Aandeel Aston Martin: ook een hebbedingetje?

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze keer: Aston Martin

Foto Robyn Beck/AFP

Er zijn weinig mensen die géén Aston Martin op hun oprit zouden willen – en er zijn er nog minder die zich er eentje kunnen veroorloven. Met deze woorden liet topman Andy Palmer bij de presentatie van de halfjaarcijfers woensdag geen ruimte voor twijfel: een Aston Martin is niet voor iedereen. De prijs van het nieuwste model van de Britse bolide begint bij zo’n 128.000 euro, maar kan zo oplopen tot 345.000 euro.

Voor wie dat niet vrij besteedbaar heeft en zich toch een beetje James Bond wil voelen, was er woensdag goed nieuws: de autobouwer wil een kwart van zijn aandelen naar de beurs brengen. De Londense beurs zou een excentriek en oer-Brits bedrijf rijker worden: het hoofdkwartier is gevestigd in het Centraal-Engelse gehucht Gaydon (400 inwoners). In de fabriek daar wordt elke Aston Martin met de hand in elkaar gezet.

De afzet is relatief laag: in recordjaar 2007 werden 7.300 Aston Martins verkocht. Bij een beursgang wordt gemikt op een totale beurswaarde van 5 miljard pond (5,5 miljard euro). Dat lijkt hoog voor een bedrijf dat jaarlijks maar een paar duizend auto’s verkoopt, in zijn geschiedenis al zeven keer failliet ging en in 2017 na acht jaar rode cijfers eindelijk weer winst maakte.

Met de timing lijkt in elk geval niks mis. Aston Martin boekte in de eerste helft van 2018 een brutowinst van 20,8 miljoen pond. De toekomstplannen zijn ambitieus: in 2019 moeten er zo’n 7.000 auto’s worden geproduceerd, om op te schalen naar uiteindelijk 14.000 stuks. Er komt een nieuwe fabriek en er wordt gewerkt aan een SUV. „Of deze beursgang een succes wordt, hangt vooral af van of ze de beloofde productiegroei kunnen realiseren”, zegt Bob Homan, hoofd van het ING Investment Office. „Om die te halen moet Aston Martin de huidige prijzen en de marge per verkochte auto wel een stuk verlagen, en dat zou met de SUV als minder exclusief model best kunnen” zegt Homan. „Iets meer richting massaproductie.”

Beleggen in een bedrijf als Aston Martin is daarnaast niet voor iedereen een zuiver rationele keuze, beaamt Harmen van der Schoor van BinckBank. „Wij zien dat veel van onze klanten vergelijkbare fondsen als Ferrari of Tesla in hun portefeuille opnemen omdat ze het mooie merken vinden. Het gaat hun niet zozeer om de fundamentele waarde van het bedrijf”, zegt Van der Schoor.

De particuliere beleggers bij BinckBank hebben volgens Van der Schoor in totaal voor zo’n 60 miljoen euro in auto-aandelen belegd. Ook Volkswagen en BMW zijn populair – zij het om een andere reden: „Ze worden gezien als degelijke fondsen met een goed dividend. Toen de Duitse autofabrikanten tijdens het dieselschandaal slecht in het nieuws kwamen en de beurskoersen omlaag schoten, zochten onze klanten juist die aandelen op.”

Aston Martin lijkt wat dat betreft meer op Ferrari. De Italiaanse branchegenoot heeft sinds 2015 een beursnotering en boekte tot nu toe een koersstijging van 126 procent. De waarde van het merk speelt een rol; Ferrari werd in 2014 door consultant Brand Finance nog uitgeroepen tot het sterkste merk ter wereld. Aston Martin zal dat volgens Bob Homan van ING niet zomaar evenaren. „Daar zijn hun auto’s te exclusief voor. Maar als je gelooft dat ze kunnen opschalen, is Aston Martin evengoed geen heel gekke investering. Het zijn auto’s voor het zeer exclusieve segment en ze zijn daarom niet zo conjunctuurgevoelig als bijvoorbeeld Peugeot of Volkswagen.”

Uiteindelijk moet Aston Martin het toch vooral hebben van zijn James Bond-historie. Zo wordt binnenkort de productie hervat van de iconische DB5 uit de Bondfilm Goldfinger. Kosten per auto? Ruim 3 miljoen euro – exclusief btw. Je zou Fort Knox er bijna voor beroven.

    • Sjoerd Klumpenaar