Opinie

    • Diana de Wolff

Hoe twee advocaten het aanzien van hun beroep aantasten

Optreden voor machtige klanten vraagt om een sterke ruggengraat. Niet iedere advocaat beschikt daarover, constateert Diana de Wolff, in de Togacolumn. Daar valt ook zwichten voor de verleiding van het geld op de derdenrekening onder.

Wie advocaten associeert met begrippen als doortrapt en onbetrouwbaar kwam afgelopen tijd ruimschoots aan zijn trekken. Dankzij het demasqué van Michael Cohen, Donald Trumps voormalige advocaat van kwade zaken. Na een inval in april van de FBI in diens kantoor riep Trump aanvankelijk nog verontwaardigd uit dat het verschoningsrecht van advocaten ter ziele was. Maar al snel was duidelijk dat Cohen persoonlijk als verdachte van misdrijven werd vervolgd. En een advocaat die zelf over de schreef gaat komt het verschoningsrecht niet toe.

Belastingfraude

De vervolging betrof vijfvoudig gepleegde belastingfraude, maar ook een misdrijf dat rechtstreeks met Trump te maken. Dat verhaal heeft dan ook in geuren en kleuren het nieuws gehaald. Cohen betaalde tijdens Trumps verkiezingscampagne zwijggeld aan twee dames met wie Trump buitenechtelijke affaires had gehad.

Daarmee overtrad Cohen de wettelijke regels over de financiering van verkiezingscampagnes, waardoor hij een maximumgevangenisstraf van vijf jaar riskeerde. Trump zal na de inval direct hebben vermoed dat de vervolging van zijn advocaat een gevaar voor hemzelf ging opleveren. En dat was ook zo. Beweerde Cohen eerst nog buiten medeweten van de president de amourettes stil te hebben gehouden, na zijn aanhouding deelde hij justitie mee dat Trump wel degelijk zelf de opdracht gegeven tot het betalen van zwijggeld. Dus werd de advocaat die jarenlang Trumps persoonlijke vertrouwensman was als verrader afgedankt.

Wangedrag

De casus-Cohen toont maar weer eens aan dat macht corrumpeert en dat het optreden voor machtige klanten om een sterke ruggengraat vraagt. Cohen had zich niet voor het karretje van Trump moeten laten spannen.

Schokkend? Ja, maar in de afgelopen weken was ik eigenlijk meer geschokt door wangedrag van een Nederlandse advocaat, juist omdat het ging om een raadsman met een doorsneepraktijk. Zijn klanten, ruim 50 particulieren, waren in de jaren ’90 met mooie praatjes verleid om te beleggen met geleend geld. Zij hadden de advocaat, mr. H., in 2002 ingeschakeld toen de beleggingen in rook waren opgegaan en zij met een schuld bleven zitten.

Nadat vijf jaar later de kwestie was geschikt, kwam op de derdenrekening van zijn kantoor een schadevergoeding van bijna twee miljoen binnen, te verdelen onder de ruim 50 klanten. Die hadden hun belangen bijna allemaal gebundeld in een stichting. Een groot deel van de twee miljoen werd doorbetaald aan die stichting, maar twee ton bleef op de derdenrekening staan. Dit geld was deels bedoeld voor de paar klanten die niet bij de gedupeerdenstichting waren aangesloten, deels als slotbetaling aan die stichting. Uiterlijk in 2010 zou alles zijn afgewikkeld.

Berisping

Jaar in jaar uit bleef de stichting aandringen op rekening en verantwoording, maar de advocaat weigerde inzage te geven in wat er nog aan gelden op de derdenrekening over was. Daarbij deed hij een beroep op zijn geheimhoudingsplicht jegens de individuele klanten. Aanvankelijk kwam hij daar in een door de stichting aangespannen tuchtzaak ook mee weg, maar in hoger beroep, het is dan 2016, bepaalde de tuchtrechter dat H. onomwonden rekening en verantwoording moest afleggen en kreeg hij een berisping. Zaak opgelost, zou je denken. Maar de advocaat blijft ook daarna nog weigeren verantwoording af te leggen. Pas na weer een klacht van de stichting en een uitvoerig dekenonderzoek kwam de aap uit de mouw: de twee ton die voor de gedupeerden was bestemd, was in de loop der tijd grotendeels in de zakken van H. zelf beland. De beleggers waren na 20 jaar dus voor de tweede keer gefopt. Vorige maand is de advocaat van het tableau geschrapt.

De advocaat van Trump en de raadsman van gewone mensen. Op het eerste gezicht onvergelijkbare gevallen. Maar allebei hebben ze de geloofwaardigheid van de advocatuur aangetast.

 

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, een rechter en een officier. Diana de Wolff is advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA.

 

    • Diana de Wolff