Kelderman gelooft nog in zichzelf

Wielrennen Wilco Kelderman en Steven Kruijswijk staan na de eerste week bij de besten in de Vuelta. Gaan ze meedoen om de eindzege?

Bauke Mollema kwam zondag net tekort voor een etappezege in de Vuelta. Hij werd tweede achter Ben King. Foto MANUEL BRUQUE/EPA

Even kijkt Wilco Kelderman om, op de open vlakte in de laatste kilometer van de slotklim naar Alto de la Covatilla. Een paar honderd meter heeft hij gas gegeven en alleen de Colombiaanse berggeit Nairo Quintana kan zijn wiel houden. Een paar meter daarachter diens landgenoten Miguel Ángel López, Rigoberto Uran en de Spanjaard Ion Izaguirre. Met pijn en moeite. De rest van de klassementsrenners in de Vuelta moeten passen. Kelderman gaat door, het shirt wijd open. „Quintana wilde niet overnemen”, vertelde hij na afloop. „Ik dacht: dan rijd ik maar vol door tot de finish. Die seconden kan ik goed gebruiken. Ik ga niet zitten twijfelen.”

Kokhalzend en huilend van ellende zit Benjamin King intussen bij de finish op 1.965 meter hoogte. De Amerikaan heeft zichzelf totaal uitgewrongen om in een kilometers lang gevecht van man tegen man Bauke Mollema voor te blijven. De tweede ritwinst voor King in deze Vuelta, de tweede keer ook dat Mollema als tweede eindigde. Uitgerekend op de grillige klim van La Covatilla, waar de kopman van Trek in 2011 al eens net naast ritwinst greep. Toen was er als troost de leiderstrui, nu heeft Mollema in het klassement al een grote achterstand. Na de eerste week van de Vuelta staan nog twee Nederlandse renners bij de besten: Steven Kruijswijk en, toch weer, Kelderman.

„Vandaag was het niet goed”, oordeelde Kruijswijk, die op 25 seconden achterstand van het groepje-Kelderman over de streep kwam. „In de finale had ik de benen niet meer. Je weet dat dit een keer kan gebeuren in de drie weken.” De kopman van Lotto-Jumbo vindt zichzelf op de eerste rustdag terug op plaats negen, op 43 tellen achterstand van Simon Yates. De Brit van Mitchelton-Scott, die eerder dit jaar in de Giro pas twee dagen voor het einde uit de leiderstrui werd gereden, nam de leiding zondag over van de Fransman Rudy Molard en heeft slechts één tel voorsprong op de Spanjaard Alejandro Valverde.

Bijna twee minuten achter Yates

Kelderman klom door zijn aanval van de zeventiende naar de veertiende plaats. Zijn achterstand op Yates is aanzienlijk: 1.50 minuut. Maar de kopman van Sunweb heeft zich niet uit veld laten slaan door de tegenslag die hem vorige week trof, toen hij met een kapot achterwiel 1.44 minuten verloor. „Het is een goed teken dat ik wat tijd pak op mijn concurrenten”, sprak Kelderman. „Ik voel me goed nu.” Na de rustdag van maandag wil hij zijn inhaalrace in het klassement de komende twee weken doorzetten. „Straks met die steile aankomsten worden de verschillen wel groter.”

Kan het nog voor de twee Nederlanders, meedoen om de eindzege in de Vuelta? De laatste jaren zijn vaker grote wielerrondes na een late inhaalrace beslist. Fabio Aru reed in de Vuelta 2015 op de laatste zaterdag Tom Dumoulin uit de rode leiderstrui. Kruijswijk zelf verloor de Giro van 2016 door een val pas drie dagen voor het einde van de Italiaan Vincenzo Nibali. En Chris Froome won dit jaar uit geslagen positie alsnog de Giro. „Ik geloof wel in mezelf”, zei Kelderman zondag al voor de start van de negende etappe bij de NOS. Ook Kruijswijk ziet de toekomst nog zonnig. „Ik ben blij met hoe ik hier rij.”

Typische klassementsrenners

Beiden zijn typische klassementsrenners uit de opleidingsfabriek van Rabobank. Weinig uitschieters – Kelderman heeft pas vier profzeges op zijn naam, Kruijswijk twee. Wel zijn ze toonbeelden van regelmaat, die hun beste resultaten behaalden in grote rondes. Kruijswijk was al eens vierde in de Giro, negende in de Vuelta en onlangs vijfde in de Tour. Zijn beste eigenschap is dat hij tijdens een drieweekse ronde meestal minder verzwakt dan de concurrenten. „Steven moet het altijd hebben van de derde week”, zegt ploegleider Addy Engels.

Kelderman, in 2014 al eens zevende in de Giro, steeg vorig jaar in de Vuelta gestaag in het klassement en had tot het einde uitzicht op een podiumplaats in Madrid. Door een mindere laatste bergrit op de Angliru eindigde hij als vierde. Volgens de ploegleiding van Sunweb scoort hij bij tests regelmatig beter dan Tom Dumoulin, vorig jaar winnaar van de Giro en dit jaar tweede in Giro en Tour. Maar de laatste jaren kampte Kelderman vaak met blessures. Dit seizoen kwam er geen einde aan zijn pech en brak hij tot twee keer toe hetzelfde sleutelbeen, waardoor hij ook de Tour de France moest missen. Pas vlak voor de Vuelta voelde hij zich voldoende hersteld om mee te doen.

Eerste echte bergrit

In de eerste echte bergrit maakte de Lotto-Jumboploeg zondag op de slotklim indruk. Met medekopman Sam Bennett kon Kruijswijk op de open stukken schuilen voor de wind achter de brede rug van hun Amerikaanse ploeggenoot Sepp Kuss (23), onlangs al winnaar van drie ritten en het eindklassement in de Ronde van Utah. Toch kwamen beiden tekort toen Kelderman in de slotkilometer aanzette. Waarom zo laat aangevallen? „Er stond heel veel wind. Het had weinig zin om vroeg te gaan.”

Net als Dumoulin in de Tour kan Kelderman in de Vuelta niet beschikken over een sterke ploeg. Sunweb – dat komend seizoen onder meer routinier Laurens ten Dam, de sterke Duitser Simon Geschke en talent Mike Theunissen ziet vertrekken – slaagt er tot nu toe niet in de kopmannen in de grote rondes met sterke helpers te omringen. Kelderman heeft geluk dat zijn team voorlopig niet de wedstrijd hoeft te controleren. In de slipstream van Mitchelton-Scoot van klassementsleider Simon Yates en het sterke Movistar van Valverde en Quintana kan hij zijn inhaalrace inzetten. Met drie bergritten eind deze week en een tijdrit plus twee bergritten in de slotweek zijn er kansen genoeg op tijdwinst. Maar de eindzege?

    • Maarten Scholten