Opinie

De wet is hard, maar kinderen gaan soms toch gewoon voor

Zoals het er nu naar uitziet, worden de van oorsprong Armeense kinderen Lili (12) en Howick (13) zaterdag Nederland uitgezet. Staatssecretaris Mark Harbers (Justitie en Veiligheid, VVD) kan nog van zijn discretionaire bevoegdheid gebruikmaken en om humanitaire redenen toch een verblijfsvergunning toekennen.

Die kans is niet groot, gezien de moeite die de Staat deed om hun uitzetting als rechtmatig en noodzakelijk te bepleiten. Daarin is de overheid ook bevestigd. De Raad van State oordeelde in laatste instantie dat de kinderen in Armenië niet in een ‘mensonterende’ situatie terechtkomen. Als de moeder hen niet zou kunnen opvangen, wat waarschijnlijk lijkt, dan nemen Caritas en het Fund for Armenian Relief die verantwoordelijkheid. De staatssecretaris betaalt mee. Lex dura, sed lex. De wet is hard, maar het is de wet. In Armenië wacht hen geen vervolging, ze worden er niet dakloos. Het vreemdelingenrecht heeft gesproken.

Intussen gaat het om kinderen die hier vanaf 2008 zijn opgegroeid, alleen Nederlands spreken, nooit in Armenië waren en hier zijn geworteld. En die de burger bovendien heeft leren kennen. Zoals eerder Mauro en Sahar. Zij zijn de mediagezichten van een groep van naar schatting vierhonderd kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven, maar toch uitgezet moeten worden. Het kinderpardon uit 2013 heeft hen niet mogen baten – die regeling is mislukt. Uiteindelijk kon voor maar een handvol voldoende bewijs worden gevonden om aan de strenge eisen te voldoen.

Zoals hier al eerder betoogd: deze kinderen zet je dus niet uit. Ingeburgerde Nederlandse kinderen naar een vreemd land verbannen ontwricht hun leven. Zoiets is om humanitaire redenen onacceptabel. Wijsheid was hier geweest om eerder (definitief) af te wijzen of eerder toe te geven. Soms is consequent vreemdelingenbeleid, hoe nastrevenswaardig ook, in individuele gevallen zó onredelijk benadelend dat ervan mag worden afgeweken. Dat is precies waarom de staatssecretaris over een discretionaire bevoegdheid beschikt. Uitzetting mag, het hoeft niet.

Politiek is er weinig animo om dit soort drama’s te voorkomen. Het idee van een ‘wortelingswet’, waardoor er voor vernederlandste kinderen een recht op verblijf zou ontstaan, is nooit van de grond gekomen. Pogingen om ‘vervolgaanvragen’ van asielzoekers terug te dringen, zijn nog weinig succesvol gebleken. De moeder van het tweetal kreeg al in 2009 de eerste afwijzing binnen. Door nieuwe aanvragen in te dienen, bleef de klok tikken en werd uitwijzing vooruitgeschoven. Dat asielzoekers dat doen, kan hen niet kwalijk worden genomen. Weliswaar wordt 58 procent van de vervolgaanvragen afgewezen, maar 35 procent wordt geaccepteerd. Asielzoekers die dit doen, wordt vaak traineren verweten, maar dat is niet altijd terecht. De veiligheid in het ‘land van uitzetting’ kan immers ingrijpend veranderen, de omstandigheden van de asielzoeker eveneens.

Natuurlijk zijn er calculerende vervolgaanvragers. Moslims die christen worden, wat vervolging ‘thuis’ dichterbij brengt. In het vrije Nederland ontplooide politieke activiteiten die terugkeer gevaarlijk maken. Idem: hier uitkomen voor een seksuele voorkeur, die elders vervolgd wordt. Feiten veranderen, mensen ontwikkelen zich, kinderen wortelen. Dat heeft gevolgen die in een rechtsstaat erkend mogen worden, ook om louter morele redenen. Dat is hier aan de orde.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

Correctie (4 september): in een eerdere versie stond dat Lili en Howick nog ondergedoken zouden zijn; ze zijn inmiddels weer terecht.