Na 6 uur sleuren en trekken mag Stef Blok door

Kamerdebat Minister Blok (VVD) kreeg in het debat over zijn integratie-uitspraken een motie van wantrouwen, maar mocht blijven. Hij begon nerveus, maar klonk later als vanouds hooghartig.

Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD) in debat in de Tweede Kamer over zijn omstreden uitspraken eerder dit jaar. Foto David van Dam

Zijn positie is gered – Stef Blok kan door als minister van Buitenlandse Zaken. Maar het imago van de VVD’er is beschadigd. De uitspraken die hij afgelopen zomer op een besloten bijeenkomst in vijf minuten tijd deed, leidden woensdag tot een ruim zes uur durend debat én tot een motie van wantrouwen. De motie, ingediend door Denk, kreeg steun van PvdA, SP, GroenLinks en de Partij voor de Dieren en kan daarmee rekenen op 45 zetels.

De coalitie nam uiteindelijk genoegen met Bloks excuses, maar de ergernis richting de minister was duidelijk. Sybrand Buma (CDA) concludeerde dat Blok grote moeite had met het beantwoorden van vrij simpele vragen, en pas na lang aandringen helderheid gaf. Hij waarschuwde: „De minister moet zijn woorden zorgvuldiger wegen en verstandiger kiezen.”

‘Bizar en pijnlijk’

Ook D66-leider Alexander Pechtold oordeelde hard over de omstreden uitspraken die Blok in juli deed over onder meer de multiculturele samenleving. Hij noemde die achter elkaar „pijnlijk”, „bizar”, „onthutsend”, „schadelijk” en „verre van diplomatiek”. Hij eiste dat Blok er duidelijk afstand van nam, maar voelde zich tijdens het debat herhaaldelijk genoodzaakt om in te grijpen als Blok weer eens in dubbelzinnigheid dreigde te vervallen.

Het was een opmerkelijk gezicht: met enige regelmaat stonden de fractievoorzitters van de coalitiepartijen CDA, D66 en ChristenUnie aan de interruptiemicrofoon. Het leek soms alsof oppositie en coalitie van rol hadden gewisseld. In die ándere lastige discussie – over de door de VVD zo vurig gewenste afschaffing van de dividendbelasting – houden de coalitiepartners zich zoveel mogelijk afzijdig. De indruk dat ze de VVD ook matsen ten aanzien van Blok moest daarom vermeden worden – met soms gepeperde kritiek. Volgens Pechtold moet elke minister „het ideaal van multi-etnische samenlevingen” bevorderen. „En als hij dat niet kan, of als hij dat niet wil, of als hij daar niet in gelooft, dan past hij niet in dit kabinet.”

Op 10 juli sprak Blok op een bijeenkomst van Nederlanders die voor internationale organisaties werken. Daar deed hij een reeks opmerkelijke uitspraken, waarvan de opnames lekten. Suriname is een ‘failed state’, in Oost-Europa worden buitenlanders in elkaar geslagen, België is onleefbaar en vreedzame, succesvolle multiculturele samenlevingen bestaan niet, omdat mensen daar genetisch niet voor in de wieg zijn gelegd. Blok vertelde zijn toehoorders dat het „diep in onze genen zit dat we een overzichtelijke groep willen hebben” en dat „we niet goed in staat zijn een binding aan te gaan met ons onbekende mensen”.

Vooral deze passage zorgde woensdag voor rumoer, helemaal toen Blok er op onduidelijke wijze afstand van nam. De minister zei hij dat zich niet had moeten uitlaten over het verband tussen genen en de (on-)mogelijkheid om samen te leven, omdat hij dit beter had kunnen overlaten aan de wetenschap. Dat vond Pechtold „te makkelijk”. Pas na veelvuldig aandringen – Tunahan Kuzu (Denk) telde dertig pogingen – zei Blok dat hij „geen automatisch verband” ziet en dat samenleven heel goed mogelijk is „met alle uitdagingen, spanningen en risico’s van dien”.

Lees hier het liveblog terug van het kamerdebat: Motie van wantrouwen tegen Blok verworpen

‘Vleugellamme minister’

Voor Pechtold was dat net genoeg om te slagen. De minister was „ruiterlijk” door het stof gegaan. „Ik hoop dat de minister na vandaag zijn valse start achter zich kan laten.” Maar volgens Jesse Klaver (GroenLinks) was het „sleuren en trekken” geweest en dus allesbehalve ruiterlijk. „Het is niet alsof de minister daar stond met het idee: dit is echt niet wat ik vond”, aldus Klaver. „Deze minister is nu vleugellam. Hij is zó aangepakt, ook vanuit de coalitie zijn harde woorden gevallen.”

Volgens de oppositie kan Blok internationaal niet meer geloofwaardig opereren na zijn uitspraken. Volgens de minister zelf valt dat wel mee, mede omdat hij na het uitlekken van de uitspraken zelf snel contact heeft gezocht met landen die zich beledigd hadden kunnen voelen. Behalve in Suriname is er weinig boosheid. „Waar mensen werken worden fouten gemaakt”, hoort hij vooral in het buitenland.

VVD-leider Klaas Dijkhoff erkende dat de uitspraken „ondiplomatiek” en „lomp” waren geweest. „De vrijheid van meningsuiting geldt niet voor ministers.” Maar van hem hoefde zijn partijgenoot niet zo diep door het stof. Sterker nog: Dijkhoff wilde vooral benadrukken dat er op de besloten bijeenkomst gefilmd was en dat Blok zich daar niet van bewust leek. Anders had hij deze uitspraken niet gedaan, aldus Dijkhoff. De oppositie reageerde verbijsterd. „Ik heb echt zelden zo’n verdedigingslinie gehoord”, zei Klaver. Besloten of niet, Blok was tijdens die bewuste bijeenkomst minister – en daar had hij zich naar te gedragen, aldus de GroenLinks-leider.

Dijkhoff probeerde van het Blokdebat een veel breder integratiedebat te maken, om zo de aandacht van de ministeriële misstappen af te leiden. De uitspraken waren wellicht onhandig geweest, maar het achterliggende punt – dat er problemen zijn in de multiculturele samenleving – was volgens Dijkhoff wel degelijk valide. Hij hekelde de „deugpolitie” die zou verhinderen dat je zulke problemen nog mag benoemen. Het leverde hem veel interrupties op, maar was Blok er zelf ook mee geholpen? Het al zeer pijnlijke debat duurde er in ieder geval veel langer door.

Blok maakte een nerveuze indruk aan het begin van het debat. Later herpakte hij zich en klonk hij bij vlagen weer zelfs ouderwets hooghartig. Wetenschappers noemde hij „mensen die braaf onderzoek doen”. Het rechtzetten van afzonderlijke uitspraken deed hij snel, voor het opsommen van wat er de afgelopen maanden wel goed is gegaan, nam hij uitgebreid de tijd. Hij had, erkende hij, met zijn uitspraken „de randen opgezocht” en was daar soms overheen gegaan „om niet te blijven hangen in formele bewoordingen”. Voorlopig kan hij beter bij die randen wegblijven.

Lees ook het Commentaar van NRC: Bloks aanblijven is cynische uitkomst politieke logica
    • Barbara Rijlaarsdam
    • Stéphane Alonso