Recensie

Sevn Alias toont zijn veelzijdigheid op ‘Recasso’

CD In drie jaar tijd is Sevn Alias uitgegroeid tot de Usain Bolt van de Nederlandse rap; hij blijft maar doorrennen. Vorige week verscheen zijn tiende project.

Sevn Alias op Lowlands in 2016. Foto Andreas Terlaak

In 2015 debuteerde hij met de mixtape Twenty Four Sevn, gevolgd door de doorbraaksingle ‘Ma3lish’. In de drie jaar daarna is Sevn Alias uitgegroeid tot de Usain Bolt van de Nederlandse rapgame; hij blijft maar doorrennen. Als je het verzamelalbum van zijn vorige label meetelt, verscheen vorige week zijn tiende project. Met het album Recasso completeert hij zijn Picasso-trilogie.

Sevn Alias is een product van de betonnen jungle. Met zijn koelbloedige en stoïcijnse raps vertolkt hij verhalen van de straten van Almere. Na zijn eerste tracks, harde hiphopproducties uit de koker van stadsgenoot Esko, klonk zijn stem vaker op tropische klanken. Hij voegde er een snufje grime en een sprankeltje 2-step aan toe, flirtte zelfs met pop via samenwerkingen met Maan en B-Brave en groeide uit tot een all-round rapper van formaat. De hele Benelux viel voor hem en zijn aanstekelijke kadans, ritmiek en slang.

Op Recasso ziet hij rappen als een sport en gooit hij met speels gemak de ene na de andere woordspeling en unieke flow uit zijn mouw. Toch is de persoonlijke touch het mooist, met als toppunt afsluiter ‘L.I.A.B.’, waarin hij Candy Dulfer laat soleren en een kinderkoor laat zingen over de struggle die ‘het leven’ heet. Dat klinkt even bizar als prachtig. Ondanks dat zijn releases zich snel opstapelen, klinkt niets overhaast. Over de muziek is nagedacht tot in de puntjes: steeldrums als ondergrond voor een bijdrage van Jamaicaanse legende Beenie Man, de Afrikaanse invloed in ‘Seeka’; Sevn bewijst uit de voeten te kunnen op elke instrumentatie die hij krijgt voorgeschoteld. Het maakt hem een van de meest complete artiesten van Nederland.

    • Bowie van Loon