Opinie

    • Paul Scheffer

Afscheid van de verwarde terrorist

Nederland heeft zich verplicht om vluchtelingen op te nemen die al langer in Turkije verblijven. De normen voor toelating zijn zwaarder dan bij gangbare asielprocedures. Nu blijkt dat een vijfde van de Syriërs ‘te radicaal’ wordt gevonden om voor asiel in aanmerking te komen. Volgens Paul van Musscher, die vreemdelingenzaken doet bij de politie, gaat het om opvattingen die de openbare orde in gevaar kunnen brengen en om opvattingen die de integratie belemmeren.

Navraag leert dat het hoge aantal waarmee de Volkskrant vorige week opende, deels kan worden toegeschreven aan de afwijzing van hele gezinnen. Toch blijft de vraag: wat zou de uitkomst zijn geweest als deze strenge normen ook waren gehanteerd bij de andere vluchtelingen die de afgelopen jaren hier naartoe zijn gekomen? Hoeveel van hen zouden dan zijn afgewezen vanwege hun opvattingen? We weten het niet.

Ondertussen overheerst de opluchting na de aanslag van afgelopen vrijdag op het station Amsterdam Centraal. Iedereen beseft dat het veel slechter had kunnen aflopen. De dader, een Afghaanse vluchteling uit Duitsland, wilde naar eigen zeggen de belediging van de islam wreken. Gelukkig werd snel opening van zaken gegeven door de gemeente: het ging om een terroristisch motief.

Dat was wel anders in Den Haag waar op 5 mei een vluchteling uit Syrië drie mensen zwaar verwondde. Burgemeester Pauline Krikke, liet onmiddellijk weten dat het ging om een ‘verwarde’ man. Al snel daarna werd duidelijk dat haar poging om de maatschappelijke vrede te bewaren op gespannen voet stond met de waarheidsvinding. Het Openbaar Ministerie is ervan overtuigd dat Malek F. een terreuraanslag wilde plegen. Getuigenverklaringen, een eerdere anonieme melding en ook zijn verklaring dat hij een kerk wilde aanvallen wijzen in deze richting.

Het lijkt een beproefd middel om geweldplegers te bestempelen als instabiele randfiguren. Nu is het vast zo dat bij alle terroristen een heleboel draadjes los zitten. Want hoe komt iemand ertoe om onschuldige mensen te vermoorden? De echte vraag is: waarom maken die loszittende draadjes kortsluiting in gewelddadige denkbeelden? Waarom denkt iemand dat hij zijn leven betekenis kan geven door anderen naar het leven te staan? We moeten het minder over psychologie hebben en meer over ideologie.

De keuze van radicale moslims, die de daad bij het woord voegen, wordt gerechtvaardigd met een gewelddadige uitleg van hun godsdienst. Toch hebben sommige gemeenten zich laten aanpraten dat bij het bestrijden van radicalisering geloofsopvattingen geen rol moeten spelen. Wie zou ooit tegen de leden van de links-extreme terreurgroep Rote Armee Fraktion zeggen dat de denkbeelden waarmee ze aanslagen motiveren er niet toe doen?

Ook islamkenner Olivier Roy trekt deze parallel: „Men vraagt zich af waar de fascinatie die Bin Laden uitoefent op losgeslagen jongeren vandaan komt, maar zijn we de fascinatie die van Baader-Meinhof uitging dan vergeten?” Hij ziet tegelijk een verschil: „Het islamitisch radicalisme heeft een potentiële sociale basis die de marxisten ontbeerden: de ontheemde moslimbevolking.”

De gedachte dat moslimterrorisme losstaat van een radicale uitleg van het geloof komt voort uit een poging tot pacificatie. Sterker nog, in Amsterdam wilde de gemeente zelfs samenwerking zoeken met salafistische organisaties. Een opmerkelijke stap, want de segregatie die deze geloofsstroming uitdraagt staat haaks op het tegengaan van radicalisering.

We mogen dankbaar zijn dat de nieuwe burgemeester een streep heeft gezet door deze toenadering. In een mooie brief legde Femke Halsema haar zorgen uit over de manier waarop „een zogenaamd zuivere leer met dwang en intimidatie” wordt opgelegd aan anderen. Ze ziet hoe orthodoxie soms overhelt naar „een fundamentalistische, agressieve afkeer van de democratische rechtsstaat”.

Die afkeer gaat hand in hand met de aanvaarding van geweld om het geloof te verdedigen. Dat is helaas geen marginaal verschijnsel in de moslimwereld. In een land als Pakistan staat zelfs de doodstraf op godslastering. Deze week zagen we hoe het plan voor een cartoonwedstrijd over de profeet daar de gemoederen verhitte. Vanwege de bedreigingen die dat met zich meebracht heeft Geert Wilders afgezien van zijn voornemen.

Het einde van het liedje is dat de ruimte voor cartoonisten juist kleiner is geworden. Dat valt zeker ook Wilders aan te rekenen. Er is namelijk een groot verschil tussen de redacteur die spotprenten in een krant publiceert en de parlementariër die spotprenten voor eigen doeleinden inzet. In het ene geval gaat het om journalistiek, in het andere geval om politiek. En spot gedijt alleen als hekeling van de macht, nooit als instrument voor de macht.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.
    • Paul Scheffer