Tussen de boom en mij kon het niet stuk

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: bedwelmd door de citroenen van Frank Meyer.

Het is heel gewoon om je te hechten aan een huisdier. Maar deze zomer ontdekte ik dat je even verknocht kunt raken aan een huisplant. Het begon met een salade die ik kreeg voorgeschoteld met stukjes zoete, sappige citroen. De smaak hield het midden tussen een limoen en een mandarijn. Dit bleek een Meyer-citroen. Deze citroenboom, zo leerde ik, doet het in de zomer buiten in New Jersey uitstekend.

Ik heb geen verstand van tuinieren, maar ik kon niet wachten mijn eigen citroenen te zien groeien. Al snel vond ik een kweker die de boompjes via internet leverde.

Drie dagen later stond het nieuwste lid van het gezin op de stoep – een kwetsbaar boompje van nog geen meter hoog. Ik haalde hem voorzichtig uit de doos en plantte hem in zijn pot. Daarna gaf ik hem speciale mest en water om te herstellen van de lange reis.

De weken daarna ging ik meteen als ik wakker werd naar mijn boompje kijken. Eind mei kwamen er witte bloemetjes aan die heerlijk zoet roken. Ik stelde me voor dat dit een voorproefje was van de citroengeur. Tussen de boom en mij kon het niet meer stuk.

Begin juni waren de bloemen uitgebloeid en ontdekte ik tot mijn grote plezier piepkleine groene balletjes. Ik verwende mijn boom met extra mest en vergat nooit hem na zonsondergang water te geven. In de hete maand juli verschoof ik de pot telkens, zodat mijn boom zijn zes uren zon kon krijgen. En ik werd beloond. In augustus werden de citroenen zo groot als pingpongballen.

De Meyer-citroen intrigeerde me bovenmate. Waar kwam hij vandaan? En, wie was deze Meyer, naar wie de citroen was vernoemd? Tot mijn verbazing bleek hij een Amerikaanse Nederlander. Frans Nicolaas Meijer werd geboren in 1875 in Amsterdam en als veertienjarige jongen door de befaamde bioloog Hugo de Vries opgeleid tot tuinier in de Hortus Botanicus van Amsterdam. Na een jaar vol frustratie op het idealistische landgoed Walden, emigreerde hij naar Amerika, waar hij zijn naam veranderde in Frank N. Meyer en vier botanische expedities naar China organiseerde.

Deze Indiana Jones van de citroenen vocht met tijgers, wolven en beren, werd door dorpelingen voor de duivel aangezien, en smokkelde apen het land uit. Bij een boeddhistische tempel op een heilige berg ontdekte hij in 1907 de heerlijk zoete citroen. Het liep helaas niet goed met hem af. In 1918 verdronk hij op een bootreis over de Yangtse.

Meyer zou verrast zijn hoeveel fans zijn citroen nu heeft. Op de website van de kweker ontmoet ik medeliefhebbers. We delen onze ervaringen, geven elkaar advies en plaatsen trots foto’s van onze boompjes. Het internet is er niet alleen voor kattenvideo’s.

Deze zomer zal altijd in het teken staan van mijn citroenboom. Ik ben verslaafd aan de zoetzure geur die om hem heen hangt. Vanmorgen, inmiddels september, zag ik tot mijn vreugde een gelig waas over mijn veertien citroenen in wording. Ze zijn me stuk voor stuk even dierbaar. Ik weet niet of ik het straks aan durf om ze te eten. Het is toch zoiets als je eigen konijn slachten.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong