Waarom de aanslag op Amsterdam CS tot weinig onrust leidt

De politie maakte pijlsnel een einde aan de mes-aanval op Amsterdam Centraal. Het is een van de redenen dat de maatschappelijke impact van de eerste vermoedelijk islamitische terreuraanslag sinds 2004, vooralsnog beperkt lijkt.

Politie kort na de aanslag, vrijdagmiddag, in het Centraal Station van Amsterdam. Foto Evert Elzinga

Na jaren van waarschuwingen van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, hoge dreigingsniveaus en een reeks aanslagen in buurlanden als België, Frankrijk, Duitsland en Engeland, lijkt het nu ook in Nederland gebeurd. Een terroristische aanslag door iemand met een islamitische achtergrond. Vrijdagmiddag op Amsterdam Centraal stak Jawed S., een 19-jarige Afghaan met Duitse verblijfsvergunning, in op twee Amerikanen waardoor zij zwaargewond raakten. Toegesnelde agenten schoten S. snel daarna neer.

S. had een „terroristisch motief”, zo maakten gemeente en justitie snel duidelijk. En daarmee is het mogelijk de eerste islamitische aanslag in Nederland sinds de moord op Theo van Gogh, bijna veertien jaar geleden. Afgelopen mei stak een Syriër in Den Haag nog drie mensen neer, maar daarvan is nog steeds niet duidelijk of het om een terroristische daad ging.

Nederland mag dan sinds 2004 voor het eerst getroffen zijn door een aanslag met vermoedelijk moslimextremistisch motief, de maatschappelijke impact lijkt beperkt. De dag na de aanslag was er op het Centraal Station niemand te vinden die erg geschrokken leek of bang was. Paniek is er nauwelijks, een wervelstorm op sociale media blijft uit en islamkritische politici houden zich relatief stil. Hoe komt dat?

Het soort aanslag

„De reacties in de samenleving en media vallen mee”, zegt terrorisme-expert Jelle van Buuren van de Universiteit Leiden. Hij heeft daarvoor verschillende verklaringen. De eerste is de aard van de aanslag, die zowel qua slachtoffers als omvang beperkt is. „Ons beeld van aanslagen is bepaald door de grote aanslagen met bommen en veel slachtoffers zoals in Parijs, Brussel en Manchester.” Het mesincident van vrijdag is duidelijk niet zo’n type aanslag.

Mes-aanslagen zijn er de laatste tijd meer geweest. Zo werd in mei een voetganger in Parijs doodgestoken door een in Tsjetsjenië geboren Fransman. Er waren ook mesaanvallen in Luik en Noord-Duitsland. Van Buuren merkt op dat de media en maatschappij in al die gevallen nuchter hebben gereageerd. Dat heeft ook te maken met gewenning. „We zijn als samenleving gaan snappen dat dit soort incidenten kunnen gebeuren en laten ons niet gek maken.”

Wat gebeurde er precies op Amsterdam Centraal? Lees de reconstructie: Politie is er in 20 seconden en schiet: ‘laat je handen zien’

Goed optreden autoriteiten

Dat er vooralsnog niet meer ophef over de aanslag is ontstaan, hangt volgens kenners ook samen met het adequate optreden van de autoriteiten. „De politie heeft niet gefaald, integendeel. Daar kan dus geen ophef over ontstaan”, constateert terrorisme-expert Teun van Dongen.

De Amsterdamse politie wil niet ingaan op details van het ingrijpen vrijdag. Wel vertelt een woordvoerder dat de politie er bewust voor kiest om altijd op Amsterdam Centraal aanwezig te zijn en dat politieteams standaard verdeeld worden over verschillende segmenten van het station.

Die aanwezigheid, in combinatie met hun training, verklaart volgens politiewetenschapper Jaap Timmer van de Vrije Universiteit het succesvolle optreden van vrijdag. Timmer wijst op de training ‘Extreem Geweld’ die agenten sinds enige tijd krijgen. „Straatagenten hebben geleerd hoe te reageren als ze als eerste bij dit soort incidenten aanwezig zijn: de verdachte uitschakelen en erger voorkomen.” Een jaar of zeven geleden ging het er nog anders aan toe. „Vroeger was de procedure: een rood lint spannen, wachten tot specialisten er zijn. Nu krijgen de basisagenten aangeleerd hoe ze als first responder moeten reageren en dat is van levensbelang.”

Dat maatschappelijke onrust is uitgebleven, hangt volgens Van Buuren ook samen met de communicatie van de gemeente. „De autoriteiten hebben van meet af aan gezegd dat ze rekening hielden met een terroristisch motief.” Bij het steekincident in Den Haag afgelopen mei, waar de dader volgens ooggetuigen ‘Allah Akbar’ riep, was de communicatie warriger, werd gesproken van een verwarde man en meed men de link met terrorisme. „Daardoor kwam al snel de dynamiek op gang dat mensen dachten dat ze voor het lapje werden gehouden.”

Ver van huis

Wat ook meespeelt: dat de dader niet uit Nederland komt en de slachtoffers niet Nederlands zijn. Massapsycholoog Hans van de Sande benadrukt de belangrijke rol van de media na aanslagen. „De vraag hoe het komt dat het volk zo kalm reageert, is in belangrijke mate de vraag hoe het komt dat de media zo kalm reageren.”

Dat de slachtoffers niet Nederlands zijn, is wat dat betreft relevant, zegt Van Buuren. „Het zijn van die kleine toevalligheden, die kunnen uitmaken hoe het effect van zo’n aanslag op de samenleving is.” Reportages over hoe, bij wijze van spreken, het ‘dagje Amsterdam voor twee Nederlanders uit Geleen een dramatische wending’ nam, blijven nu achterwege.

Hetzelfde geldt volgens Van Buuren voor de dader. Het gaat niet om een geradicaliseerde jongere uit Amsterdam of Delft. Of om een door Nederland toegelaten asielzoeker. In zo’n geval had in media en politiek een andere dynamiek kunnen ontstaan.

Wat dat betreft is de aanslag overigens vrij uitzonderlijk, zegt Van Dongen. „Het is apart dat je naar een ander land gaat om een aanslag te plegen. Dat zie je weinig.” De terrorisme-expert houdt een database bij, waarin inmiddels 86 aanslagen in het Westen sinds 2004 staan. In slechts vijf gevallen (waaronder die van Salah Abdeslam, die vanuit Brussel naar Parijs afzakte) was er sprake van een dergelijke reisbeweging. „Je ziet dat het doelwit vaak in de buurt van de woonplaats van de dader ligt. Het is dus best apart dat iemand voor een simpele aanslag vanuit Duitsland naar Amsterdam komt.”

Met medewerking van Jannetje Koelewijn.
    • Camil Driessen