Opinie

    • Coen van Zwol

Vincent van Gogh heeft nu een Jezus-complex

Coen van Zwol Op het filmfestival van Venetië ging de zoveelste film over Van Gogh in première. De film is gemaakt door Julian Schnabel, filmregisseur en zelf ook schilder. Gaat de film niet ook over hem?

Nog een film over Vincent van Gogh? Het gekwelde genie dat verviel in psychose, afgesneden oor en zelfmoord, maar in honderden brieven heel lucide over zijn gevoelens en ideeën schreef? De profeet, in eigen tijd onbegrepen en onverkoopbaar, die stierf op de drempel van zijn artistieke doorbraak?

Van Gogh was al een tragisch icoon in vele tientallen speelfilms, documentaires, tv-films en tv-series. De bekendste blijft Lust for Life uit 1956, met de viriele Kirk Douglas, maar ook Robert Altman en Maurice Pialat waagden zich aan biopics. Dit jaar kreeg de geheel in olieverf geanimeerde whodunit Loving Vincent een Oscarnominatie voor beste animatiefilm.

Wat valt er nog te vertellen? „Dit lijkt een overbodige film. Iedereen denk dat hij alles al weet over Vincent van Gogh”, zei regisseur Julian Schnabel maandag op het Lido na de première van zijn versie: At Eternity’s Gate. „Vraag me een reden dat ik deze film maakte, en ik zou liegen. Er is geen rationele uitleg.” Of het moet zijn dat de wereld Schnabels Vincent van Gogh nog niet kent. Een legendarisch schilder door de ogen van een beroemd schilder.

Experts in de gordijnen

At Eternity’s Gate zal talloze Van Gogh-experts in de gordijnen jagen. De op 36-jarige leeftijd gestorven Van Gogh wordt – grandioos – vertolkt door de 63-jarige Willem Dafoe. Schnabel legt hem zijn persoonlijke inzichten over kunst in de mond, bevestigde hij op het Lido opgeruimd. Zijn Van Gogh is een sjamaan met kwasten, een bezetene met een Jezus-complex en een hoofd vol visioenen die beseft dat de wereld hem pas na – en dankzij – zijn dood zal omhelzen. Zoals zijn vriend Paul Gaugin in Arles ook al weet dat „mensen in de toekomst naar een museum gaan voor mensen die schilderen, niet voor schilderijen”.

In At Eternity’s Gate pleegt Van Gogh geen zelfmoord, maar wordt hij doodgeschoten. Schnabel gelooft dat. „Maar komt het mij als filmmaker goed uit, dat pistool dat in het water wordt gegooid? Zeker! Is het zo gebeurd? Geen idee. Windt u zich daarover op? Vervelend voor u.”

Zo blijkt ook het in 2016 opgedoken schetsboek van Van Gogh in de film authentiek en geen vervalsing, zoals het Van Gogh Museum vaststelde. Scenarist Jean-Claude Carrière: „Ik vroeg de directeur van dat museum: wat zijn echte Van Goghs? Hij antwoordde: die in mijn museum hangen.”

„Geschiedenis is een leugen”, stelde Schnabel in Venetië: een veel te categorische, zelfs verwerpelijke vorm van relativisme. Maar inderdaad is elke biopic subjectief en zal ook Van Goghs definitieve biografie nooit geschreven worden. Schnabels visie is een virtuoze aanvulling: een speelfilm puur over schilderen die diep in Van Gogh koortsige brein duikt en, net als diens oeuvre, landschap en natuurlyriek afwisselt met portretten: lange dialogen tussen „grote hoofden” (Schnabel). Dit is geen bewegend prentenboek: de icoon komt tot leven. Misschien juist omdat At Eternity’s Gate net zozeer over Schnabel gaat als over Van Gogh.

is filmredacteur.
    • Coen van Zwol