Jackie Groenen is vrolijk in aanloop naar het WK-kwalificatieduel met Noorwegen. „Ik kan op de training weer blijven gaan. Zo’n fijn gevoel. Dat was lang geleden.”

Foto Sander Koning/ANP

‘Als je iets wil, moet je stappen zetten’

Jackie Groenen

Van pionier in Duitsland tot voetbalprof in Oranje. Middenvelder Jackie Groenen (23) is na een zwaar seizoen nu weer topfit.

Elke wedstrijd twaalf tot dertien kilometer rennen. Ballen veroveren, splijtende passes, dynamische acties. Tot bleek dat zelfs Jackie Groenen grenzen heeft. „Ik ben een bijtertje, ga altijd te veel over mijn grens heen”, vertelt de 23-jarige middenvelder van FFC Frankfurt en Oranje. „Dat levert wel wat klapjes op. Dat je soms twee dagen ziek bent na een wedstrijd. Maar zo speel ik al sinds mijn vijftiende, daar voel ik me prettig bij. Totdat je voelt: het zit niet helemaal lekker. Ik voelde me wat minder zeker, ging me afvragen wat ik anders moest doen. Ik was daar erg mee bezig in mijn hoofd. Dat was de nasleep van het EK.”

Na een goede zomervakantie en een ‘Duitse’ voorbereiding vol fysieke arbeid kijkt Groenen met vertrouwen uit naar de cruciale kwalificatiewedstrijd in en tegen Noorwegen, waar Nederland deze dinsdag aan een gelijkspel genoeg heeft om zich te plaatsen voor het WK 2019 in Frankrijk. „Ik voel me weer heel fit nu”, klinkt het op de KNVB-campus in Zeist. Met aanstekelijk enthousiasme – ook kenmerk van haar spel – vertelt ze over haar bewogen jaar na het gouden EK. Het toernooi van de grote sprong voorwaarts in het vrouwenvoetbal. Spelen voor volle stadions, van talkshowgast tot NOS-analyticus bij het WK voor mannen. „Hartstikke leuk om te doen”, kijkt Groenen terug. Maar alles heeft een prijs.

Slechts vier dagen nam ze vrij na de gewonnen EK-finale. „Ik wilde per se niet in een gat vallen en juist goed doortrekken. Maar na de eerste competitiewedstrijd lag ik er meteen uit met een spierscheuring.” Herstellen kost kracht. „Ook in de kerstvakantie merkte ik dat ik echt moest gaan liggen. Een week lang niets gedaan. Daarna ging het wel weer. Maar je blijft je benen voelen. Met opstaan, met alles. In wedstrijden wilde ik wel, maar ik kon soms niet meer. Dat je denkt: deze aanval maar even overslaan, je moet nog 60 minuten. Had ik nog nooit meegemaakt.”

Minder slim

De vermoeidheid bleek niet alleen fysiek. Ook haar rechtenstudie, die ze al jaren combineert met een carrière als profvoetballer, leed er onder. „Ik heb na het EK een jaar weinig tot niets gedaan aan mijn studie, zelfs even overwogen om te stoppen. Ook het nieuws volgde ik niet meer. Gewoon omdat het zo druk was, ook om het voetbal heen.” Tot Groenen besefte wat ze miste. „Ik kreeg het gevoel dat ik minder slim werd. Een beetje studeren of wat lezen vind ik gewoon lekker.” Tussen trainingen door studeert ze inmiddels weer. „Ik heb een schema dat ik wil afhebben. Alles is weer op orde.“

Voetballen in Frankfurt, studeren in Tilburg, ouderlijk huis in het Belgische Poppel, net over de grens. Groenen is van jongs af aan gewend aan een druk leven. Met oudere zus Merel voetballen in de tuin, waar haar vader een doel met officiële maten plaatste. Snel door naar de judomat, waar ze uitblinkt en drie keer Nederlands kampioen bij de junioren wordt. Na brons op de EK onder 17 jaar lonken zelfs de Spelen van Rio de Janeiro. Een heupblessure dwingt haar tot een definitieve keuze voor voetbal. Bij het Duitse Essen, waar ze met haar vader en zus bij een training gaat kijken en als vijftienjarig meisje op de trainer afstapt. „Ik zei: ‘ik voetbal zelf ook, ik wil naar jullie.’ Dat mocht, ik kon het niet geloven.”

