Opinie

    • Jan Maarten Slagter

De eurocrisis en de kredietcrisis, nog maar het begin?

Elf jaar crisis Dat interne controles bij ING tot lang na de redding bleven falen is een nieuw teken dat de financiële crisis niet echt voorbij is, schrijft .

Het is de hoogste boete die het Openbaar Ministerie in Nederland heeft uitgedeeld: de 775 miljoen euro die de bank ING moet betalen voor zijn nalatigheid bij de controle op witwaspraktijken.

Zeker zo schokkend is dat de schikking zaken betreft uit de periode 2010-’16, dus ruim nadat de Nederlandse Staat de bank in oktober 2008 met een kapitaalinjectie van 10 miljard euro overeind moest houden. Interne controlesystemen, die na het bijna-bankroet van 2008 stevig zouden zijn verbeterd, leverden zacht gezegd niet het gewenste resultaat. Het roept de vraag op of de financiële crisis eigenlijk ooit echt is geëindigd.

„We leven nog en we leven nog en we leven nog en we leven nog” – ik dacht regelmatig aan die woorden van Ramses Shaffy bij het schrijven van Crisislogboek, over de recente financiële crises. Vaak leek de situatie hopeloos – toen de interbancaire geldmarkt opdroogde, toen grote banken de deuren moesten sluiten, toen de euro dreigde te imploderen. Toch bleven pinautomaten bankbiljetten uitspuwen en verdwenen er geen landen uit de eurozone. We zwijnden erdoorheen, aan de hand van overheden die hun financiële instellingen overeind hielden, en centrale banken, die de rentestanden naar nul brachten en miljarden en miljarden in de financiële markten injecteerden.

Momenteel ziet de wereldeconomie er in grote lijnen positief uit. Na een stevige daling in 2009 zette de mondiale economische groei weer door en dit jaar stevenen we af op een alleszins acceptabele 3,1 procent. We leven nog – dus niet zeuren?

Dat gaat te snel. Doorgaans maken we onderscheid tussen twee crises. De kredietcrisis, het massale vertrouwensverlies tussen financiële instellingen als gevolg van de Amerikaanse rommelhypotheken, liep grofweg van 2007 tot 2011. De eurocrisis, die de kredietwaardigheid van Griekenland en andere perifere eurolanden betrof, overlapte de kredietcrisis deels en begin in 2009. Vanaf 2014 concentreerden de problemen zich rond Griekenland, dat in juni 2018 het sein ‘veilig’ kreeg.

Ik geloof dat we geen van beide crises achter de rug hebben. Om te beginnen de kredietcrisis.

Lees ook: Deze vijf dingen zie je elke crisis weer langskomen

In Nederland zijn ABN Amro en de Volksbank (voorheen SNS Bank) voor het grootste deel respectievelijk geheel in handen van de overheid. Dat is geen normale situatie. De rol van de overheid in de financiële sector is die van regelgever en toezichthouder. Als de staat ook eigenaar is, ontstaan oneerlijke concurrentie en het risico van politiek gedreven kredietverlening. Daarnaast hangen de financiële markten nog steeds volkomen uit het lood. Als gevolg van de stimuleringsprogramma’s hebben de centrale banken inmiddels voor ruim 20.000 miljard euro aan staats- en andere leningen opgekocht – drie keer zo veel als vóór de crisis – en ooit moeten ze er vanaf.

Internethausse

Bedrijven, overheden, consumenten en financiële instellingen lenen nu wereldwijd meer dan voor de crisis. De Dow Jones-index bereikte eerder dit jaar zijn hoogste punt ooit. De AEX-index staat hoger dan sinds de internethausse. Huizenprijzen schieten omhoog. Dit is zorgwekkend voor wie zich bedenkt hoe de kredietcrisis ooit ontstond en hoe alle crises altijd ontstaan: doordat risico’s worden onderschat.

Dan de eurocrisis. Griekenland zal zich tot 2060 moeten houden aan strenge beleidsregels van de Europese Commissie, de ECB en het IMF, en het zal tot 2066 kredieten moeten terugbetalen. Voor een Griek is de eurocrisis nog nauwelijks begonnen.

En fundamenteler: de eurocrisis heeft structurele ontwerpfouten in de muntunie, met zulke uiteenlopende economieën als de Duitse en de Griekse. Aan Griekse kant zijn hardhandige hervormingen nodig om de staatsschuld omlaag te brengen en de export concurrerend te houden, zonder dat je de munt nog kunt devalueren. Anderzijds moeten Duitse belastingbetalers in laatste instantie mede instaan voor Griekse schulden. In geval van hoge nood blijkt dat te kunnen, maar geen kiezer heeft er om gevraagd.

Lees ook: ‘Een politieke unie in Europa is een illusie’

Een politieke unie, met een Europese begroting en Europese belastingen, zou een houdbaar alternatief zijn. In theorie; binnen de huidige EU heeft het geen schijn van kans. Het is dus een kwestie van doormodderen. Dat kan lang goed gaan, maar het is geen reden te denken dat we de eurocrisis voorbij zijn.

Fatale schade

Als dit al vrij pessimistisch klinkt: het is zelfs mogelijk de kredietcrisis en de eurocrisis te zien als voorlopers van een veel grotere, mondiale systeemcrisis. In deze visie hebben de crises van het afgelopen decennium het internationale stelsel van dat na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd mogelijk een fatale wond toegebracht. Het uit de bocht vliegen van de financiële markten, het falen van toezichthouders en regelgevers, de afgedwongen solidariteit met bankiers en insolvabele Zuid-Europeanen: het was genoeg om het toch al afgekalfde vertrouwen in instituten, traditionele politieke partijen en experts te laten wegsmelten. En het kan vele jaren duren dat weer terug te winnen – als het al lukt.

    • Jan Maarten Slagter