In elk land krijg je een ander internet

Splinternet Overheden proberen met wetten het internet te reguleren, en soms ook te censureren. Zo raakt het wereldwijde web steeds meer versplinterd.

Pepijn Barnard

‘Regeringen van de industriële wereld, vermoeiende reuzen van vlees en staal, ik kom uit cyberspace, het nieuwe thuis van de geest. Namens de toekomst vraag ik jullie van het verleden ons met rust te laten. Jullie zijn niet welkom. Jullie hebben geen soevereiniteit daar waar wij samenkomen.”

Het zijn de eerste zinnen van A Declaration of the Independence of Cyberspace, een manifest uit 1996 van de dit jaar overleden politiek-activist John Perry Barlow. „Een goede manier om de toekomst vorm te geven, is deze voorspellen”, zei Barlow later over kritiek op zijn tomeloze internetoptimisme.

Het web als ultieme vrijplaats die geen regulering behoeft – dat beeld is allang utopisch gebleken. Overheden worstelen met alsmaar uitdijende techreuzen, computercriminaliteit, cyberpesten, wraakporno, propaganda voor terrorisme en auteursrechten die en masse worden geschonden. Sommige regeringen willen het internet niet alleen reguleren, maar, zoals China of Turkije, ook censureren.

Dat soort controle, ingrijpende nieuwe wetten en jurisprudentie uit rechtszaken leggen steeds meer ingewikkelde regels op aan wat juist het wereldwijde web heet. ‘Splinternet’ is het idee dat het internet een doolhof wordt van juridische of technische tegenstrijdigheden. Het idee dat iemands online ervaring wordt bepaald door zijn geografische locatie. „Parallelle internetten die zich gedragen als aparte, private en autonome universums”, zo werd ‘splinternet’ al in 2001 in Forbes uitgelegd. Destijds als potentieel toekomstbeeld. Slaat de term inmiddels op de realiteit?

EU-regels

Neem de Europese Unie. Sinds eind mei is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. Deze verordening regelt onder meer dat mensen makkelijker inzicht krijgen in wat bedrijven en organisaties van hen weten. Er is nog veel onduidelijk over de nieuwe regels. Zoals hoe sites om moeten gaan met tracking cookies. Door het karakter van de pijlsnelle veilingen in de digitale advertentiemarkt is het lastig om een sitebezoeker goed uit te leggen wat er met zijn persoonlijke gegevens gebeurt. Tegelijk kunnen boetes oplopen tot twintig miljoen euro, of 4 procent van de wereldwijde jaaromzet als dat hoger is.

Uit vrees daarvoor zijn sinds eind mei honderden Amerikaanse nieuwssites ontoegankelijk voor Europeanen. Ook op sites van grote titels zoals de Los Angeles Times en Chicago Tribune worden Europese bezoekers geblokkeerd. Sommige van deze media zeggen niet te weten wanneer, zelfs óf, de sites weer toegankelijk worden. „We zouden meer winst riskeren dan we uit de EU halen”, verklaarde The Dallas Morning News na vragen van deze krant.

Lees ook: Honderden Amerikaanse sites nog steeds op zwart in Europa

We gaan meer van dit soort blokkeergedrag zien, verwacht Martin Husovec, universitair docent Intellectueel Eigendomsrecht aan de Universiteit Tilburg. „Bedrijven willen vooral één product maken dat zoveel mogelijk afzet oplevert. Als ze een product ontwerpen, hoe ver willen ze dan gaan met het maken van allerlei lokale versies?”

De AVG is slechts het eerste hoofdstuk van een reeks Europese wetten voor het digitale domein. Op 12 september stemt het Europese Parlement over een auteursrechtrichtlijn. Platformen zoals YouTube en Facebook worden daarmee verplicht om content vóóraf te filteren op auteursrechtschendend materiaal. Dit soort filters zijn technisch ingewikkeld om zelf te bouwen, en duur om als licentie af te nemen. Kortom: ook deze wet zal bedrijven en organisaties op internet voorzichtiger maken.

Daarnaast buigt de Europese Raad zich momenteel over E-privacy: een richtlijn over marketing en telecommunicatie. In de huidige conceptversie van de wet staat dat adverteerders alleen gepersonaliseerde advertenties kunnen tonen met expliciete toestemming van consumenten. Adverteerders mogen Europeanen dus niet meer zomaar bestoken met persoonlijke advertenties.

