Heksenfilm ‘Suspiria’ is een matriarchale nachtmerrie

Filmfestival Venetië

Het filmfestival in Venetië grossiert dit jaar in meesterlijke, spraakmakende films. Zoals ‘Suspiria’, een remake van een Italiaanse heksenfilm uit 1977.

Dakota Johnson speelt een Amerikaanse Amishdochter in Suspiria Foto Sandro Kopp/ Amazon Studios

Quentin Tarantino huilde en kuste naar verluidt regisseur Luca Guadagnino na een privé-screening van Suspiria. Een gruwelmeesterwerk, met Renee Soutendijk als hulpheks, dat de filmpers op het Lido dit weekeind tot op het bot verdeelde, zoals vorig jaar de hectische fabel Mother. Maar met horrorkenner Guillermo del Toro (The Shape of Water) als juryvoorzitter kan Suspiria zomaar in de prijzen vallen.

Suspiria is een remake van de bloeddorstige Italiaanse klassieker van Dario Argento uit 1977, waarin een Duitse balletschool een labyrintisch heksennest blijkt te zijn. Het was deel één van Argento’s trilogie over drie kwaadaardige oermoeders die de wereld regeren: naast de Moeder der Zuchten (Suspiria) die van de Duisternis en die van de Tranen. Mannen zijn speelballen in dit verborgen matriarchaat.

Het wat louche Suspiria was indertijd invloedrijk vanwege zijn hypnotische soundtrack en zijn theatrale, vaak monochrome belichting; het houterige script en acteren kon je zien als camp of gewoon als knulligheid. De remake van Luca Guadagnino overtreft Argento op alle fronten: het is seksueel geladen grand guignol met filosofische ondertonen die vooral slecht valt bij het redelijke en preutse Angelsaksische smaldeel.

Het is een onverwachte zijstap van de sublieme estheet Guadagnino, die vorig jaar succes had met de tedere homoseksuele romance Call Me By Your Name. Suspiria bleek een jeugdliefde: Guadagnino was als vijftienjarige idolaat van de film, vertelde hij in Venetië. Toen hij hoorde dat Dario Argento in Palermo in een restaurant dineerde, spoedde hij zich daarheen om de meester de hele avond met zijn neus tegen het glas te observeren. „Ik ben een stalker. Ik denk dat Dario die avond knap paranoïde maakte.”

Guadagnino ziet zijn versie als filosofische verdieping en explicatie van het origineel. De balletschool bevindt zich ditmaal naast de Muur in Berlijn anno 1977, met de RAF-terreur én het radicale feminisme als achtergrondruis. Ballet, bij Argento bijzaak, staat centraal als ritueel, toverspreuk en bezwering, met madame Blanc (Tilda Swinton) als een occulte Pina Bausch voor wie dans niet vrolijk en esthetisch en oppervlakkig is - zoals Goebbels dat wilde, memoreerde Guadagnino - maar een bacchantische kwelling.

Masculiene redelijkheid neemt in Suspiria de impotente gedaante aan van de bejaarde psychotherapeut Josef Klemperer, wiens ogen geopend worden tijdens een bloedrode, hallucinante heksensabbat. Ook Klemperer wordt vertolkt door Tilda Swinton, die dat in een aardige mystificatie glashard ontkende: het zou om de 82-jarige amateur Lutz Ebersdorf uit München gaan.

Suspiria is een matriarchale nachtmerrie die het sprookje van de oude heks die de schoonheid van jonge meisjes rooft laat kantelen. Drie pupillen van de dansschool, Patricia, Olga en Sarah, verzetten zich tegen dit heksencomplot, met huiveringwekkende gevolgen. De prima donna, de Amerikaanse Amishdochter Susie (Dakota Johnson), laat zich ogenschijnlijk dociel richting slachtbank leiden.

Dakota Johnson, bij het grote publiek bekend van 50 Shades of Grey, bevestigde dat ze in therapie was gegaan na de opnames. „Ik ben een poreus persoon. Dit is zulk duister materiaal dat ik bang was het mee naar huis te nemen. Ik had gewoon een aardig persoon nodig om mee te praten, en dat is mijn therapeut”, zei Johnson. „Maar ik ben niet getraumatiseerd! Ik heb gewoon veel gevoelens.”

Zo blijft Venetië grossieren in meesterlijke, spraakmakende en prima films. Dit weekeind ook The Sisters Brothers, een puike western van de Franse meester Jacques Audiard, Double Vies van Olivier Assayas, waar goed gesoigneerde intellectuelen tijdens het overspel en dineren spitse observaties doen over literatuur in het digitale tijdperk, en de knappe misdaadthriller Frères ennemis van David Oelhoffen, die zich in de Parijse banlieues afspeelt.

Een lichte, maar niet geheel onverwachte tegenvaller bleek het historische epos Peterloo van de Britse filmauteur Mike Leigh: Cannes wees de film eerder af. Leigh schildert op een heel breed canvas de aanloop naar de slachtpartij op St. Peter’s Field in Manchester van 1819, toen zeker vijftien arbeiders en burgers werden vermoord en honderden anderen verwond in een charge te paard op een vreedzame betoging voor parlementaire hervorming.

Peterloo blijkt tweeënhalf uur zware kost, met talloze vlammende speeches, sektarische scheidslijnen onder proto-socialisten en konkelende fabrikanten, priesters en aristocraten. Het is zo druk dat personages - verrassend voor Leigh - typetjes blijven: zelfvoldane orators, harteloze Tories, politiebullebakken, rondborstige volkstypes en moeder Courages. In het Verenigd Koninkrijk maakt Peterloo nu al veel debat los, maar de film mist de fatalistische urgentie van een vergelijkbaar politiek massadrama als Bloody Sunday. „Ik hoop dat de kijkers tegen het eind Peterloo in zijn volle complexiteit begrijpen”, grapte Leigh zondag. „Als ze dan nog wakker zijn tenminste.”

In een eerdere versie van dit artikel was sprake van ‘The Sister Brothers’. De juiste titel van de film is ‘The Sisters Brothers’. Dit is aangepast.
    • Coen van Zwol