Recensie

Alles wat je wilde zien over de Vietnamoorlog – bij Netflix meer dan bij de publieke omroep

Documentaire De uitputtende documentaireserie The Vietnam War van Ken Burns is nu ook te zien bij de publieke omroep. In beknopte vorm. Netflix biedt de lange versie – met slechte ondertiteling.

The Vietnam War, Ken Burns en Lynn Novick Foto PBS

Voor Harry Mulisch lag het in 1979 heel eenvoudig: „De Amerikanen moeten voorlopig hun bek houden over Vietnam!”, schalde de schrijver door het café, toen hij lucht had gekregen van de bewondering voor Apocalypse Now, een van de eerste grote speelfilms over de in 1975 met een Amerikaanse nederlaag afgesloten oorlog in Zuidoost-Azië.

En zwijgen, dat deden ze aanvankelijk ook: uit schaamte, ongemak en de behoefte om toch vooral niet achterom te kijken. Toen de fictiefilms uit Hollywood na enkele jaren toch verschenen, benadrukten die de absurditeit, het groteske karakter van een guerrilla-oorlog die niet te winnen viel. Er kwamen documentaires over veteranen en hun trauma’s, over de protesten aan het thuisfront, over de verscheurdheid van de natie.

Maar wat tot nu toe ontbrak was een uitputtend en gedetailleerd documentair overzicht van wat er nu precies gebeurd was, en hoe betrokkenen bij die oorlog aan beide kanten er op terug kijken.

De ‘dr. L. de Jong van de Vietnamoorlog’ diende zich aan in de persoon van Ken Burns, die samen met zijn scenarioschrijver Geoffrey C. Ward al eerder had uitgepakt over onder meer de Amerikaanse Burgeroorlog en de Amerikaanse rol in de Tweede Wereldoorlog. Een tiendelige documentaireserie voor publieke omroep PBS, van in totaal ongeveer zestien uur, was het resultaat.

Ken Burns-effect

Burns is bij het grote publiek bekend als naamgever van het Ken Burns-effect in de videomontage: een vorm van de camera bewegen (pannen) en in- en uitzoomen op foto’s, om toch de dramatiek van bewegend beeld te suggereren, inmiddels bijna de standaard in historische documentaires.

De toepassing in The Vietnam War, in combinatie met televisiebeelden en gesprekken met veteranen, is subliem. Het eerste deel, getiteld Déjà Vu (1859-1961), springt heen en weer tussen de Amerikaanse wanhoop einde jaren 60 en die van de Franse kolonisator die al eerder zijn tanden had stukgebeten op het Vietnamese nationalisme. Voor die gevoelens hadden de Amerikanen zelfs aanvankelijk wel sympathie, totdat de Koude Oorlog elke nuance in de geopolitiek uitbande.

Er zijn ook opmerkelijk veel parallellen met de dekolonisatie van Indonesië en onze oorlog daar, waarover de grote documentaires en speelfilms nog komen moeten.

Goed werk dus van de Amerikaanse publieke omroep, die met particuliere geldschieters zo’n 30 miljoen dollar (26 miljoen euro) in het project investeerde. De vertoning in Europa is een verhaal apart: de Britse publieke omroep BBC vervaardigde een verkorte versie van tien keer rond de 55 minuten, en die werd afgelopen zomer ook vertoond door Canvas (met Nederlandse voice-over) en vanaf deze week door de VPRO in wekelijkse afleveringen op NPO 2 Plus (maandagavond, herhaald op dinsdag) en nu al compleet als stream op NPO Start Plus en NLZiet.

Angst voor detail?

Die ingekorte versie is ingegeven door de angst dat wij Europeanen niet alle details zouden willen weten, die Burns en zijn co-regisseur Lynn Novick inderdaad gul uitdelen. Maar wie een vergelijking maakt met de originele versie die integraal op Netflix staat, moet toegeven dat juist al die details en verwijzingen de serie behoeden voor bezwijken onder zijn eigen gewicht.

Daar staat dan weer tegenover dat de ondertitelaars van Netflix niet zijn opgewassen tegen de eisen die zo’n monsterproject stelt. Gallant is echt iets anders dan galant, een shelling geen schietpartij en een embattled country al helemaal geen ‘gefortificeerd land’. Het is een extra attractie, dat verbale gestuntel, maar het leidt wel af en je kunt de titels gelukkig ook uitzetten.

Recensent Hans Beerekamp signaleert documentaires die je deze week kan bekijken, omdat die sinds kort beschikbaar zijn of juist nu weer actueel zijn geworden.
    • Hans Beerekamp