Overheid breidelt wetenschap

Onderzoek in opdracht De overheid dwingt onderzoekers hun onafhankelijkheid op te geven. Publicatie van onwelkome resultaten kan tegengehouden worden.

Wetenschappers die onderzoek doen in opdracht van de overheid worden vaak per contract gedwongen om hun onafhankelijkheid op te geven. De standaardvoorwaarden voor onderzoekscontracten van de overheid bevatten bepalingen die strijdig zijn met de codes voor wetenschappelijke onafhankelijkheid, die zijn opgesteld door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Vereniging van Universiteiten (VSNU).

Van de 2.651 onderzoekers die een NRC-peiling invulden, hebben 266 te maken gehad met ongewenste druk van de overheid. De Algemene Rijksvoorwaarden voor Diensten (Arvodi), die standaard voor onderzoekscontracten gelden, zijn een terugkerende ergernis. Eric van Damme, hoogleraar mededinging aan de universiteit van Tilburg, kent de bepalingen die wetenschappelijke onafhankelijkheid bedreigen uit het hoofd: „De KNAW-verklaring van onafhankelijkheid heeft negen bepalingen en de Rijksvoorwaarden zijn met vijf ervan in strijd. De macht van de overheid wekt ontzettend veel irritatie, niet alleen rationeel maar ook emotioneel”, zegt hij. „Het is een schande.” Sommigen werken daarom liever in opdracht van bedrijven dan van de overheid.

Lees ook: Overheid dwingt wetenschappers onafhankelijkheid op te geven

Volgens hun beroepscode moeten wetenschappers hun onderzoek publiceren, ongeacht het resultaat. Maar volgens artikel 11, lid 4, van de Rijksvoorwaarden is uitsluitend de opdrachtgever tot publicatie bevoegd. Die moet schriftelijke toestemming geven voor publicatie. De opdrachtgever bepaalt ook de termijn waarbinnen een onderzoek moet worden gepubliceerd. Bij de overheid kan die langer zijn dan de maximaal twee tot zes maanden die in de onafhankelijkheidsverklaring van de KNAW voor onderzoek in opdracht staan.

Door geldgebrek worden wetenschappers te afhankelijk van externe opdrachten, zeggen ze ook in de NRC-peiling. Lees: De geldschieter wil wel zelf wat aan het onderzoek hebben

De overheid krijgt de intellectuele eigendom van nieuwe uitvindingen en mag wijzigingen aanbrengen in de tekst, terwijl volgens de beroepscode de wetenschapper het laatste woord moet hebben. De wetenschapper mag als de overheid dat wenst geen melding maken van de opdracht en opdrachtgever, terwijl dat volgens de KNAW-code wel moet. De Rijksoverheid hoeft voor onderzoek niet te betalen als de uitkomst niet bevalt, terwijl volgens de KNAW de beloning niet afhankelijk mag zijn van de uitkomst.

„Het is niet de bedoeling om via Rijksvoorwaarden vrije wetenschap in te perken. Als dat wel zo uitpakt, vind ik dat een duidelijk en zorgwekkend signaal”, reageert minister Ingrid van Engelshoven (D66, Wetenschap) in een e-mail aan NRC. Ze wil met het ministerie van Binnenlandse Zaken „nog eens goed naar deze regels kijken. Ik vind het belangrijk dat deze in overeenstemming zijn met de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit.”

De meeste respondenten van de peiling wisten niet van de verklaring en de beroepscode van de KNAW. In de meeste gevallen was ook geen sprake van ongewenste beïnvloeding door de overheid. Maar zo wel, dan hadden wetenschappers contractueel geen rechten die te weerstaan.

Een aantal faculteiten en universiteiten heeft de onafhankelijkheid en het publicatierecht in standaardcontracten vastgelegd. Een aantal overheidsinstellingen, zoals het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC), heeft de Rijksvoorwaarden die in strijd zijn met de wetenschappelijke onafhankelijkheid buiten werking gesteld.

    • Frank van Kolfschooten
    • Clara van de Wiel
    • Maarten Huygen