‘Polly of the Circus’, een van de films die werden teruggevonden in Dawson City.

Still uit ‘Dawson City: Frozen Time’.

Fascinerende tijdcapsule uit een goudzoekersstadje

Interview De Amerikaanse kunstenaar Bill Morrison kon uit een schat van teruggevonden filmmateriaal de documentaire ‘Dawson City: Frozen Time’ samenstellen. Met als onderliggend thema „de tragedie van het kapitalisme”.

De Amerikaanse kunstenaar Bill Morrison ziet film als „sociaal geheugen”, vertelt hij half maart, als hij in Amsterdam is om zijn foundfootagefilm Dawson City: Frozen Time toe te lichten in een openbaar college. Dawson City wordt nu door Eye Filmmuseum uitgebracht in de Previously Unreleased-reeks. Het college waar Morrison te gast was ging over found footage, bestaand filmmateriaal dat in allerlei filmarchieven ligt opgeslagen en door filmmakers wordt gebruikt om een nieuw verhaal mee te vertellen.

Morrison baseerde Dawson City op een teruggevonden filmschat die in 1978 werd opgegraven in het Canadese mijnstadje Dawson City, vlakbij de westelijke grens met Alaska. Het unieke materiaal (meer dan 500 filmrollen) had decennialang onder een oud zwembad gelegen en was vergeten, totdat het gebouw werd afgebroken en de films weer naar de oppervlakte kwamen. Ze waren bevroren, bedolven onder aarde en aangetast door de tijd. Hoe deze zogeheten Dawson City Film Find daar terechtkwam doet Morrisons fascinerende film uit de doeken. Maar Dawson City is veel meer dan dat. Morrison: „Het is een verhaal dat oude filmclips (waaronder Chaplins The Gold Rush, 1925) gebruikt om over de wereld te praten.” Zelfs Donald Trump komt even voorbij; voor diens familiefortuin werd de basis gelegd in Dawson City.

In 1978 werden meer dan 500 filmrollen teruggevonden bij de sloop van een zwembad in Dawson City. De vondst werd bekend als ‘Dawson City Film Find’.

Het op allerlei historische bronnen gebaseerde Dawson City: Frozen Time verweeft uiterst kundig een aantal verhaallijnen. Allereerst de geschiedenis van de nabij de Yukon-rivier gelegen stad zelf, waar eind negentiende eeuw de goudkoorts uitbrak. Dat was precies op het moment waarop de eerste openbare filmvertoningen plaatsvonden. Filmmateriaal werd toen nog gemaakt van het zeer brandbare nitraat. Morrison laat ook die filmgeschiedenis zien, inclusief allesvernietigende nitraatbranden die meermalen de houten gebouwen van Dawson City in de as legden.

Morrison structureert zijn film op basis van deze ‘vuur en ijs’-motieven, elementen die hij zowel letterlijk als metaforisch gebruikt. Zijn film kent talloze vernietigende branden die het verleden uitwissen, maar dankzij permafrost is een deel van het afgedankte filmmateriaal bewaard gebleven. Herinneringen worden enerzijds bevroren of vergeten, anderzijds kan de verbeelding vlam vatten.

Morrison, die eind jaren tachtig een half jaar op de Rietveldacademie zat, ziet de Klondike-goudkoorts en geboorte van cinema als onderdeel van de (fnuikende) opkomst van het kapitalisme. Hij noemt „de tragedie van het kapitalisme” als hét onderliggende thema. Morrison: „Mijn film is de samenvatting van de ‘American experience’ en westerse expansiedrift. In Dawson City moest de inheemse bevolking plaatsmaken voor goudzoekers, met hun droom om snel rijk te worden. Daarna volgden bedrijven die het delven van goud mechaniseerden, waarbij arbeiders werden uitgebuit en de natuurlijke omgeving werd verwoest. En binnen enkele generaties was het stadje leeggezogen en ‘voor dood’ achtergelaten. Op de koortsdromen van de goudzoekers werd de hedendaagse Amerikaanse autocratische samenleving gebouwd, met z’n conglomeraten. En zo is dit verhaal niet de geschiedenis van een teruggevonden filmschat, maar metafoor voor wat er in de twintigste eeuw gebeurde. Gebeurtenissen die ons vormden zie je terug in de zwart-witbeelden van Dawson City.”

Morrison omschrijft cinema als het vriendelijke ‘entertainment-gezicht’ van dit roofzuchtige kapitalisme: „maar cinema is een koloniserende kracht die de waarden uitdraagt van diegene die de film maakt. Wat ze laten zien is hun particuliere gezichtspunt, maar het wordt gebracht als universeel standpunt.”

De ironie is dat nitraat zilver bevat, dus in Dawson City lag niet alleen goud begraven maar ook zilver, toen de oude, in Dawson City uitgedraaide films werden gedumpt onder het zwembad en daar jaren begraven lagen onder de permafrost. Morrison: „Toen het goud allemaal gedolven was, stierf vervolgens ook het zilver.”

Naast grote geschiedenissen bevat Dawson City individuele verhalen. Morrison introduceert in zijn film verschillende mensen en gebouwen waarvan de functie pas na verloop van tijd duidelijk wordt, wanneer hij hun verhaal weer oppakt.

Zo ontstaat een rijk weefsel dat vrijwel volledig verteld wordt aan de hand van archiefmateriaal, het meeste uit de Dawson City Film Find. Dat licht ontvlambare nitraatmateriaal heeft waterschade opgelopen, wat prachtige effecten oplevert. Morrison gebruikt die beeldaantastingen op poëtische wijze: in enkele fraaie scènes lijken de beschadigde gedeeltes te communiceren met de nog zichtbare gedeeltes. De personages reageren zo op de onverbiddelijke tijd die alles vernietigt. Tenzij die tijd toevallig op film is vastgelegd, door een kunstenaar uit archieven wordt opgedolven, weer tot leven wordt gebracht en voorzien van een nieuwe betekenis. Zo’n tijdscapsule is het wachten meer dan waard.

    • André Waardenburg