Vanzelfsprekend was de Amsterdamse modeweek nooit

Amsterdam Fashion Week Donderdag begint de Amsterdamse modeweek. Nieuwe eigenaar Danie Bles wil meer zichtbaarheid en koos voor een andere locatie.

Show van Maison the Faux tijdens de modeweek in juli 2017. Foto Team Peter Stigter

Wie weleens tijdens de modeweek in Parijs is geweest, kent ze: de grote, langwerpige, witte tenten op pleinen en in parken die fungeren als locaties voor shows. Sinds afgelopen weekend staat er ook zo een op het Museumplein in Amsterdam.

Hier begint donderdag Amsterdam Fashion Week, voor het eerst onder creatieve leiding van voormalig celebrity-stylist Danie Bles (40), die de merknaam afgelopen najaar kocht van de Telegraaf Media Groep. Voorheen speelde de modeweek zich, op één editie na, af op het Westergasterrein, aan de rand van de stad. Door de showlocatie te verplaatsen naar het Museumplein wil Bles het evenement zichtbaarder maken, zegt ze. „Er fietsen daar meer mensen langs dan bij het Westergasterrein.”

De eerste editie van Amsterdamse modeweek had plaats in de zomer van 2004. Mode-ondernemer Steve te Pas had een vakbeurs georganiseerd voor het luxere denimsegment, District, en koppelde daar drie modeshows aan die hij even ambitieus als hoopvol presenteerde onder de naam Amsterdam International Fashion Week (dat ‘International’ is alweer een paar jaar geleden uit de naam gehaald). De beurs stopte weer snel, maar sindsdien is er elk half jaar een showprogramma geweest in Amsterdam – met uitzondering van dit jaar, de januari-editie werd door Bles overgeslagen.

Weinig pers, weinig inkopers

Een helemaal vanzelfsprekend fenomeen is de Nederlandse modeweek nooit geweest, ook al zijn er volop Nederlandse ontwerpers en modemerken: onafhankelijke namen als Bas Kosters en Sophie Hardeman, grote confectiemerken als Scotch & Soda en G-Star, high fashion-labels als Iris van Herpen, Viktor & Rolf en RVDK van Ronald van der Kemp, couturiers als Jan Taminiau en Mart Visser.

Lees ook het interview met Ronald van der Kemp: ‘Kanye West belde of ik zijn vrouw wilde kleden’

Maar veel Nederlandse merken hebben zich enkel incidenteel of helemaal niet laten zien op Amsterdam Fashion Week. Voor de meeste komt de omzet voor een groot deel uit het buitenland, en internationale inkopers en pers lieten zich zelden zien. De kans dat die inkopers en pers dat wel hadden gedaan als die merken wél enkel in Amsterdam hadden geshowd, lijkt ook niet erg groot – de meesten hebben hun handen vol aan de modeweken van Milaan, Parijs, New York en soms zelfs ook Londen en Kopenhagen. Succesvolle Belgische ontwerpers presenteren zich ook in Parijs, en niet in eigen land. Mart Visser richt zich wel op Nederland, maar hij showt dan weer buiten de modeweek om.

Groepsshow van het collectief Das Leben am Haverkamp in januari 2017. Foto Team Peter Stigter

Het programma werd tot nu toe grotendeels gevuld met beginnend talent, dat vaak collecties liet zien die nog niet werden geproduceerd, maar met een show wel de aandacht op zich wisten te vestigen. Iris van Herpen begon bijvoorbeeld op de Amsterdamse modeweek, net als Rushemy Botter, die vorige week samen met zijn vriendin Lisi Herrebrugh werd benoemd tot hoofdontwerper van het Franse modehuis Nina Ricci. Ervaren ontwerpers als Bas Kosters en Alexander van Slobbe kwamen ook af en toe terug, en de Nederlandse modegeschiedenis werd gevierd met shows met oude ontwerpen.

Probleem was dat die shows minder opleverden dan die met commerciële merken, die meer moesten betalen voor het gebruik van de locatie. Ook niet nadat gestart werd met kaartverkoop aan publiek; normaal gesproken zijn shows alleen toegankelijk voor inkopers, pers, sterren en tegenwoordig natuurlijk ook influencers.

TMG deed de modeweek al na een jaar van de hand. Pr-man Bart Maussen, die daarvoor zes jaar eigenaar was van Amsterdam Fashion Week, klaagde geregeld over gebrek aan financiële steun van de gemeente.

Bles, die uit een confectiefamilie komt, ziet de modeweek evengoed als een kans. „Het moet lukken. We hebben hier zoveel aanbod. Ik hoop dat het gaat zoals met Amsterdam Dance Event is gegaan: klein beginnen, en dan steeds groter worden.”

Mode van de Lidl

Jong en onafhankelijk talent zal ook de komende week nog te zien zijn, zij het in erg beperkte mate. Lichting, de wedstrijd waarvoor elke mode-opleiding twee net afgestudeerde ontwerpers afvaardigt, is ook op Bles’ modeweek te zien. De openingsshow wordt verzorgd door David Laport, die twee jaar geleden wereldwijd aandacht trok toen zangeres Solange een gele, geplisseerde creatie van hem droeg. En er is een show van Ninamounah (Langestraat), die vorig jaar een van de twee winnaars was van de Frans Molenaar-prijs en afgelopen juni voor het eerst een show had in Parijs.

De nadruk ligt binnen het bescheiden programma duidelijk op het commerciële segment, met merken als Zoe Karssen (bekend van T-shirts met teksten), warenhuis Hudson’s Bay, budgetsupermarkt Lidl, die een modelijn heeft met voormalig topmodel Heidi Klum. En Bles’ eigen bedrijf Maison 365, dat op basis van persoonlijke voorkeuren ‘kledingboxen’ samenstelt.

Ontwerp van David Laport, die de openingsshow verzorgt bij de modeweek. Foto Fleur Bult

Een belangrijke verschuiving is ook dat die merken hun collecties niet een half jaar van tevoren laten zien, maar in het seizoen zelf – vandaar dat Bles de modeweek heeft verplaatst naar september; voorheen was de zomereditie in juli. Haar doel is „de eindconsument” te bereiken, „en die wil niet een half jaar wachten als-ie iets heeft gezien.”

Niet dat die ‘eindconsument’ zomaar naar de shows kan. Met de kaartverkoop voor shows is Bles gestopt, omdat ze het „relevante” publiek wil in de zaal. Wel zijn vanaf een groot scherm aan de zijkant van de tent de shows live te volgen.

Lees ook het interview met ontwerper Dapper Dan: Het ‘best bewaarde geheim van Harlem’ werkt nu samen met Gucci
Zie voor het volledige programma, en het vrij toegankelijke off schedule-programma: amsterdamfashionweek.nl
    • Milou van Rossum