Hoe Suu Kyi de vrije pers in Myanmar in de steek liet

Persvrijheid in Myanmar In de week dat in Myanmar twee Reuters-collega’s veroordeeld werden, haalt journalist herinneringen op aan werken in de dictatuur. De pleidooien van burgerlijk leider Aung San Suu Kyi voor een vrije pers klonken nog nooit zo hol.
Aung San Suu Kyi, de hoogste civiele leider van Myanmar, ziet kritische vragen van journalisten als ondermijning van de grote klus die zij moet zien te klaren. Foto Athit Perawongmetha/Reuters

Toen de rechter in het koloniale gebouw van roodbruine baksteen op 27 augustus de Reuters-journalisten Wa Lone en Kyaw Soe Oo tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeelde, dacht Aye Aye Win aan haar vader. De journalistieke veteraan zou zich omdraaien in zijn graf nu de persvrijheid in Myanmar een mokerslag kreeg uitgedeeld. Als meisje maakte ze mee hoe hij regelmatig naast zijn telex sliep en de toewijding aan zijn vak met drie detenties moest bekopen. Hij werkte dertig jaar bij persbureau AP en inspireerde niet alleen zijn dochter, maar ook talloze anderen in het land om in zijn voetsporen te treden, hoe hachelijk dat beroep ook was.

In 1989 nam Aye Aye Win het stokje van hem over. Met haar vader en een echtgenoot – ook journalist – leefde ze onder de constante supervisie van Big Brother. Als ’s avonds laat de klop op de deur kwam, wist ze vaak niet voor wie van de drie die nu weer was bedoeld. De staatskrant beschimpte haar als handlanger van westerse media. Ze hield het als ‘The Lady’ van de Myanmarese journalistiek ruim 25 jaar vol.

Geheime dienst

In de dagen dat de militairen de absolute macht hadden, was journalistieke saamhorigheid een van de charmes van het werken in Myanmar. Buitenlandse verslaggevers dankten hun verhalen deels aan Aye Aye Win en haar collega’s. Ze waren gul met kennis en contacten en waarschuwden als de kust onveilig werd.

Lees ook dit interview met Minka Nijhuis over haar bekroonde Myanmar-boek

Ook de uitdaging om uit handen van de geheime dienst te blijven schiep een band. Terwijl de juntaleden de pers meden, speurden hun agenten fanatiek naar ongewenste pottenkijkers. Ik leerde alle trucs die voor lokale journalisten dagelijkse routine waren. Sjaals, zonnebrillen en kapselvariaties, codewoorden voor gesprekken via afgetapte telefoons en valse namen bij controles. Ik kende de gelegenheden waar je dankzij meerdere uitgangen weg kon glippen en de routes waar je achtervolgers op motoren het beste af kon schudden. Sommige buitenlandse journalisten hadden zelfs een pruik paraat. Toen een verslaggever van The New Yorker een paar jaar geleden de bizarre modus operandi van verslaggevers uit de doeken deed, meldde zich een factchecker of het inderdaad allemaal zo gegaan was.

Ook Aung San Suu Kyi en haar collega’s haalden alles uit de kast om de boodschap van de belaagde oppositieleidster de wereld in te krijgen. Haar liaison met de pers ontsnapte aan zijn bewakers door een cassettebandje van een zogenaamde echtelijke ruzie op te zetten. Terwijl koeriers vanuit Bangkok werden ingevlogen om de interviews met Suu Kyi het land uit te smokkelen, lazen insiders aan de kleuren van haar kleding berichten af die ze niet publiekelijk kon of wilde verwoorden.

Erudiete spreekbuis

Toen ik Suu Kyi – tegenwoordig de hoogste civiele machthebber van Myanmar – in 1995 voor het eerst sprak in haar afgebladderde villa aan het meer verbaasde het me hoe klein de ‘Staatsvijand Nr. 1’ was. Gele orchideeën sierden haar haar en haar blote voeten staken in minuscule fluwelen slippers. Het gaf haar iets onschuldigs, maar haar blik was zakelijk, een beetje argwanend zelfs. Ze had haar armen over de borst gevouwen alsof het om een examen ging, al ontdooide ze toen bleek dat ik mijn huiswerk had gedaan.

