Op de club

Vaste Gasten

Het voetbalseizoen is weer begonnen. En, hoewel elke club anders is, ziet Merel Thie er toch vaak dezelfde mensen.

Illustratie's Wendy Panders

De generaal

Hij heeft geen geduld voor ouders die ‘vrienden willen zijn met hun kinderen’. Hij weet wat werkt: tucht, duidelijkheid en de kinderen lekker moe maken. Schreeuwt graag korte instructies en maakt gebruik van technieken uit het leger. Alles gebeurt in rijen, groepen en marsformaties. Zijn favoriete uitspraak: ‘Succes is een keuze’. Als één iemand niet luistert, moet het hele team zich opdrukken. De kinderen lopen vreemdgenoeg met hem weg en de moeilijkste jongens eten uit zijn hand. De bakfietsouders op de club doen wat lacherig over hem maar zijn ondertussen jaloers op zoveel overwicht.

De vrouw die de kantine runt

Zij is de club. Al jaren is ze er elke zaterdagmiddag. De blouse waarin de clubnaam geborduurd is, draagt ze met trots. Op feesten maakt ze voor vijfhonderd mensen huzarensalade die ze eigenhandig uitserveert via het frietluik. Handig, want daar kan ze ook stiekem haar sigaretje roken. Omdat ze er niet altijd kan zijn, staan er ook onwillige vrijwilligers achter de bar. Als die ten minste komen opdagen. Gék wordt ze ervan. Ze bedoelen het goed hoor, maar ze zetten altijd alles in de verkeerde kastjes terug, vergeten de vaatwasser aan te zetten en staan alleen maar met elkaar te kletsen. Maar vrijwilligers die in haar ogen hun best doen, kunnen op veel liefde rekenen. „Ga maar een half uurtje eerder naar huis”, zegt ze. Daarna ziet ze dat er niet geveegd is.

De frequente afzegger

Ieder voetbalteam heeft een groepsapp. Die is bedoeld voor praktische zaken, zoals data prikken of afzeggen. De frequente afzegger maakt daar echt iets van. Als hij afzegt, vertelt hij iets te uitgebreid waaróm. Omdat bijvoorbeeld zijn linkerknie wat ‘beurs’ aanvoelt. Bij de aanhechting met het onderbeen om precies te zijn. Hij gaat ermee naar de chiropractor, vertelt hij. En de acapuncturist. Geeft in de volgende dagen zeer regelmatig updates van zijn gezondheidstoestand – ‘het gaat ietsje beter’ – waar niemand om vraagt. Dit alles om te voorkomen dat teamgenoten denken: hij zegt weer zomaar af. Vergeet daarbij dat mensen die liegen dat altijd juist te gedetailleerd doen.

Het jongetje dat het thuis niet fijn heeft

Op een zaterdagochtend is hij al om acht uur op de club. Hij zit op zijn fiets in een verder lege fietsenstalling en beweegt zijn fiets heen en weer alsof hij een Harley Davidson bestuurt. Zijn team moet pas drie uur later verzamelen. Na afloop van de wedstrijd blijft hij hangen. Eerst voetbalt hij nog met teamgenootjes, maar als iedereen naar huis is, is hij er nog. Hij kijkt naar wedstrijden, eet chips en praat met niemand. Naar zijn wedstrijden komt nooit iemand kijken. Hoe zou het bij hem thuis zijn? Minder leuk dan hier, denk je.

De fanatieke vader

Zelf voetbalt hij niet meer. Zijn knieën zijn kapot. Langs de lijn is hij kritisch over zijn zoon. „Lópen! Méé! Ga nou es méé!” Na elke geslaagde actie zoekt zijn zoon oogcontact: heeft zijn vader het wel gezien? Over de trainer is de fanatieke vader ook al kritisch, want die ziet niet op welke positie zijn zoon het beste uitkomt. En dan wordt hij ook nog eens nauwelijks aangespeeld door zijn teamgenoten. Zo kán hij natuurlijk ook niet excelleren. De zaterdagochtend brengt een hoop frustratie met zich mee, die na afloop moet worden gesmoord in een broodje kroket. Als aan het eind van het seizoen de ouders tegen hun kinderen voetballen, loopt deze vader in zijn fanatisme alle kinderen ondersteboven.

De veeleisende klant

Hun kind is net begonnen op school en gaat dús ook op voetbal. Voor de ouders is het even wennen: hun kennismaking met een organisatie die vrijwel geheel door vrijwilligers wordt gerund. Bij de crèche waren ze betalende klant en die houding handhaven ze op de club. Dus vraagt de moeder of de trainer (ook maar een vader die in zijn vrije tijd de D’tjes traint) erop wil toezien dat haar zoon maar op 60 procent van zijn vermogen traint. Hij is net ziek geweest. En ze komt wat later van een afspraak dus ze redt het einde van de training niet. Kan de trainer dan bij haar zoon blijven tot ze er is? Aan de bar waar andere ouders bardienst draaien, uit ze haar ongenoegen over de kwaliteit van de koffie. Deze ouders leveren hun kind af bij de wedstrijd en blijven nooit kijken. Dat er ouders gevraagd worden als begeleider op het voetbalkamp is een klap in hun gezicht. Waar betalen ze dan in godsnaam contributie voor?

De vrijwilliger die de leiding neemt

Op zijn werk klaagt hij: „dit weekend weer bardienst”. Hij heeft zichzelf ervan overtuigd dat hij ertegenop ziet, maar eigenlijk vindt hij het ontzettend leuk. Even echt aanpakken in plaats van het ongrijpbare werk dat hij doordeweeks doet. Het erge is; als hij achter de bar staat, dan wil hij het ook goed doen. En voor hij het weet, neemt hij de leiding. „Ga jij bij de frituur, doe ik de tosti’s.” Hij ergert zich als het te lang duurt voordat de klanten geholpen worden. „Kun jij die even nemen”, hint hij naar een vrouw die alleen maar naar haar telefoon kijkt. Achter zijn rug lachen de anderen hem uit omdat hij zweetplekken onder zijn armen krijgt. Zij zijn zelf natuurlijk veel te leuk en relaxed om zich druk te maken over zoiets als bardienst.

    • Merel Thie