Opinie

    • Marike Stellinga

Welke econoom begrijpt het wel?

Half september is het tien jaar geleden dat de Amerikaanse zakenbank Lehman failliet ging. Toen werd de al langer sluimerende stress op de financiële markten een financiële crisis. We gaan de komende weken zonder twijfel opnieuw de noodzakelijke discussie voeren wat de crisis veroorzaakte en of we er nu sterker voorstaan.

Wat mij fascineert, is dat tien jaar later de economische wetenschap verworden is tot een langslepend moordmysterie zonder dader. Er was een crisis, er was uitzonderlijk beleid van centrale banken en tien jaar later begrijpen we nog maar weinig van de economie. Waarom blijven de lonen achter? Waarom groeit de productiviteit minder hard? Waarom lijkt de macht van kapitaal zo toegenomen? Waarom, waarom, waarom. Er worden verklaringen geopperd en na onderzoek weer verlaten. Geen van de verklaringen voldoet.

Deze week illustreerde een analyse van de Rabobank deze zoektocht naar de dader perfect. De bank gaf acht redenen waarom de lonen achterblijven, variërend van digitalisering, mondialisering tot het monetair beleid. Het deed me denken aan Agatha Christies moordmysterie op de Oriënt-Express: uiteindelijk bleken álle verdachten het te hebben gedaan.

Het is niet alleen lastiger geworden om te verklaren waarom zaken zich voordoen, het is ook lastiger te zien wat er gebeurt in de economie. Het Centraal Bureau voor de Statistiek wijdde dit voorjaar bij het 75-jarig jubileum van onze ‘nationale rekeningen’ een beschouwing aan deze „uitdagingen”. Hoe gewetensvol en nauwgezet het CBS en haar collega’s in andere landen ook werken, allemaal zeggen ze dat het meten van bedrijvigheid steeds moeilijker is.

Dat komt doordat diensten een steeds groter deel vormen van de economie. Bij de productie van goederen is makkelijker te meten of alleen de prijs of ook de kwaliteit is toegenomen. Vaak is dienstverlening uniek, zoals bij advies van advocaten rond overnames. Digitale diensten maken het meten nog lastiger. Consumenten gebruiken gratis apps als Facebook en betalen daarvoor met hun data. Hoe meet je dat?

En dan is er nog de toegenomen invloed van multinationals. Als zij schuiven met inkomsten en kosten tussen vestigingen, kan dat enorme gevolgen hebben voor het land waar hun toegevoegde waarde landt. Zo groeide de Ierse economie in 2015 plots met 26 procent omdat een aantal multinationals schoven met posten. Sindsdien „gelooft niemand onze bbp-cijfers meer,” schreef The Irish Times dit voorjaar.

Ook het CBS maakte daarvan een spectaculair geval mee. In mei stelden de statistici de investeringen in vaste activa met 19 miljard euro naar boven bij (op een totaal van 136 miljard) omdat een transactie binnen één multinational bij nader inzien geen aankoop van merknamen was maar van onderzoek (R&D). Een papieren post, aan de bedrijvigheid veranderde in Nederland niks. „Het is een voorbeeld van hoe moeilijk globalisering is om te meten,” zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS. En dus is er ook nog discussie onder economen over of de problemen (zoals de lage productiviteit) worden over- of onderschat door de statistieken. Van Mulligen weet temidden van alle discussie één ding wel: de econoom die met een sluitende verklaring komt voor het mysterie kan op de schoorsteenmantel alvast een plekje afstoffen voor de Nobelprijs.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.
    • Marike Stellinga