Recensie

Het knettert onder de hersenpan van Julien Baker

Pop Bij een intens optreden van de Amerikaanse singer-songwriter Julien Baker (22) in Paradiso zit het publiek braaf op klapstoeltjes en blijft de bar gesloten. Een wereldvondst: het vertaalt zich in ademloos luistergenot.

Julien Baker tijdens een optreden bij Corn Exchange in Cambridge in maart 2018. Foto Valerio Berdini / REX / Shutterstock

Ze zou wel een elektricien willen zijn, zingt Julien Baker (22) tegen een muisstil Paradiso, want dan kon ze de bedrading tussen haar oren eens even grondig omleggen. Gelukkig is het er niet van gekomen. Want zonder dat zwaarmoedige en wispelturige hoofd had de Amerikaanse singer-songwriter nooit zo’n weergaloos intense show kunnen geven.

Het mag dan geregeld knetteren onder haar hersenpan, al die kortsluiting leverde al twee prachtige platen op. Op haar achttiende bracht Baker Sprained Ankle uit, waarop ze over ingetogen gitaargetokkel haar hart liet ontploffen. Op het vorig jaar verschenen Turn Out the Lights klonken weliswaar ook piano, strijkers en klarinetten, maar de arrangementen bleven functioneel naakt – en klonken even wanhopig.

In Amsterdam heeft Baker genoeg aan haar lichtbruine Telecaster, een paar effectpedalen en een rode piano. Ze laat zich af en toe begeleiden door violist Camille Faulkner. Wel even wennen: het publiek zit braaf op klapstoeltjes en vanaf de eerste tot aan de laatste noot blijft de bar gesloten. Het blijkt een wereldvondst, want het verlies aan bieromzet verdient zich moeiteloos terug in ademloos luistergenot. In slepende treurballades als ‘Shadowboxing’ hoor je hooguit een kuchje of een krakende stoel, in plaats van schreeuwende zatlappen.

Echt gezellig wordt het niet. Na ‘Happy to Be Here’ – geen obligate artiestenpraat, maar een herinnering aan haar eerste groepstherapie – mompelt Baker zonder te durven opkijken wat onverstaanbare dankwoorden, dwars door de bulderende ovatie heen. In ‘Hurt Less’ bekent ze nooit een autogordel te dragen, omdat ze het „onnodig vindt zichzelf te redden”.

Het meest indrukwekkend zijn de momenten waarop de instrumenten zwijgen, Baker een meter achteruit loopt om haar microfoon te sparen en vervolgens met wijd opengesperde mond vol uithaalt. Dan voel je: alle klapstoeltjes hebben kippenvel. En vraag je je af: hoe kan er uit zo’n tere rietstengel zo’n kolossaal, kraakhelder en hartverscheurend geluid klinken?

    • Frank Provoost