Opinie

    • Auke Kok

Een toefje Woodstock in Noord

‘Te gek’: wanneer hoorde ik die woorden voor het laatst? Dat moet jaren, zo niet decennia geleden zijn. Maar hier in Noord vielen de woorden zomaar onder een bolvormig dak van doorzichtige golfplaten. Een beetje Amsterdammer weet nu dat ik in café Noorderlicht zit. Klopt. Het is zondagavond en alles is wat je noemt te gek. Hier in de loods – is het een loods? was het ooit een loods? doet dat er toe? – zit te gek volk aan houten tafels. Het krijgt te gekke liflafjes geserveerd voor te gekke lage prijzen. Ook de band met een soort van wereldmuziek kan niet anders dan als te gek worden omschreven.

Beetje posthippie, dat idee. Ik ben de enige die een jasje draagt.

Iedereen lacht, als op afspraak. Ik zat nog niet of ook ik begon het spontaan op een lachen te zetten. Ging vanzelf. Te gek sfeertje, dan krijg je dat. Buiten schakelt de zomer over op herfst maar binnen gaat de zon niet onder. Voorlopig niet.

Grappig dat een café-restaurant dat inmiddels een instituut is, een fenomeen op het robuuste, vuile, groovy NDSM-terrein, de charme van beginners heeft behouden. Beginners maken fouten maar dat geeft niet, dat is juist te gek. Als je het maar met allure en vakmanschap oplost. De violen en gitaren, de cello, de contrabas, de bekkens en trommels vullen de lange ruimte met weemoed, los en vrijzinnig. Intussen baant de zanger zich al zingend een weg terug naar de tekst die hij even kwijt was. De bezoekers lachen met hem mee.

Wie door de openslaande deuren nieuwsgierig naar binnen kijkt, lacht, uiteraard, en blijft staan kijken en luisteren.

Buiten daalt de temperatuur, zwarte wolken rollen over het IJ waar de schuimkopjes almaar groter worden. De eerste vette druppels kletteren op het doorzichtige dak – zoals alles hier samengesteld uit gerecycled materiaal. Het terras aan het water ligt er nat en verloren bij. Verderop de hijskranen met hun belofte van nieuwe ateliers en hotels en penthouses in een robuust landschap van kunst, anarchie, commercie.

De deuren gaan dicht en nog één keer wapperen de gordijnen wild naar binnen. We houden het jaargetijde vast dat nu voorbij is. Wat een zomer, wat een zinderende lange zomer.

Those were the days, my friend, we thought they’d never end…

Een ouder stel houdt het niet meer en danst bij de bar. Hij getooid met een zware bril, zij met een grote roze bloem. Alles kan en alles mag. Het leven is niet wat het is, maar wat je er zelf van maakt: dat hoef je ze hier op de voormalige scheepswerf in Amsterdam-Noord, waar creativiteit broedt op het graf van de oude industrie, niet te vertellen.

Het volk in Noorderlicht, uit alle windstreken, van alle leeftijden, lacht en klapt, want buiten valt de duisternis in terwijl het binnen zomer blijft, te gek warm met een toefje Woodstock.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok