Opinie

    • Wilfried de Jong

De strepen van Ziyech

Een bal kan lang onderweg zijn. Te lang, zelfs. Maar niet als hij van de linkervoet van Hakim Ziyech komt. De Ajacied steekt in een uitstekende vorm. In de eerste helft van de competitiewedstrijd tegen Vitesse liet hij zien hoe perfect hij tegen een bal kan trappen. Ziyech is de meester van de ‘streep’; over een afstand van twintig, dertig meter blijft de bal nagenoeg op dezelfde hoogte boven het gras zweven, op weg naar een medespeler.

Je zou erop willen zitten en genieten van de snelheid, van de strakke baan die de bal vliegt.

De streep van Ziyech komt het spel van Ajax ten goede. De spelers zijn in beweging, het spel verplaatst zich in een paar seconden tijd van de ene speelhelft naar de andere. De verdedigers van de tegenpartij zijn steeds te laat op hun post.

‘De bal het werk laten doen’, heet het in jargon. Een bal zelf kan niet werken, daar heb je voetballers als Ziyech voor nodig.

Het had niet veel gescheeld of de aanvaller had zijn kunsten elders in de wereld vertoond. In de Arena kon het publiek niet goed overweg met zijn gedrag. Zijn aaibaarheidsfactor was gering.

Nog altijd is hij geen lachebek. Na zijn openingsdoelpunt tegen Vitesse – weer zo’n goede wreeftrap, de bal stuiterde nog net voor de keeper – toverde hij met serieuze blik een arsenaal aan gebaartjes tevoorschijn; zijn handen met uitgestoken pink en duim, als ouderwetse telefoons die geen gehoor vonden.

Bij Ajax moeten ze Ziyech toch eens het juichen van Johan Cruijff tonen: scoren, het liefst met een wit lintje in je hand, springen en met de vuist door de lucht zwaaien. Cruijffs extatische juichen alleen al zou toch recht moeten geven op een eigen plein in Amsterdam.

Een allemansvriend zal Ziyech nooit worden.

Ach, die eigenwijsheid van de beste Ajacied van het moment is ook te prijzen. Ik knijp een oogje toe als hij al na acht minuten met zijn handen een duikbeweging nadoet om de scheidsrechter te overtuigen dat zijn tegenstander een fopduik maakte. Of als hij een pruillip trekt als de VAR bepaalt dat hij buitenspel stond, vlak voor een doelpunt van spits Huntelaar.

Zolang hij zo wervelend speelt, heeft Ziyech ook af en toe recht op zijn kuren. Dan mag hij even een minuutje dromen, met het gezicht naar het gras gericht in wandelpas over het veld gaan en zijn shirt als zakdoek gebruiken.

Mooi sjokken is ook een kwaliteit.

De strepen van Ziyech doen me denken aan de gestoten ballen van een biljarter tijdens het driebanden. Recht vooruit en met vaart op het doel af. Eigenlijk past bij zo’n pass van de aanvaller het commentaar van een ouderwetse biljartverslaggever.

Vol bewondering fluisteren bij de vliegende bal die zojuist van die linkervoet is vertrokken.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.

    • Wilfried de Jong