Recensie

Tussen de hoge bomen op Vlieland wordt elke band iets beter

Festival

Op festival Into The Great Wide Open, dat voor de tiende keer plaatsvindt op Vlieland, moeten de artiesten het opnemen tegen de natuur.

Het is zondagochtend, kwart voor zeven en de timing is eigenlijk nét verkeerd. DJ St Paul draait ‘Here Comes the Sun’ tijdens zijn supervroege ‘silent disco’-set op het Noorderstrand van Vlieland, waar hij voor honderd bezoekers van festival Into the Great Wide Open live de soundtrack bij de zonsopgang verzorgt, maar die zon komt nog niet. Na muziek van onder meer Neil Young, Stevie Wonder, Aretha Franklin en Portishead, begint het langzaam lichter te worden, verzamelen zich steeds meer vogels rond de branding en verschijnt vanuit het duingras zelfs een kleurige fazant om rond de luisteraars z’n kostje te scharrelen. En dan, precies als Spinvis zingt: „Ik zie ik zie wat jij niet ziet, het is oranjerood en het komt ons tegemoet… en alles komt goed”, komt de zon op.

De beleving is op Into The Great Wide Open (ITGWO), dat dit jaar voor de tiende keer op Waddeneiland Vlieland met 7.000 bezoekers werd georganiseerd, net wat belangrijker dan op andere festivals, misschien wel belangrijker dan de muziek. Dus wie bij die zonsopkomst-silent-disco wilde zijn - verzamelen om 5:30 uur - was vast wat vroeger naar bed gegaan dan normaal op een festival. Soms duurde het er ook gewoon langer je te verplaatsen naar een band, omdat je huurfiets in een zee van identieke huurfietsen niet te vinden was, of omdat je bleef dromen bij de hypnotiserende, nachtelijke kunst op het strand en in het bos, of simpelweg omdat de wandeling naar een ander podium dwars door het bos niet lang genoeg kan duren en de geur van dennennaalden het dan won van die van danszweet en bier. En dan was er nog de zee waar zo heerlijk in gezwommen kon worden dit laatste, warme zomerweekend.

Het festivalterrein van Into The Great Wide Open strekt zich uit in het bos Foto Tom van Huisstede

Je zou bijna vergeten dat er überhaupt een festival gaande was. Maar de IJslandse zangeres Emiliana Torrini, die hier op de eerste editie in 2009 ook stond, maakte een onuitwisbare indruk. Ze zong met haar puntige stem subtiel langs de lijnen van het weldadige, Belgische pop/kamerorkest The Colorist Orchestra. Torrini kan als een ijzige sirene schippers naar hun noodlot zingen (‘Thinking Out Loud’), maar ook lieflijk een peuter in slaap krijgen (‘Caterpillar’). Haar zachte kant had de overhand op Vlieland, maar het mooiste werd het in nummers als ‘When We Dance’ en ‘Blood Red’, waarin melancholie en hoop samensmolt. ‘Today Has Been OK’, zong ze tegen het einde, maar het was, zoals ze zelf giechelend concludeerde, „actually bloody brilliant”.

Destroyer tijdens Into The Great Wide Open Foto Tom van Huisstede

Tyler Childers uit Kentucky bedwelmde zaterdag het publiek met zo’n beetje het tegenovergestelde: rauwe, onversneden, bonkige country met bedwelmende drank-en-drugsteksten. Bij de Canadese band Destroyer liet de bescheiden zanger Dan Bejar een dag eerder vaak knielend zijn steengoede band schitteren, en dat gold ook voor Gruppo di Pawlowski op vrijdag, de onvoorspelbare rockband van ex-dEUS-gitarist Mauro Pawlowski die in de brave campingkantine De Bolder constant gevaarlijke noiserock losliet, nog net aan de leiband van een paar bikkelharde gitaristen.

De grote namen op vrijdagavond vielen wat tegen. John Cale, de plechtige Welshman uit The Velvet Underground, verzilverde met stijf en soms wat knullig experiment zijn statuur niet. Róisín Murphy liet, al stak ze veel energie in haar show, haar concert op vrijdagavond als een suffe nachtkaars uitgaan. Dat er op de zaterdagavond eigenlijk geen aansprekende namen op het programma stonden, was daarom extra jammer. Gelukkig bleken de ritmes van de loeistrakke band van de Malinese zangeres Oumou Sangaré vreselijk aanstekelijk, en werkte het feest dat de Zwolse rappers Rico & Sticks altijd en overal geven net zo goed op Vlieland. Minstens zo leuk was het een dag later bij Chef Festivalseizoen Ronnie Flex, die aandoenlijk schrok van het enorme aantal kinderen dat dit jaar op zijn podium kwam meedansen.

Ray Fuego op Into The Great Wide Open Foto Tom van Huisstede

Alle artiesten moesten de aandacht delen met het eiland zelf. Bijna lullig werd het voor Japanese Breakfast uit Philadelphia, die het op een nieuw, prachtig podium pal op het strand al moesten opnemen tegen de aantrekkingskracht van de zee, tot er vlak boven het publiek ook nog eens een club parachutisten kwam neerzeilen tijdens hun show. Andersom werkte het ook: elke act die speelde op het fabelachtig mooie podium ‘De Open Plek’ stond daar met 1-0 voor, want vanaf een van de glooiende duinheuvels rond het bescheiden podium midden tussen de hoge bomen werd elke band ietsje beter. Een plek zo idyllisch, dat je zou willen dat elke band daar kon spelen.

    • Peter van der Ploeg