Opinie

    • Jannetje Koelewijn

Huwelijken duurden zelden lang in die tijd

Zondag fietste ik langs het Noordhollandsch Kanaal naar het dorp Graft en dacht aan Arie van Deursen, prof. dr. A.Th. van Deursen, zoals hij door het leven ging, een orthodoxe protestant die meer verwantschap voelde met zijn geloofsgenoten in de zeventiende eeuw dan met die uit zijn eigen tijd. Niet voor niets ging bijna al zijn werk over die periode in onze geschiedenis, en dan vooral over de gewone mensen, hoe ze geboren werden, opgroeiden, trouwden en kinderen kregen (en verloren aan diarree, difterie, bof, mazelen, rodehond), hoe ze werkten en stierven. Zeg maar het tegenovergestelde van Yuval Harari, die de geschiedenis van de hele mensheid beschrijft en begint op de savanne. Van Deursen keek naar de details en hij vond ze in doop-, trouw- en begraafboeken, kerkenraadsnotulen, kasboeken van armenvoogden en poldermeesters, rechterlijke archieven.

Een van zijn mooiste boeken schreef hij over Graft in de zeventiende eeuw – Een dorp in de polder (1994), nog in de handel – en op het pleintje voor het raadhuis probeer ik me voor te stellen hoe het er hier vroeger uit moeten hebben gezien. Wat me nauwelijks lukt, want het raadhuis, uit 1613, is het enige gebouw dat niet door brand of sloop verwoest is.

Toen waren er meer sloten dan nu natuurlijk, vervoer ging over het water, en bij ieder huis een bootje in plaats van een auto. ’s Winters was het schaatsen als je ergens wilde komen en Van Deursen beschrijft dan hoe op een zondag in januari 1691 zeven jongens en meisjes na kerk een tochtje naar Landsmeer willen maken. Helaas, in de bocht van de sloot duikt plotseling een zwaar beladen slee op. De eerste vijf kunnen hem ontwijken, maar Neeltje Maertens en Cornelis Aukesz. komen ten val en de laatste blijft met een gebroken been op het ijs liggen. En dan dit: de bestuurder van de slee rijdt door, maar de jongens en meisjes hebben hem herkend en de vader van Cornelis Aukesz. spant een rechtszaak aan. Zo lang geleden, zo dichtbij. De straf is een schadevergoeding. Ook mooi: de schoolmeester die zich beklaagt over de bemoeizucht van ouders. Altijd zeuren als hij streng voor hun kinderen is. Of de chirurgijn die een contract met zijn patiënten sluit waarin wordt omschreven wat de behandeling zal zijn. Jan Cornelisz. Nachtegael spreekt af dat hij betaalt als hij beter wordt, anders ‘geen gelt’. Deed me aan de verzekeraar Menzis denken, die behandeling van depressie pas vergoedt bij gebleken resultaat.

Huwelijken duurden zelden lang in het Graft van de zeventiende eeuw en bijna alle gezinnen waren samengesteld. Stiefbroertjes, halfzusjes. Maar de oorzaak was wel anders dan nu. Maerten Jansz. Gelis begroef in 1657 een kind, in 1662 zijn vrouw en een kind, in 1672 zijn tweede vrouw, in 1685 een kind, in 1687 zijn derde vrouw en in 1688 een volwassen zoon. Die was visser en stierf in Groenland.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) schrijft deze week de wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jannetje Koelewijn