Rechtspsycholoog André De Zutter maakte een checklist om echte verkrachtingsverhalen te onderscheiden van valse: „Echte verkrachters gebruiken meestal geen geweld.”

Foto Roger Cremers

Verkrachter vroeg om haar nummer

André de Zutter Een op de twintig aangiftes van verkrachting is vals. Hoe herken je die? Bijvoorbeeld als het geval te veel lijkt op een film.

Hoe weet je of een vrouw die zegt dat ze verkracht is de waarheid vertelt? Kun je dat ooit écht zeker weten? „Nee, natuurlijk niet”, zegt rechtspsycholoog André de Zutter. Toch is dat precies waar hij onderzoek naar heeft gedaan: hij heeft, samen met collega’s Robert Horselenberg en Peter van Koppen, een checklist ontwikkeld om te zien of een verkrachtingsverklaring echt of vals is. Waarschijnlijk, dan. Met 91 procent betrouwbaarheid, in zijn onderzoek. „Beter dan een munt opgooien”, schrijft hij in het proefschrift waarop hij op 14 september promoveert.

We zitten in zijn kamer op de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam. De Zutter doorspekt zijn antwoorden met gruwelijke verkrachtingsanekdotiek uit de honderden politiedossiers die hij doorwerkte. De verkrachter die zijn slachtoffer toevoegde: je zei dat je een vriend had maar dat geloof ik niet, dit is zulke slechte seks, zo hoeft het voor mij niet – en die stopte. De verkrachter die na afloop zei: ik loop wel even met je mee naar huis, want dit is een gevaarlijke buurt. De serieverkrachter die zijn mes niet meer meenam, omdat hij het niet nodig had – de meeste slachtoffers verzetten zich niet.

Dat is de essentie van De Zutters methode: vrouwen die nooit verkracht zijn, weten niet hoe een échte verkrachting verloopt. Als die een valse aangifte doen, verzinnen ze een verhaal dat op cruciale punten verschilt van een echt verkrachtingsverhaal. Echte verkrachters gebruiken meestal geen geweld. Slachtoffers verzetten zich meestal niet, uit angst voor nog meer, nog erger. Verkrachters geven complimentjes, strelen en zoenen, verontschuldigen zich.

Ik vond dat verrassend om te lezen.

„Ik vond het ook verrassend. Ook ik was blijkbaar slachtoffer van de manier waarop verkrachtingen in de media en in Hollywoodfilms gepresenteerd worden. Mensen denken dat een typische verkrachting gewelddadig is, snel voorbij is, dat het puur om macht gaat. Terwijl uit mijn en eerder onderzoek blijkt dat verkrachters vaak zielige figuren zijn die geen lief kunnen vinden en dan op de een of andere bizarre manier maar overgaan tot verkrachting. Ze zoeken eerder intimiteit dan macht. Veel verkrachters vragen: kun je van mij houden? Of: mag ik je nummer, kunnen we nog een keer afspreken? Dat soort dingen. Heel beangstigend en onbegrijpelijk, dat iemand zo’n hersenkronkel kan hebben. Dat deed ook iets met mij. Het is makkelijker om te denken: het zijn monsters.”

U heeft uw checklist ontwikkeld op basis van 57 valse en 72 echte verklaringen. En die 91 procent betrouwbaarheid was op basis van 75 cases. Is dat niet heel weinig?

„Ja, dat is weinig. Maar het probleem is: valse aangiftes komen heel weinig voor. De politie zei in het begin wel informeel tegen mij: wij hebben geen behoefte aan zo’n checklist, wij zien zó wat valse verklaringen zijn, dat is 80 procent en die filteren we er meteen uit. Maar uit ons onderzoek bleek dat maar ongeveer 1 op de 20 van alle aangiftes van verkrachting een valse aangifte is. Dat is overigens gebaseerd op Amerikaanse cijfers omdat dat in Nederland niet zo systematisch wordt bijgehouden.

„En wij wilden natuurlijk alleen werken met aantoonbaar valse aangiftes. Dus er moest een bekentenis zijn van het slachtoffer dat het niet gebeurd is, én er moest bewijs zijn voor het alternatieve scenario. Anders zou een vrouw onder druk van de verkrachter, of van familie om religieuze of culturele redenen, kunnen gaan zeggen dat haar verklaring vals is. We hebben ruim 500 dossiers bestudeerd, maar omdat we absoluut geen echte aangiftes bij de valse wilden hebben en geen valse bij de echte, hebben we heel strenge criteria gehanteerd. Dan kun je niet veel zaken overhouden.”

Als ik nu in de krant beschrijf wat mensen niet wisten over verkrachtingen, tast dat dan de validiteit van de checklist aan?

„Ja.” Hij lacht een beetje. „Nee, klopt, ja. Iemand die dit leest en die een valse aangifte wil doen, kan zeggen: hij vroeg kun je van me houden, hij vroeg mijn telefoonnummer… Een verkrachtingsslachtoffer dat later ooit een valse aangifte wil gaan doen, ontsnapt ook.”

U schrijft dat de politie uw checklist kan gaan gebruiken, maar dus niet om echt van nep te onderscheiden.

„Nee, maar dat is ook nooit de pretentie van het instrument geweest! Ik hoop te bereiken dat de zedenrechercheur niet zomaar op zijn eerste oordeel vertrouwt, maar ook kijkt: wat zijn nu eigenlijk de criteria die samengaan met een echte en met een valse aangifte. Kijk, bij een eerste contact met een aangeefster heeft de politie meteen een oordeel, een eerste indruk, mensen kúnnen niet anders. Maar vervolgens wordt er in dat spoor verder gegaan, jarenlang. Terwijl, als een objectief instrument zegt dat een aangifte vals is, dan ga je een van verkrachting beschuldigde niet arresteren in de bibliotheek ten overstaan van zijn kinderen, zoals in een zaak die ik beschrijf.

„En er is het verhaal van een vrouw uit Utrecht die wel degelijk verkracht is, maar bij de politie steeds afgewimpeld werd, zelfs toen de Utrechtse serieverkrachter werd opgepakt, omdat er een aantekening in haar dossier stond ‘waarschijnlijk vals’. Zoiets is onherstelbaar. Aan beide kanten moet het voorzichtiger; daarom zou de politie mijn instrument als extra check kunnen gebruiken.”

Kan dat gebruik door de politie ook de validiteit aantasten, als mensen doorkrijgen wat als echt en niet echt gezien wordt?

„Ja, klopt. Dat hebben we gezien bij posttraumatische stress-stoornis, ik las in een Amerikaans wetenschappelijk artikel dat advocaten slachtoffers zelfs coachten hoe je je moest presenteren om zo goed mogelijk PTSS-symptomen te laten zien. Maar bij PTSS, als het door je werk komt, is eerder financiële schadevergoeding te behalen dan bij verkrachting. Er was in mijn onderzoek maar één geval van een valse aangifte voor materieel gewin. Meestal ging het om vrouwen die moeite hebben om sociaal aanvaard te worden, die weinig vrienden hebben. Als je slachtoffer bent van zoiets gruwelijks heeft iedereen wel aandacht voor je.”

Eigenlijk willen vrouwen die valse aangiftes doen hetzelfde als mannen die verkrachten: liefde.

„Ja. Heel tragisch, ja. Ik zou mijn dochter ook altijd aanraden om zich hevig te verzetten, in de hoop dat een potentiële verkrachter denkt: zo heb ik er geen zin in.”

    • Ellen de Bruin