Opinie

    • Maxim Februari

Uw kleinkind is straks het huisdier van een zorgrobot

Over honderd jaar, zeggen ze, is de mens het huisdier van de robot. Dat interesseert u misschien geen zier, omdat u niet van plan bent over honderd jaar nog te leven. Maar als u kinderen hebt, en als u bedenkt dat de jongste generatie gemiddeld 120 jaar oud wordt, moet u toch wel gaan opletten. Uw kleinkinderen liggen straks op een kleedje bij het haardvuur, terwijl een kunstmatig intelligente bazin de boel bestiert.

Wat is een dier eigenlijk? Wat is een intelligente machine? De twee vragen zijn met elkaar verknoopt door de omstandigheid dat de mens allebei is. Zowel een natuurlijk wezen als een technologisch wezen. Hij lijkt op een poedel en op een laptop en verschilt tegelijkertijd van beide. Is hij intelligenter dan een vleermuis en minder intelligent dan een spamfilter? Zo werkt dat niet, zeggen onderzoekers op het gebied van kunstmatige intelligentie. Alle creaturen zijn intelligent in verschillende dimensies en er is geen meetlat waarlangs we ze kunnen leggen om ze onderling te vergelijken.

Wat is een mens dan? Een mens is iets dat zich zo goed mogelijk probeert te onderscheiden van natuur en techniek door te doen alsof hij bijzonder is. Het hele beschavingsproces is een eeuwigdurende poging van ons als mensen om onszelf uit te zonderen en af te zonderen. Maar nu de natuur zich weer dreigend opricht, in de gedaante van storm en hitte, en de technologie autonoom oprukt, staat onze uitzonderingspositie onder druk. Overleeft de mens de emancipatie van natuur en techniek wel? Bestaat de mensheid nog in het vierde millennium?

Het liefste antwoord op deze bange vraag is het antwoord waarin verschillende creaturen elkaars huisdier worden. Zoals mensen elkaars huisdier worden in een langdurig huwelijk. Zulke lieve antwoorden op grote vragen zijn tegenwoordig populair, want technologiebeschouwers beginnen genoeg te krijgen van zwartgallige toekomstbeelden. Laten we liever doen alsof de kleinkinderen straks gezellig in een roedel leven onder aanvoering van een zorgrobot.

Dat is trouwens niet eens zo’n raar idee, want andersom is de situatie al vrij gebruikelijk. Volgens de Duitse schrijver Ingo Niermann heeft de mens gedurende de hele beschaving dieren en planten beschouwd en gebruikt als organische robots. Robot betekent lijfeigene, zegt hij; zodra de Homo sapiens van jacht en landbouw ging leven, dienden dieren en planten zich als lijfeigenen aan en dus als robots. Op het moment dat er van beide kanten liefde begon te groeien, werden de dieren bovendien huisgenoot, pet.

Hoe zorg je er in deze moderne tijd nu voor dat mensen meer van technische robots gaan houden? Door te zorgen dat die betere huisdieren worden, zegt Niermann. En aangezien huisdieren zoals gezegd eigenlijk robots zijn, is dat gemakkelijk. Je moet de machines simpelweg meer op huisdieren laten lijken, vooral qua ‘pet personality’. Wil je ook seksuele relaties met de petoïden hebben, dan moet je ze qua uiterlijk weer niet te veel op huisdieren laten lijken, anders spelen menselijke taboes op.

Ingo Niermann schrijft dit allemaal in de bundel bij de tentoonstelling RobotLove die binnenkort in Eindhoven begint. Vanuit de wens eens iets gezelligs met robots te doen, stellen bundel en tentoonstelling de vraag wat we van robots kunnen leren over de liefde. Laten we onze bijzondere status als mens de komende eeuwen even vergeten en ons overgeven aan het minnespel met androïden. Laten we doen alsof de kleinkinderen straks in een ketel met liquide liefdestechnologie vallen en na een leven van erotische stimulatie sterven van genot.

Het zijn visioenen die een vrolijke en vriendelijke draai proberen te geven aan het verdwijnen van de mens zoals we die kennen. En juist door die opgewektheid blijven de diverse auteurs in de bundel dicht bij het humanistische perspectief. De mensheid gaat niet teloor, ze vervolmaakt zich door samen te smelten met navigatiesystemen en kweekvlees en door zich zo ten dienste te stellen aan een vooruitgang waarin natuur en techniek domineren.

Bij zulke heilsboodschappen begin ik dan toch voorzichtig te sputteren. Er zit net iets te veel vooruitgangsbelofte in de toekomstvisies, net iets te veel liefde als remedie tegen honger, ziekte en dood. Zolang in de moderne versmeltingen nog iets van het menselijke behouden blijft, zal liefde volgens mij niet alleen de remedie zijn, maar ook de kwaal. Bij alle beloftes van een liefdevolle toekomst denk ik aan Willem G. van Maanen en de laatste regels van zijn roman Hebt u mijn pop ook gezien? Liefde geneest, schrijft de schrijver. Maar waarvan? „Van schuld en schaamte, was dat maar waar.”

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari