Matteo Garrone.

Foto EPA/Ettore Ferrari

‘Al mijn films zijn sprookjes’

Matteo Garrone Na ‘Gomorra’ is de nieuwe film van de Italiaanse regisseur, ‘Dogman’, eerder een dorpswestern over de verknipte vriendschap tussen een bokser en een hondenkapper. „Mijn films gaan over emoties die in het extreme worden gedreven.”

Eén ding weet regisseur Matteo Garrone (49) medio mei al volstrekt zeker: op het filmfestival van Cannes gaat zijn film Dogman aan de haal met de Dog Palm voor leukste hond. Honden spelen ijzersterke bijrollen in Dogman: als ‘comic relief’ en als liefdesobject van de schlemielige hondenkapper Marcello. Zonder honden zou deze gitzwarte fabel wel erg grimmig en deprimerend zijn.

Maar welke hond wint de Dog Palm? De chihuahua die door inbrekers in het vriesvak van een koelkast wordt opgesloten, opper ik. Nee, de valse vechthond die hondenkapper Marcello met hapjes en een warme föhn temt, vermoedt Garrone. Uiteindelijk ging de prijs naar alle honden in de film. En de hondenkapper, acteur Marcello Fonte, kreeg bovendien de Palm voor beste acteur.

Marcello Fonte is een onbekend gezicht. Garrone werkt daar graag mee, net als met amateurs: denk aan zijn maffia-epos Gomorra. Bij de première in Cannes zat in 2008 een aantal bijrolacteurs achter de tralies: voetvolk van de Napolitaanse camorra, het milieu waarin de film zich afspeelt.

Gomorra was Garrones internationale doorbraak, maar anders dan Roberto Saviano, schrijver van het gelijknamige boek en coscenarist van de film, hoefde Garrone nooit onder te duiken, vertelde hij in 2014, toen hij in Cannes sprookjesfilm Tale of Tales presenteerde. „Roberto maakte een onthullend, journalistiek boek met misdaden, plaatsen, namen en toenamen. Hij naaide de maffiabazen. Ik haalde een paar losse, menselijke verhalen uit dat boek om een duistere fantasie te verfilmen. Overlevingsverhalen in een menselijke jungle. Dat begrepen ze ook zo in Napels. Ik kon ongehinderd op locatie filmen, kleine maffiosi keken via de monitor mee of de straatscènes geloofwaardig waren.”

Marcello in ‘Dogman’ met rechts de Chihuahua die de Dog Palm won in Cannes.

Met Tale of Tales, gebaseerd op de wrede, zestiende-eeuwse sprookjes van Giambattista Basile en hier niet in de bioscoop uitgebracht, leek Garrone in 2014 een heel nieuwe weg in te slaan. Een misvatting, vond hij. „Door Gomorra en het gebruik van schoudercamera’s zien sommigen mij als een sociaal-realistisch filmmaker. Maar dat ben ik absoluut niet. Ik zoek altijd naar universele archetypes en werk die uit met een geloofwaardige menselijke psychologie. Al mijn films zijn sprookjes. Ze gaan over emoties die in het extreme worden gedreven.”

In Dogman keert Garrone terug naar een desolaat, groezelig streepje kust bij Napels waar je nooit toeristen ziet; het diende eerder als locatie voor Gomorra. Hier ontrolt zich een misdaadverhaal dat iets van een dorpswestern heeft, of van een sprookje inderdaad. Wetten, het gezag: ze zijn er een abstractie. De mensen moeten het met elkaar rooien.

Lees hier de recensie van ‘Dogman’: Hondentrimmer in de greep van de maffia

Garrone liet zich inspireren door de „gruwelijkste moord uit de Italiaanse geschiedenis”: het bloedige eind van de ‘vriendschap’ tussen de ex-bokser en bullebak Giancarlo Ricci en de cokeverslaafde hondenkapper Pietro De Negri, alias Er Canaro (‘de hondenman’). Op 18 februari 1988 bezweek een van hen na een urenlange foltering waarbij vingers en geslachtsdeel werden afgeknipt en een opengewerkt brein met hondenshampoo werd gemasseerd.

Zo bloedig wordt het niet in Dogman. Garrone: „Ik wilde geen banale wraakfilm. Wat me boeide, was de verknipte vriendschap tussen twee mannen, de één zwak, de ander sterk. De psychologische dynamiek daarvan. Splatterhorror over een vernederd man die zelf een beul wordt: dat boeide mij niet zo.”

U suggereert dat de gekoeioneerde hondenkapper Marcello echt vriendschap en loyaliteit voelt voor Simoncino.

„Liefde zelfs. Hij is gefascineerd en doodsbang tegelijk. Hij wil ontsnappen, maar redt Simoncino’s leven. Dat is niet rationeel, eerder iets op het niveau van alfa- en bètahond. Marcello is een schlemiel, aardig en timide. Hij wil liefst met iedereen goed opschieten. Maar zelfs hij heeft een breekpunt, eist een minimum aan respect.”

Edoardo Pesce (links) als de bokser Simoncino en Marcello Fonte als de hondenkapper Marcello in ‘Dogman’.

In het begin zie je Marcello een valse vechthond temmen. Hoopt hij zoiets te bereiken bij Simoncino?

„Inderdaad, hij hoopt hem met kleine gunsten onder controle te krijgen. Maar Simoncino is een psychopaat, een egoïst die alleen reageert op geweld. Dan valt pacifisme niet mee. Marcello leeft in angst en kruipt, maar in zekere zin is hij onschuldig als een kind. Er is ook een religieus aspect. Simoncino is het kruis dat Marcello moet dragen, in de finale letterlijk. Hij hoopt dat hij een martelaar wordt, een held. Maar hij is en blijft gewoon een slachtoffer.”

U koos de onbekende Marcello Fonte voor de sleutelrol van Marcello. Waarop baseerde u dat vertrouwen?

„Marcello heeft een oeroud gezicht, hij komt uit een arme boerenfamilie uit Calabrië, Zuid-Italië. Zo’n gezicht dat je weinig meer ziet, waarin onze geschiedenis als het ware doorschemert. Hij heeft ook iets van Buster Keaton. Veel tekst heeft hij niet nodig, zijn gezicht en zijn ogen zeggen alles.

„Ik ontmoette Marcello in een cultureel centrum, waar hij toen conciërge was. Een groep ex-gevangenen repeteerde daar een toneelstuk, een van hen kreeg een hartaanval in het toilet en overleed. Toen viel Marcello in. Ik kwam daar om mensen te casten, de rest is geschiedenis.

„Marcello komt overigens niet uit het niets, hij speelde al kleine filmrollen. Als 18-jarige was hij een figurant toen Martin Scorsese Gangs of New York opnam in Rome. Marcello hield daar een foto met Leonardo DiCaprio aan over. Je mag als figurant de sterren beslist niet lastigvallen, maar Marcello vroeg iemand op de set brutaal om een kiekje te nemen. Dat bleek later Daniel Day-Lewis te zijn. Marcello had geen idee wie dat was.”

Marcello in ‘Dogman’.

Het is 2018, dus lees je recensies waarin ‘Dogman’ gaat over fascisme, over de relatie van volk en sterke man, over Donald Trump zelfs…

„Dat staat de kijkers vrij. Ik schrijf mijn films niet met zulke gedachten, maar leef wel in deze tijd. Marcello Fonte vertelde me dat hij vaak op Berlusconi heeft gestemd, dus wie weet.”

    • Coen van Zwol