Elke dag 160 kilometer heen, 160 kilometer terug in de auto met vader en zus. Spelen in de Bundesliga, door heel Duitsland. „Nu heb je in Nederland een eredivisie met profteams maar toen was dat er niet. Ik wilde eigenlijk tot mijn negentiende bij de jongens spelen maar nu kreeg ik ineens de kans om in Duitsland een contract te tekenen. Ik dacht: gewoon doen.” In een mom van tijd van pionier tot prof. „Als je iets wil, moet je zelf stappen zetten.” Van Essen naar Duisburg, in 2014 naar het Engelse Chelsea, anderhalf jaar later naar haar huidige club Frankfurt. „Die hadden alles gewonnen in het vrouwenvoetbal. Als jong meisje was dat je van het.”

Voor Oranje was de onvermoeibare middenvelder lang nauwelijks in beeld. Ze wordt vanwege haar dubbele paspoort gevraagd voor de Belgische nationale ploeg, maar dat mag niet van wereldvoetbalbond FIFA omdat ze al eens voor Nederland onder 17 heeft gespeeld. Dan hoort toenmalig bondscoach Arjen van der Laan haar in 2016 bij een bezoek aan Frankfurt toevallig praten met een Vlaamse vrouw die de kantine beheert. Of Groenen soms Nederlandse is en voor Oranje wil uitkomen? „Ja, dat had hij misschien eerder kunnen weten”, zegt ze nu met een lach. „Maar in het vrouwenvoetbal was toen alles nog niet zo bekend met beelden en data.”

Wat een contrast. Als vaste waarde in het Nederlands elftal blijft sinds het EK geen actie meer onopgemerkt. Miljoenen zien Groenen tegenwoordig op tv, tienduizenden in het stadion. „Zo’n vol stadion went nooit. Immens, een gevoel alsof je helemaal weggeblazen wordt. Bij het mannenvoetbal is dat een droom, stel ik me voor. Als jonge jongen ga je daar al over nadenken. Maar voor mij als meisje was dat nooit iets waar ik mee bezig was. Bij Frankfurt komen 3.000 mensen bij een topwedstrijd, anders 1.000 tot 2.000. Dat was een soort plafond. En nu speel je in Nederland voor 30.000 mensen.”

Lees ook: De Oranje Leeuwinnen: van voetbalsters tot influencers.

Plafonds doorbreken

Ook in de relatieve rust van zomaar een ochtendtraining in de Zeister bossen blijkt dat het vrouwenvoetbal snel plafonds kan doorbreken. „Dan komen jonge meiden speciaal naar je toe voor een handtekening, dat hebben ze van tevoren bedacht. Ik kon daar vroeger niet eens aan denken. Ik dacht aan Sneijder. Bij de vrouwen had je ook wel Daphne Koster of Anouk Hoogendijk, maar die zag je nauwelijks op tv. Dus keek je naar de mannen. Maar nu zie je aan die meiden dat ze denken: profvoetballer, dat kan ik ook worden. Dat vind ik echt leuk. Dat is de grootste verandering sinds het EK.“

Groenen denkt al een stap verder. „Ik denk dat het voor betaalde clubs bij de mannen heel aantrekkelijk is om met vrouwenvoetbal te beginnen.” Zoals onder meer Ajax, PSV en ADO al deden. „Het is een nieuwe markt, waarin je snel verschil kunt maken. Het mannenvoetbal is zo groots en complex, daar zit de groei niet meer. Het verbaast me eigenlijk dat clubs in de middenmoot of daaronder niet zeggen: we blazen met een goed vrouwenteam de club nieuw leven in. Daar zitten grote mogelijkheden voor het vrouwenvoetbal.“

Filosoferen over de toekomst is leuk, eerst wacht de cruciale wedstrijd tegen Noorwegen. „Je komt uit de voorbereiding en speelt meteen misschien wel de belangrijkste wedstrijd van het seizoen.” Volgens Groenen zal Oranje niet op een gelijkspel spelen maar ‘gewoon’ gaan voor de winst. Sinds het Europese titel geldt Nederland altijd en overal als favoriet. „In het begin gaf dat wel wat meer druk om te winnen. Maar daar wen je aan. Nu moeten we vooral winnen omdat we naar het WK willen.“

Voordat plaatsing een feit is, wil ze niet te ver vooruit te kijken. Natuurlijk zou een WK-debuut mooi zijn, en aast ze komende zomer op de toptransfer waar het afgelopen zomer niet van mocht komen omdat haar contract bij Frankfurt nog doorloopt tot het einde van dit seizoen. Maar Groenen koestert vooral de lessen van het zware seizoen na het EK. “Dit was echt een leerjaar, ik heb er veel uit meegenomen. Ik moet meer doseren, want ik wil niet dat ik binnen drie jaar klaar ben met voetbal. Niet dat ik mijn stijl ga veranderen hoor. Ik moet nog af en toe over die grens heen. Maar ik voel me fit, kan op de training weer blijven gaan. Zo’n fijn gevoel. Dat was lang geleden.”

    • Maarten Scholten