die tegelijk ook rauwe solo’s voortbrengt. Op Marauder klinkt Interpol vitaal en gretig.

    • Hester Carvalho