Opinie

    • Frits Abrahams

‘Kiki, do you love me?’

In de tijd dat ik mijn kinderen opvoedde, zou ik nooit voorspeld hebben dat tv-kijken voor jongere generaties steeds minder aantrekkelijk zou worden. Als ouder streefde je ernaar je kinderen zo min mogelijk tv te laten kijken. Dat was nog niet zo gemakkelijk want tv was voor hen een uiterst fascinerend fenomeen.

Ik herkende dat maar al te goed, omdat ik als opgroeiende jongen ook zelf gretig had gekeken naar die ene Nederlandse zender, waar Mies Bouwman en Willem Duys de toon zetten. Van mijn moeder erfde ik de liefde voor krimi’s, die toen nog vooral Duits waren. Ook de Amerikaanse showbusiness kwam voor het eerst de huiskamer binnen via programma’s met Frank Sinatra en Perry Como.

Een van de tv-coryfeeën van weleer, Ria Bremer (nu 79), zei deze week in de Volkskrant: „Tegenwoordig draait alles om kijkcijfers. En straks zijn er geen kijkers meer. Dat maak ik niet meer mee, maar wat is straks nog de rol van televisie?”

Het leek me een interessante kwestie om te bespreken met twee van mijn kleinkinderen, die toevallig samen met hun moeder op bezoek waren. Het begon er al mee dat ze ieder gewapend met een laptop binnenkwamen. Misschien lag het aan mijn beroep, maar ik kreeg het gevoel dat ik een interview moest geven aan twee ijverige kinderen van de schoolkrant.

Ze namen aan tafel plaats, klapten geroutineerd hun laptop open en gingen aan de slag. Algauw waren ze volledig verdiept in datgene wat hun scherm te bieden had.

„Mijn zegen hebben ze”, zei hun moeder, „zolang ze maar goed hun best doen op school, en dat doen ze.” Na verloop van tijd begon ik hen voorzichtig lastig te vallen met vragen over hun mediagebruik. Keken ze nog weleens tv? Eensgezind schudden ze het hoofd. „Ik vind tv gewoon te saai”, zei Fay (9). Glenn (13) lichtte na enig nadenken toe: „De tv is voor kinderen en volwassenen, er is weinig voor tieners. Ik wil liever zelf kiezen wat ik wil zien.”

Ze keken nooit meer naar die goeie, ouwe tv. Hij was bij hun thuis trouwens al een poosje stuk en ze hadden hem nog niet gemist. „Ik kijk nog wel naar het Jeugdjournaal”, zei Fay, en het klonk bijna alsof ze me wilde troosten, „maar dat doe ik dan op YouTube. Ik kijk er dan niet helemáál naar, maar ik kies er alleen die blokjes uit die ik leuk vind, bijvoorbeeld de rubriek Dwars.”

Joetjoeb! Het was een magisch begrip voor ze. Het had alles te bieden wat hun hartjes begeerden. Ze begonnen me uitvoerig college te geven over de items op YouTube die hen vooral bekoorden. Voor het eerst hoorde ik van het bestaan van Simon de Wit, niet de eerbiedwaardige supermarkt van vroeger, maar een jonge Nederlandse vlogger die met zijn muziekfilmpjes op YouTube een bereik van miljoenen kijkers heeft. Hij maakt op verzoek van zijn publiek eigen versies van hits.

Opgetogen liet Fay me een jongen zien die vrolijk naast een rijdende auto met een geopend portier rende – ook een opmerkelijk nieuw tijdverdrijf – terwijl hij zong: „Kiki, do you love me?” Dat was Simon de Wit.

„Ik maak zelf ook muziek op mijn laptop”, zei Glenn terloops. Geen hits van anderen, maar eigen muziek. Hij liet me wat horen. Al snel kon ik vaststellen dat Simon de Wit er een geduchte concurrent bij krijgt.

    • Frits Abrahams