‘Eenderde van de adviseurs Mondriaan Fonds is al divers’

Diversiteit Het Mondriaan Fonds pleitte samen met andere cultuurfondsen voor meer diversiteit bij subsidies. Hoe breng je dat in de praktijk?

Beeld van de tentoonstelling Prospects and Concepts. Hier presenteert het Mondriaan Fonds werk van jonge kunstenaars tijdens kunstbeurs Art Rotterdam. Foto Leo van Velzen

Op 23 augustus schreven zes rijkscultuurfondsen en Unesco in NRC dat het tijd wordt voor „niet vrijblijvende doorbraken” op het gebied van diversiteit. Meer onderling verschillende mensen, betoogden ze in een open brief, moeten theaters, concertzalen en musea weten te vinden. En dat kan alleen als „we concrete doelen hanteren bij het aannamebeleid van personeel en voor de samenstelling van ons adviseursnetwerk”.

Toeval of niet, diezelfde 23 augustus had één van de ondertekenaars, het Mondriaan Fonds, in NRC een personeelsadvertentie geplaatst voor „adviseurs voor beeldende kunst en cultureel erfgoed”. Zulke adviseurs, er zijn een stuk of tachtig, beoordelen de aanvragen voor subsidie. Het zijn bijvoorbeeld curatoren, kunstcritici, wetenschappers, verzamelaars of medewerkers van musea. Adviseurschap is een nevenfunctie voor een paar dagdelen per maand, je bent adviseur voor drie, meestal vier jaar, elk jaar wordt ongeveer een kwart van het totaal vervangen.

Dan is de voor de hand liggende vraag: hoe combineer je het voornemen uit de open brief met de praktijk van de vacature? Wie maakt kans als hij of zij solliciteert (het kan nog tot en met aanstaande vrijdag)?

Afspiegeling van de samenleving

Directeur Birgit Donker van het Mondriaan Fonds heeft een uitdraai klaar liggen van de ‘poule van adviseurs’, ze zijn gerangschikt op alfabet. De eerste vijf achternamen: Archangel, Arian, Bandeh Ghiasabadi, Bedel, Benedetti. Birgit Donker: „Vijf jaar geleden besloten we: als fonds horen we een afspiegeling te zijn van de samenleving. Een concreet doel is dan een cijfer van het CBS, 23 procent van de Nederlandse bevolking heeft een migratieachtergrond. We hebben een inhaalslag moeten maken, maar intussen is eenderde van onze adviseurs cultureel divers.”

Dat concrete doel is dus al gehaald? Waarom dan nog een open brief geplaatst? De zeven ondertekenaars, vertelt ze, zaten voor de zomer bij elkaar met als vraag: we houden ons als fondsen al een paar jaar bezig met diversiteit, maar weten de mensen die het aangaat dat wel? „Het staat in onze jaarverslagen en beleidsvoornemens, maar die spel je niet als je overweegt om een bijdrage aan te vragen. En we willen dat niemand zich geremd voelt om bij ons aan te kloppen.”

Daar komt bij: „Wij gebruiken diversiteit in de meest brede betekenis van het woord, het gaat ons ook om mannen en vrouwen, geografische spreiding, verschillende leeftijden.” En ook nog: een subsidie-aanvraag is een hoge drempel, je vult een ingewikkeld stel formulieren in en wordt dan beoordeeld door mensen die je niet kent. „Het lijkt soms op een kasteel waarvan de brug is opgehaald.”

Er zijn intussen verschillende initiatieven om daar wat aan te doen, zoals een inloopspreekuur („Hoe werkt het?” „Maak ik kans?”) een open huis ergens in het land waar je als instelling of beeldend kunstenaar kunt speeddaten met mensen van het fonds en, sinds vorig jaar, regiomakelaars.

Want dat is de volgende uitdaging: de lijst met adviseurs is erg randstedelijk, zeker tweederde komt daarvandaan. De adviseursadvertentie stond ook in de Leeuwarder Courant, De Limburger en de Provinciale Zeeuwse Courant.

    • Gretha Pama