Het was eerder een kennismaking met haar ideeën dan een kritisch interview. Maar wat viel er aan de tand te voelen bij iemand die jaren in bijna volledig isolement geleefd had? Haar zwaar vervolgde en gehavende partij, de Nationale Liga voor Democratie, was in die periode bovendien een opkrabbelende volksbeweging en geen volwassen politieke partij met een programma, die je onder kritische journalistieke loep kon leggen.

Ze deed via media een beroep op het geweten van de wereld: „Gebruik jullie vrijheid om de onze te promoten.” Na haar vrijlating in 2010 werd haar verhouding met de internationale pers al snel een stuk complexer, toen ze kritische vragen weigerde te beantwoorden of gepikeerd reageerde. Bij de meeste lokale media, die van sommige etnische minderheden uitgezonderd, bleef ze veel langer populair. Men was trots op het erudiete, welbespraakte boegbeeld dat zo’n contrast vormde met de lompe, xenofobe militaire top.

Lees ook dit opinie-artikel van Minka Nijhuis over Myanmar: Van beauty naar Beast, dat is te simpel gedacht

Moord op Rohingya

In 2015 trok Aye Aye Win zich terug met het plan om haar vaders werk een plek in de geschiedenis te geven. De luwte bevalt haar, maar dezer dagen voelt ze zich weer in hart en nieren journalist, nu collega’s worden vastgezet omdat ze onderzoek deden naar de moord op Rohingya-burgers door veiligheidstroepen. Met pijn in het hart brengt ze de woorden van haar vader in herinnering. „lk concludeer dat de onafhankelijke pers altijd een verdachte en slachtoffer van de regeringen is. De koloniale overheid beschouwde de onafhankelijke pers als een opstandeling. De nationale democratische regeringen behandelden ons als hun rivaal en de nationale autocratische regimes bestempelden de vrije pers als vijand.”

Haar kritische blik richt zich ook op ‘adviseur van staat’ Aung San Suu Kyi, die niet opkomt voor de journalisten en zelfs laat doorschemeren dat ze de omstreden rechtsgang steunt. „Ze zou moeten begrijpen dat wij media niet de vijand zijn.”

Suu Kyi moet steeds minder hebben van de media die voorheen zo bruikbaar waren. Kritische vragen ziet ze als ondermijnend bij de enorme klus die haar regering met de erfenis van ruim vijftig jaar dictatuur moet zien te klaren. Een bunkermentaliteit, omschrijven sommige lokale journalisten haar gemoedstoestand.

Lees ook over het geweld tegen de Rohingya: Birma legitimeert geweld en noemt Rohingya terroristen

Meteen na het vonnis van de rechter regent het reacties van lokale pers. Op sociale media circuleren talloze foto’s van Wa Lone met twee opgestoken duimen boven de handboeien en van Kyaw Soe Oo, die zijn peuterdochtertje in zijn geknevelde armen koestert. Een prominente krant zet een deel van de voorpagina op zwart. ‘Een treurige dag voor Myanmar’, luidt het hoofdredactioneel commentaar.

Veel journalisten melden boos dat ze zich in de steek gelaten voelen, omdat hun collega’s geen presidentieel pardon gekregen hebben. Jarenlang namen ze grote risico’s om over Suu Kyi, de president en zo’n 120 parlementsleden te berichten toen die vastzaten. Privé laten enkelen uit politieke kringen weten dat ze ontdaan zijn over de gevangenisstraf, maar verder durven ze niet te gaan. De huidige minister van Informatie – een schrijver en voormalig redacteur – en zijn rechterhand – jarenlang journalist bij Reuters – springen evenmin in de bres voor hun vroegere vakgenoten. De straffe hand van Suu Kyi, de angst om de nog altijd machtige militairen te bruuskeren en de propaganda dat het leger slechts een operatie uitvoerde om het land tegen terroristische moslimmilitanten te beschermen, laten overal hun sporen na.

„De vrijheid van meningsuiting is de basis van democratische vrijheid” zei Aung San Suu Kyi toen ze acht jaar geleden werd vrijgelaten. In het Myanmar van vandaag klinken die woorden hol.

    • Minka Nijhuis