Recensie

Hondentrimmer in de greep van de maffia

Tragikomedie Hondentrimmer Marcello probeert zijn waardigheid te behouden in een Italiaans stadje waar de maffia de scepter zwaait. ‘Dogman’ van Matteo Garrone (van ‘Gomorra’) is subtiel, heftig, grappig en tragisch.

Hondentrimmer Marcello moet overeind zien te blijven in het troosteloze Italiaanse kustplaatsje Castel Volturno.

In een grappige scène uit Dogman zijn het geen vrouwen die Marcello ‘schatje’ noemt of nafluit, maar honden. Het tekent het goedmoedige karakter van de hondentrimmer die in een afgebladderd pand en gekleed in een veel te grote stofjas zijn werk doet: honden wassen, nagels vijlen en haren trimmen.

Met een opgedoft poedeltje doet hij mee aan een hondenwedstrijd, waar zijn dochtertje Sofia hem aanwijzingen geeft: beetje bijpunten, meer haarlak, nog even kammen. Als Marcello een van de drie winnaars is, gaat hij trots met haar op de foto. Sofia wil graag duiken bij Hawaii, maar door geldgebrek blijven ze in Italië: „Calabrië is ook heel mooi”, vergoelijkt Marcello.

De gescheiden Marcello (een geweldige rol van Marcello Fonte) is een intrigerend personage. Hij is zachtaardig en door zijn bedeesde verschijning komisch. De openingsscène waarin hij een vervaarlijk grommende pitbull wast, is erg geestig. Naast hondentrimmer – zijn zaak heet Dogman – verdient Marcello wat bij door cocaïne te verkopen. De grootste afnemer is Simone, een kleine crimineel die een kop groter en veel breder is dan de iele Marcello.

De opvliegende Simone terroriseert de buurt en heeft Marcello in zijn greep. In een zwart-komische scène wordt Marcello door hem en een andere crimineel als chauffeur gecharterd. Als blijkt dat zij bij een inbraak een chihuahua in de vrieskist hebben gestopt om van zijn geblaf af te zijn, gaat Marcello in het holst van de nacht terug om het onfortuinlijke hondje te redden. Zo zit Dogman vol pakkende scènes.

Halverwege neemt de film van Matteo Garrone, bekend van Gomorra (2008), een wending die maar beter onvermeld kan blijven. Het volstaat te zeggen dat Garrone twee shots filmde van Marcello en Sofia die na het duiken op een boot zitten. Eentje vóór een bepaald incident en eentje erna. Dezelfde shots, maar de blik in Marcello’s ogen spreekt boekdelen over zijn veranderde geestesgesteldheid.

Lees ook een interview met ‘Dogman’-regisseur Matteo Garrone: ‘Al mijn films zijn sprookjes’

In zijn maffiafilm Gomorra, naar het boek van Roberto Saviano, speelde een woonkazerne in Napels een dragende rol als opvallende locatie. In Dogman trekt het plaatsje Castel Volturno, 35 kilometer boven Napels, de aandacht. Wie de naam Castel Volturno door de zoekmachine haalt ziet al snel dat de maffia groot is in het vervallen kustplaatsje waar overal zwerfafval ligt, de mensenhandel welig tiert en armoede de norm is. Het is er zo lelijk, afgeleefd en armoedig dat het weer mooi wordt. Met zo’n locatie vertelt Garrone, net als in Gomorra, een groot deel van het verhaal: lelijkheid brengt lelijkheid voort, hoe waardig en menselijk je ook wilt zijn. De als beeldend kunstenaar opgeleide Garrone laat de beelden van deze plek evenzeer spreken als de plot.

Even subtiel laat Garrone zien dat de in wezen fatsoenlijke en loyale Marcello trekjes overneemt van de honden waarmee hij werkt: in de grandioze slotscène kwijlt, hijgt en apporteert hij. Er is alleen niemand die het ziet, het tragische en verdrietige lot van een hondenman die geen baasje meer heeft.

    • André Waardenburg