Janine Jansen weet altijd de menselijke kern te raken

Vermeer Prijs 2018 Violist Janine Jansen krijgt de Johannes Vermeer Prijs, waarmee de Staat elk jaar „uitzonderlijk artistiek talent” beloont. Door warmbloedige en intuïtieve vertolkingen groeide ze uit tot klassieke wereldster.

Janine Jansen wint de Johannes Vermeer Prijs. Die bestaat uit een geldbedrag van 100.000 euro voor een project op haar vakgebied. Foto Ilvy Njiokiktjien

‘Een violist aangrijpend in klank, maar ook in stilte’, kopte The New York Times afgelopen december bewonderend boven een gesprek met Janine Jansen (40). Welgeteld één recital in Carnegie Hall volstond voor een eigen concertserie in die fameuze zaal. „Ze is geen grote naam in Amerika”, zei artistiek leider Clive Gillinson, „maar van haar spel waren we meteen ondersteboven.”

Die onmiddellijke fascinatie is karakteristiek. Hoe ze het doet, vraag het haar niet, maar altijd weet Jansen de muziek in de menselijke kern te raken. Haar spel ontstijgt de noten, het verhaal is tegelijkertijd universeel en persoonlijk. Dat stelde de in 2012 overleden oud-violist Theo Olof al vast, toen Jansen op haar vijftiende meedeed aan het Oskar Back Concours. Hier sluimerde onderhuids een charismatisch musicus.

De violiste krijgt de Johannes Vermeer Prijs 2018, vanwege „muzikale interpretaties die raken aan het geniale”, schrijft de jury. De onderscheiding bestaat uit een geldbedrag van 100.000 euro, dat zij mag besteden aan een speciaal project op haar vakgebied. Jansen is de tiende winnaar. Eerder ging de prijs onder meer naar fotograaf Erwin Olaf, ontwerper Iris van Herpen, architect Rem Koolhaas, kunstenares Marlene Dumas en componist Michel van der Aa.

Scherp instinct

Vorig seizoen speelde Jansen in Rotterdam het Vioolconcert van Benjamin Britten, een van haar signatuurstukken, geschreven vlak vóór de Tweede Wereldoorlog. In dat werk vloeien duisternis en licht, hoop en wanhoop in elkaar over. Jansen liet haar instrument fluisteren, schreeuwen, huilen, spreken, zingen en zweven tussen schimmige waanzin en helderheid van geest. Ergens in haar schuilt een scherp instinct, dat aanvoelt welke diepe – vaak onuitgesproken – gedachten en gevoelens in de partituur besloten liggen.

Haar eerste liefde is de kamermuziek – de luisterende en intieme omgang met gelijkwaardige gesprekspartners. Dat betaalt zich uit in haar werk met orkest, want het is bij Jansen niet altijd de dirigent die de stroom stuurt, ze heeft ook een scherp oor voor wat er om haar heen gebeurt. De kleuring van een hobo, een spannende roffel in de pauken, de melancholie in de hoorns – meer nog dan de slag van de dirigent beantwoordt ze die klanken. Ze omhelst Mozarts motto dat muziek vloeibaar moet blijven. Jansen: „Muziek is een rivier waarvan je de loop niet kunt voorspellen, en dat moet je ook niet willen.”

Faalangst

Haar hartstochtelijke en open werkwijze eist ook zijn tol. In de documentaire Janine legde filmer Paul Cohen acht jaar geleden de schaduwkanten van haar muzikale bestaan bloot: faalangst en uitputting. Jansen bood de kijkers ervan een onthullende blik in de prestatiedruk en de hectiek waarmee het bestaan van een gewild solist gepaard gaat. De laatste maanden dwong een handblessure haar tot rust. Momenteel werkt ze gestadig aan een terugkeer in de concertzalen.

Hoewel de wereld haar podium is, bleef Jansen dertien edities lang elk seizoen bereikbaar voor Nederlandse fans gedurende haar eigen kamermuziekfestival Utrecht, waarvan ze de artistieke leiding twee jaar terug overdroeg aan celliste Harriet Krijgh. Meer dan elders vindt ze in die intimiteit de echte voldoening van het musiceren. „Bij orkesten ervaar ik hoe schaars de tijd is om elkaar te vinden, twee korte repetities en je gaat het podium op – in kamermuziek duiken we samen in het diepe om tot iets te komen. Dan lijkt het verstrijken van de uren nauwelijks van belang, de klok staat even stil. Dat inspireert. De tijd hebben wordt steeds belangrijker voor me.”

Jansen groeide op in een muzikaal gezin. Haar vader was onder meer organist van de Domkerk in Utrecht, haar moeder is sopraan, haar oudere broers cellist en klavecinist. Muziek was altijd aanwezig, maar nimmer op een academische manier, benadrukt Jansen in interviews. Dat verklaart wellicht haar intuïtieve benadering van muziek. „Recensies neem ik met een korrel zout”, zei ze eens. „Maar het verwoest me als iemand schrijft dat ik zonder gevoel speel. Want alles wat ik ben, wat ik heb, stop ik in de muziek.”

    • Joost Galema