Opinie

    • Arjen Fortuin

Van Duin en Van Dis zijn net zo ontspannen

Zap

Links: André van Duin. Rechts: Adriaan van Dis.

Er was een tijd waarin je mensen in verwarring kon brengen met de bekentenis dat je een groot liefhebber was van Adriaan van Dis én van André van Duin. In de vorige eeuw waren de beide AvD’s onverenigbare grootheden. Wie ademloos het boekenprogramma van de een in zich opzoog, werd geacht de onbekommerde pleziermakerij van de ander niet te pruimen – en vice versa. (Deels was die tegenstelling schijn; ik zag Van Dis ooit de Italiaanse komiek Roberto Benigni in zijn reuzenarmen van het podium dragen.)

Op hun 71ste gaan de vrijwel even oude mannen (Van Dis is 66 dagen ouder) steeds meer op elkaar lijken. De rode en de donkere krullen zijn nu grijs en getrimd, beiden zijn bekroond met een Nipkowschijf. Wat ze nog aan televisiewerk doen, brengen ze met de achteloze ontspanning van mensen die zonder bewijsdrang kalm hun gang gaan.

Ook stilistisch nemen de overeenkomsten toe. Van Dis en Van Duin bedienen zich graag van de terloopse ontregeling. Ze stellen net een andere vraag dan voor de hand ligt, geven een plaagstootje hier of daar – maar stellen hun gesprekspartners ook altijd weer op hun gemak. En ze dragen de programma’s waar ze aan meewerken.

Woensdag presenteerde Van Duin de finale van het kookprogramma De nieuwe lekkerbek, terwijl Van Dis vrijwel tegelijkertijd het fijne drieluik Van Dis en de dalai lama (NCRV) afsloot. Daarin ontmoette de Nederlandse reiziger dan eindelijk daadwerkelijk de dalai lama. Van Dis had als cadeautje een verstelbare wandelstok met delftsblauwe opdruk meegenomen – een aardigheidje dat Van Duin had kunnen bedenken.

Het gesprek met de dalai lama bleek niet veel opwindender dan die wandelstok. Weliswaar greep de dalai lama vriendelijk de hand van zijn gast en sloeg hij hem na de eerste vraag keihard op de schouder („You hit me!” riep de verbouwereerde Van Dis), maar bij zijn antwoorden vol algemeenheden staarde his holyness naar een verre hoek van de kamer. Ook het „I had a very peculiar mother” van Van Dis leek de nieuwsgierigheid van de 83-jarige geestelijk leider niet te wekken.

Dan was het gesprek daarvóór, met de broer van de dalai lama, interessanter. Die vond dat het systeem van reïncarnatie moest worden afgeschaft en dat zijn broer gewoon een competente opvolger moest benoemen – dat zou een boel gedoe schelen.

Intussen loodste Van Duin de kandidaten van De nieuwe lekkerbek (MAX) door hun finale, waarin de meest innovatieve snackmaker werd beloond met tienduizend euro. Alles in de sfeer van gemoedelijke glamourloosheid die ook Heel Holland Bakt zo geliefd heeft gemaakt. Af en toe een grapje, even een hand op een schouder – Van Duin wekt de indruk dat hij zelf ook haast vergeet dat het een wedstrijd is.

De eerste prijs ging naar de uitvinder van de lasagneschijf, maar heel Holland smolt voor de nummer twee: een jonge kandidate die het Waffeltje introduceerde: een veganistisch koekje voor mens én hond. Dat is zonder twijfel het liefste etensidee uit de geschiedenis van de Nederlandse kooktelevisie. Volgens de jury was het nog lekker ook.

Zullen we volgend jaar Adriaan van Dis een plaatsje in de Lekkerbekjury gunnen? Dan laten we in september de dalai lama, die dan Nederland bezoekt, interviewen door André van Duin. (En hoe goed die het inmiddels ook doet als zichzelf, van mij mag hij zich dan een laatste keer uitdossen als Meneer Wijdbeens.)

    • Arjen Fortuin