Wetten in India, Vietnam, Brazilië

Dan volgt wereldwijd nog de ene na de andere wet op landelijk niveau. Zo werd in Kenia een conceptwetsvoorstel gepubliceerd dat bedrijven opdraagt toestemming te vragen aan consumenten voor het verzamelen van hun data. Wie de wet overtreedt kan een boete krijgen of tot vijf jaar gevangenisstraf. De Braziliaanse senaat ging akkoord met een vergelijkbare wet, met boetes tot 10 miljoen euro.

In India wordt ook een privacywet overwogen, maar met een opmerkelijke extra regel: persoonlijke gegevens van Indiërs moeten op computers ín India worden opgeslagen. Bedrijven die Indiërs tot hun klantenbestand willen rekenen, moeten daardoor flink investeren in lokale datacentra. In Vietnam werd deze zomer ook een wet aangenomen met die verplichting.

Eind juli publiceerden YouTube en Facebook de eerste van halfjaarlijkse rapporten over het neerhalen van illegale content. Dat werd verplicht gesteld in een Duitse wet waar ook in staat dat als sociale media „duidelijk illegale” content niet snel genoeg verwijderen, ze boetes kunnen krijgen tot 50 miljoen euro per geval. Critici wijzen erop dat bedrijven kunnen gaan ‘overblokkeren’ om die hoge boetes tot ontwijken.

China kiest er ondertussen steeds meer voor om zich met technische hulpstukken af te keren van het wereldwijde web. Buitenlandse websites, of specifieke pagina’s, worden geblokkeerd. De regering onwelgevallige termen in zoekmachines en berichtendiensten worden weggefilterd.

Er bestaat sinds 2012 een internationaal samenwerkingsverband dat deze globale bewegingen bijhoudt: het Internet & Jurisdiction Policy Network. Grote internetbedrijven, overheden en universitaire experts van meer dan veertig landen proberen gezamenlijk chocola te maken van alle wetgeving en werken aan oplossingen. Aan de organisatie betalen techbedrijven zoals Google en Facebook mee, maar ook allerlei andere spelers zoals het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en organisaties als ICANN en EURid, die het beheer voeren over domeinnamen (.com/ .nl/ etc) en ip-nummers.

„Het aantal nieuwe wetten om het internet te reguleren, is in een stroomversnelling gekomen”, zegt Paul Fehlinger, een van de oprichters van de organisatie. „De maatschappij is steeds digitaler geworden. Overheden proberen verloren terrein in te halen. Daarbij roeien ze met de riemen die ze hebben. We hebben nou eenmaal geen wereldwijd juridisch hof voor internetzaken.”

„Omgaan met het grote aantal afzonderlijke wettelijke kaders dat op internet van toepassing is, is een van de grote beleidsuitdagingen van onze tijd - complexer zelfs dan het bouwen van het internet zelf”, schreef Vinton Cerf, betrokken bij de organisatie, in februari in Financial Times. Een opvallende uitspraak: Cerf is zelf een van de geestelijk vaders van het internet.

Botsing tussen Amerika en Canada

Dat wetten kunnen botsen, werd afgelopen november weer duidelijk toen een Amerikaanse rechter een besluit van het Canadese hooggerechtshof blokkeerde.

In Canada geldt het recht om, met goede redenen, bepaalde zoekresultaten door Google te laten schrappen. Het hooggerechtshof had geoordeeld dat Google bepaalde zoekresultaten niet alleen van de Canadese versie moest verwijderen, maar ook van de algemene ‘Google.com’. Wereldwijd, dus. Volgens een Amerikaanse rechter bedreigde de Canadese uitspraak onder meer de vrijheid van meningsuiting.

De deelnemers van het Internet & Jurisdiction Policy Network werken aan standaarden voor hoe nationale wetten toe te passen op het internationale internet. „Als iets illegaal is volgens de Nederlandse wet, moet het dan over de hele wereld worden verwijderd?”, zegt Fehlinger. „Nu zijn daar geen afspraken over, die moeten we wel gaan maken. Een wet van een ander land, kan namelijk ook jouw burgers beïnvloeden.”

    • Liza van Lonkhuyzen