Recensie

Producer Blood Orange is een buitengewoon multitalent

CD-recensie

Op zijn nieuwe cd ‘Negro Swan’ kruip je onder de huid van de Britse producer Blood Orange. De liedjes schurken tegen pop aan, met r&b- en soulinvloeden, sax, dwarsfluit en poëzie.

Het vierde album van de Britse producer Blood Orange is een stuk persoonlijker dan de voorganger. Foto Lexie Moreland / Shutterstock

‘What is it gonna take for me to be loved the way I really want to be loved’, vraagt nota bene Puff Daddy op Negro Swan. Het vierde album van de Britse producer Blood Orange (alias Dev Hynes), staat weer bol van de referenties naar black en queer culture maar is een stuk persoonlijker dan zijn voorganger. Op Freetown Sound stelde Hynes, woonachtig in New York, de vraag wat het betekent om zwart te zijn in Amerika.

Op Negro Swan kruip je onder zijn huid. Doffe drumcomputerbeats geven ‘Dagenham Dream’, waarop hij zijn dagen in de klas bezingt, iets nostalgisch, maar de melodielijn loopt weg als gekreukt tapelint. Je hoort meteen: hier is iets mis. ‘Had to act just like the others’, zingt Hynes, die het ziekenhuis werd ingeslagen op de schoolbus, afgewisseld met een spraakfragment van transvrouw Janet Mock over wat het betekent als je je identiteit moet onderdrukken om te overleven. De boodschap is zwaar, maar je krijgt hem optimistisch en bijna suikerzoet gepresenteerd dankzij Hynes’ delicate falsetzang.

De liedjes schurken tegen pop aan, met r&b- en soulinvloeden, sax, dwarsfluit, poëzie en akoestisch gitaarspel van Hynes zelf. Er zijn abrupte overgangen, zoals op ‘Holy Will’ waar slijkerig vervormde stemmen overgaan in een hoge gospelsolo van Ian Isiah. Het album is gelaagd, extreem kleurrijk op zoveel niveaus en hoopvol. Samenwerkingen met sterrappers lijken logisch voor Hynes, die nummers maakte voor A$AP Rocky en Solange Knowles. Maar dat je Diddy kan overtuigen zijn kwetsbare kant te laten horen en het dan ook nog klinkt, illustreert dat Hynes een creatief multitalent is in de buitencategorie.

    • Rolinde Hoorntje