De naakte onschuld

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. Wim Pijbes kiest elke maand een stille schat, en volgt daarbij de seizoenen.

Vandaag:

mannelijke kracht en vrouwelijke pracht

Foto Merlijn Doomernik

Gedaan is het hier met de nuditas naturalis, de naakte onschuld. In Genesis lees ik: ‘En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten schorten.’ Ineens is het me duidelijk. Na de Zondeval ging de mens zich kleden en zo begon de mode. Dat laatste heeft de mensheid gelukkig veel moois gebracht waarmee je zou kunnen zeggen dat de eerste zonde niet voor niets is geweest.

Maar welke stijl de mode ook bepaalt, het geïdealiseerde naakte lichaam bleef eeuwenlang gelden als de ultieme uiting van schoonheid.

Hier in de volle pracht van de nazomer zien we Adam en Eva, geschapen naar Gods gelijkenis, toonbeeld van mannelijke kracht en vrouwelijke pracht. Twee beeldschone jonge mensen omringd door allerlei dieren met een symbolische betekenis. Mijn blik wordt vooral getrokken door de aanlokkelijke vormen van mijn Bijbelse voorouders. De verleiding ligt op de loer. Dat geldt ook voor de verboden vrucht die geconsumeerd wordt door het onbezonnen stel. Hier zijn ze nog haast schaamteloos. Ze zien niet het witte vlindertje, het tere koolwitje, dat staat voor onbedachtzaamheid. Of de idiote aap, symbool van zotheid en zonde, nota bene in omhelzing met een al even duivelse kat. En verscholen achter de voet van Eva schuilt een egel, duidend op gulzigheid. Dit gaat niet goed aflopen.

De schilder van dit levensgrote werk en zijn opdrachtgever hadden geen last van preutsheid. In 1592 voltooide de pas dertigjarige Cornelis Cornelisz van Haarlem dit formidabele schilderij, met later nog twee monumentale stukken, voor het Haarlemse Prinsenhof, het gastenverblijf van de jonge stadhouder Maurits. Wat zou hij gedacht hebben bij het zien van deze fraaie lijven? Op een portret uit dezelfde tijd zien we de knappe Oranje-telg, goed gekleed bovendien. Een prins in wording. Van Maurits weten we dat hij zijn hele leven heeft geweigerd te trouwen. Later bleek dat hij bij verschillende vrouwen kinderen had.

Ik begrijp ze denk ik wel; Cornelis Corneliszoon, die bekend stond als Cornelis de Schilder, succesvol vervaardiger van groot formaat bravourestukken en de vijf jaar jongere Maurits, die als inventieve legeraanvoerder triomfen vierde. Jongens waren het – maar aardige jongens.

    • Wim Pijbes